Turkije kan nog wat van de grieken leren

Athene - De nationalistische hysterie heeft het deze keer moeten afleggen tegen het gezond verstand. Dat is een van de meest plezierige conclusies van de uitslag van de Griekse parlementsverkiezingen.

Ga maar na wie de twee enige verliezers zijn: de rechtse partijen Nieuwe Democratie en haar splinter Politieke Lente. Miltiadis Evert is na zijn nederlaag afgetreden als leider van Nieuwe Democratie. Politieke Lente van Adonis Samarás kwam niet eens over de kiesdrempel heen.
Evert en Samarás hebben in de campagne als dollemannen op de nationalistische toets gebeukt. Ze wilden de erfvijand Turkije na zijn vlagprovocaties op de rotspunt Imia en zijn moordprovocaties op Cyprus mores leren. Maar daarvoor had je spierballen nodig, zeiden ze, en die had premier Simitis niet.
Een propagandiste van Nieuwe Democratie zei me: ‘De Turken zijn onbeschaafd en houden van oorlog. Simitis is bang voor oorlog. Wij niet. Als er oorlog moet komen, dan moet dat maar. Want ik wil niet dat een stuk van ons land wordt afgepakt.’ De woordvoerder van Politieke Lente zei het diplomatieker: 'Onze politiek tegenover onze buren is te zwak. Als zij zien dat wij zwak zijn, zullen ze ons nog meer onder druk zetten.’
Nu had ook Andreas Papandreou als supernationalist een reputatie te verliezen, maar in zijn laatste regeringsperiode namen de spanningen met Macedonië en Albanië af. Die verbetering is onder de overtuigde Europeaan Kostas Simitis doorgezet. Hij wil door integratie in Europa een eind maken aan het isolement waarin Griekenland zichzelf manoeuvreerde toen het zich uitriep tot slachtoffer van een Turkse 'omsingeling’.
Simitis voelt er niets voor de spanningen met de veel krachtiger Navo-partner Turkije te laten escaleren tot een oorlog. Washington zou onmiddellijk ingrijpen, en vanwege de militaire kosten zou Griekenland Maastricht wel kunnen vergeten. Simitis zet niet in op de militaire, maar de diplomatieke kaart.
Door de relaties met de Verenigde Staten en de Europese Unie te verstevigen, hoopt Simitis de pressie op Turkije te vergroten. Daarin heeft hij al successen geboekt. De VS en de EU zijn het met Griekenland eens dat de Turks-Griekse conflicten moeten worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof. En afgelopen week veroordeelde het Europarlement unaniem Turkije voor de schending van de mensenrechten en de recente moorden op Cyprus en riep het op tot opschorting van alle EU-hulp aan Turkije, inclusief de douane-unie.
In feite was de financiële uitvoering van de douane-unie al door een Grieks veto verlamd. Athene wil dat veto slechts opheffen als Ankara formeel verklaart af te zien van alle aanspraken in de Egeïsche Zee, of bereid is de zaak voor te leggen aan het Internationale Gerechtshof.
De Turkse buitenlandse politiek is onder het fundamentalistisch-Atlantische koppel Erbakan-Ìiller verzeild geraakt in een web van tegenstrijdigheden. Het koppel zoekt naar een nationalistische bliksemafleider. Moeten we daarom het dreigement serieus nemen dat Turkije tot actie zal overgaan als Grieks-Cyprus volledig lid wordt van de EU? Of zal ook in Turkije de hysterie wijken voor het gezond verstand?