Interview met Ömer Zülfü Livaneli

‘Turkije is vijftien jaar teruggeworpen’

Ömer Zülfü Livaneli (1946) is een man met veel identiteiten – schrijver, politicus, componist, muzikant. Je zou hem de Goethe van de Bosporus kunnen noemen.

In 2006 ontving zijn vriend Orhan Pamuk de Nobelprijs voor de literatuur. Pamuk stelt: ‘Livaneli is van essentiële invloed op het muzikale, culturele en politieke leven van Turkije. Hij had net zo goed de eerste Turk kunnen zijn die de Nobelprijs won.’ Livaneli’s vierde boek is in het Nederlands vertaald als Bevrijding. Het gaat over een Turks meisje dat door een invloedrijke oom wordt verkracht. Een neef brengt haar naar Istanbul om haar om haar eerverlies te doden. De neef is niet in staat om de opdracht uit te voeren en de twee monsteren aan op het schip van een succesvolle, maar ongelukkige professor die vrouw en werk verlaat om te gaan zeilen op de Egeïsche zee. Bevrijding werd wereldwijd vertaald. In de Verenigde Staten won Livaneli er de Great New Writers Award van Barnes & Noble mee. In Turkije is de verfilming van het boek de best bezochte film van het moment. De Frankfurter Buchmesse staat in 2008 in het teken van Turkije: dan worden zijn boeken opnieuw in het Duits gepresenteerd.

In 1971 werd Livaneli na de militaire coup in Turkije vastgezet. Livaneli: ‘Zo’n beetje iedereen die kon lezen en schrijven werd in de kerkers geworpen. Mijn familie lieten ze met rust. Misschien ook omdat ik uit een oud geslacht van rechters en advocaten stam. Mijn vader was de president van het hooggerechtshof. Ik ben de enige in de familie met een strafblad. En dat zonder een misdaad te hebben begaan. Kafkaësk.’

Na drie maanden kwam hij vrij: ‘Tijdens een lunch in Ankara met Piet Dankert, toen werkzaam voor Amnesty International, kwam een vriend binnenlopen. Hij waarschuwde me dat ik opnieuw zou worden gearresteerd. Ik was bang. Misschien moest ik wel voor altijd zitten of zou ik daar doodgaan. Dankert adviseerde me te vluchten.’ Livaneli kocht een vals paspoort (‘Mijn eerste identiteit’) en omdat hij veel goeds over Scandinavië had gehoord, vroeg hij asiel aan in Zweden. Daar kreeg hij zijn tweede paspoort: het vluchtelingendocument van de Verenigde Naties, de laagste status, op lichtblauw papier. In Zweden begon hij protestliederen te schrijven voor Radio Oslo en studeerde in Stockholm aan het conservatorium. Muzikant werd hij tegen wil en dank. Zonder het te weten (communicatie met Turkije was moeilijk) werd hij het symbool van het verzet. In de straten van Istanbul en Ankara werd op zijn nummers gedemonstreerd. In totaal maakte hij meer dan 37 albums en trad duizenden malen op met wereldvermaarde sterren. In 1997 bezochten vijfhonderdduizend mensen zijn openluchtconcert in Ankara.

Na de amnestie kreeg hij van de ambassade in Zweden zijn eerste echte Turkse paspoort. En daarna nog één: ‘In 1996 kreeg ik als ambassadeur van de Unesco opnieuw een paspoort, van de VN, ditmaal door Annan zelf ondertekend, met de hoogste immuniteit, rood gekleurd, net als mijn laatste paspoort, toen ik werd gekozen in het Turkse parlement. Geen visa-verplichtingen en immuniteit. De kleur van een absurd stukje papier bepaalt hoe je wordt behandeld, niet je ideeën.’ In de jaren tachtig vertrok hij na een nieuwe staatsgreep naar Parijs en schreef filmmuziek, bijvoorbeeld voor Yol, van Yilmaz Güney (1982). De film werd verboden in Turkije, maar won in Cannes een Gouden Palm. Na drie jaar in Frankrijk keerde hij terug naar Ankara. In totaal maakte hij muziek bij dertig films en produceerde zelf ook een enkele keer. Uiteindelijk is schrijven echter zijn echte liefde. Livaneli: ‘Film is veel te vermoeiend. Je bent te afhankelijk van andere mensen. Schrijven is iets wat je zelf doet. Op elke fout kan alleen jij worden afgerekend. Het is een verkeerd idee van de twintigste en 21ste eeuw dat je je moet specialiseren. Wiskunde is stille muziek. En als iemand alleen muziek begrijpt, begrijpt hij het eigenlijk niet.’

Hoe staat u tegenover de Turkse ambitie lid te worden van de EU?

‘Fantastisch, maar onrealistisch. Ik stond er zeer wantrouwig tegenover. De Turkse regering heeft het begin van de onderhandelingen met vuurwerk en al voor de binnenlandse politiek gebruikt. “Wij zijn Europeanen!” kopten de kranten. Ik heb met artikelen geprobeerd te waarschuwen voor te veel euforie. Dit land van 72 miljoen mensen heeft zeer uiteenlopende levensstijlen. Het westen zou uitstekend passen bij Europa. In principe lagen het hart en het brein van het Ottomaanse rijk in de Balkan. Maar in de rest van het land leven veel mensen in totale armoede. De meesten kunnen lezen noch schrijven. Ik zie meer iets in een sterk samenwerkingsverband, zoals ook Rusland heeft. Wij zijn natuurlijk de zestiende economie van de wereld en hebben geografische en historische banden met Azië en het Midden-Oosten.

Door de houding van de regering zijn we vijftien jaar teruggeworpen. De gewone Turk denkt dat Europa hem voor de gek heeft gehouden. Er is al sinds de revolutie van Atatürk een volledige acceptatie van de Europese waarden en normen. Turkije is het unieke voorbeeld van hoe islam en democratie kunnen samengaan. Daar zou men z’n voordeel mee kunnen doen.’

‘Bevrijding’ stipt op subtiele wijze de problematiek van de eerwraak en de Armeniërs aan. De lezer heeft het, anders dan bij Pamuk, nauwelijks in de gaten.

‘Ik heb dit boek geschreven omdat het de belangrijkste taak is van de literatuur om de hedendaagse maatschappij te bekritiseren, maar dan wel met de ruggengraat van de roman uit de negentiende eeuw. Ik zal altijd uit goede wil in de oppositie blijven omdat ik streef naar cultivering en respect voor de mensenrechten. Geen kwaad spreken om in het buitenland beroemd te worden. Dat weten mijn opponenten en dus respecteren ze me. Als ik al zou moeten vluchten, zou ik niet weten hoe. Iedereen kent mijn hoofd. Ik zou hoogstens kunnen zwemmen naar een van de Griekse eilanden.’

Ömer Zülfü Livaneli, Bevrijding
Prometheus, 325 blz., € 24,95