Turkije draait zijn rug naar het westen

Volgens de Turkse grondwet zijn de tientallen moorden van de afgelopen week in Istanbul ondenkbaar. Die grondwet brengt immers een strikte scheiding aan tussen religie en staat, verbiedt partijen die op religieuze beginselen zijn gebaseerd, gebiedt het leger te waken over de seculiere erfenis van Kemal Ataturk en beschermt het menselijk leven. Turkije leek wel het laatste land waar het moslim-fundamentalisme zou kunnen gedijen.

Maar de grondwet klopt niet met de werkelijkheid. Heeft er ook nooit mee geklopt. Want hele bevol kingslagen hebben Ataturks geforceerde verwesterlijking gevoeld als een daad van agressie tegen hun identiteit.
Nadat strenge soennieten hun moordacties hadden gepleegd tegen theehuizen van rekkelijke alavieten, opende de politie het vuur op alavieten die protesteerden tegen de moordpartijen. Want de overheid kiest steeds meer partij voor de fundamentalisten, omdat ze bang voor hen is en hen tegelijk nodig heeft. Premier Tansu Ciller mag dan een verwesterde vrouw zijn, ze voelt er niets voor de obscurantisten tegen zich in het harnas te jagen. Want daarmee ondermijnt het regime zelf de basis van het moderne Turkije.
Het verzet tegen de seculiere staat wordt al sinds jaren uitgebuit door conservatieve krachten. In theorie is Ataturk nog altijd de grote nationale inspirator, in werkelijkheid wordt de dienst steeds meer uitgemaakt door moslim-fundamentalisten. De Refah-partij (Welzijnspartij) van Necmettin Erbakan is onbeheerst gegroeid en is nu waarschijnlijk ’s lands grootste partij. Het is deze partij die van de godsdienst opnieuw het nationale bindmiddel wil maken.
Hoe heeft dit fundamentalisme in ’s werelds enige seculiere moslimstaat wortel kunnen schieten? Het voorbeeld van de fanatieke Moslimbroeders in andere landen is maar een deel van de verklaring. De belangrijkste oorzaak schuilt in de massale verpaupering.
Sinds Turgut Ozal na de miltitaire coup van 1980 de gesloten Turkse economie resoluut begon open te breken, heeft het land een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Maar door die modernisering is ook de welvaartskloof veel breder geworden. Hyperinflatie, werk loosheid en de thatcheriaanse medicijnen van mevrouw Ciller deden de rest. Daardoor zijn miljoenen mensen hun illusies over een betere toekomst kwijtgeraakt. Nieuwe illusies en nieuwe houvast vonden ze in de godsdienst, en wel in haar minst tolerante variant. De fundamentalisten weten precies waarom het zo slecht gaat met Turkije. Dat komt omdat de religieuze voorschriften niet meer worden nageleefd. Omdat de regering bedelt om de gunst van het verderfelijke Westen. Omdat de eigen traditie en cultuur worden verraden.
De regering gebruikt de fundamentalisten om Europa te chanteren (‘Als Europa ons buiten de deur houdt, dreigt het op zijn zuidoostflank een fundamentalistische vijand te krijgen’). Maar ze bestrijdt het fundamentalisme niet echt. Ze moedigt het zelfs aan, want wat is er sterker om de Koerden en de andere minderheden een nationaal gevoel op te dringen?
Te midden van die tegenstrijdigheden nemen de tegenstellingen en gewelddaden toe. De kansen op een dramatische ontknoping ook.