Het ‘Free Woman’-plein in de Syrische stad Kobani, 24 november. Ankara begon op 20 november met luchtaanvallen op delen van Irak en Syrië, na de bomaanslag in Istanbul op 13 november © Delil Souleiman / AFP / ANP

Alles goed hoor, in Kobani! Zelfs na de bommenregen die Turkije sinds half november op het grensstadje liet neerkomen en waarbij ten minste drie gewonden vielen, gaat het gewone leven zo veel mogelijk door. Ferwan Chuchu maakt radio, Aziz Mohamed Mstî bakt tegels, journalisten doen hun werk. Kobani is het aan zijn recente verleden – begin 2015 stuitten Koerdische strijders als eersten de opmars van IS – verplicht het bijltje er niet bij neer te gooien. Kobani is legendarisch, en is vastbesloten dat te blijven.

Met achter zich op de muur een portret van een collega die tijdens haar werk het leven verloor, vertelt Ferwan Chuchu via een WhatsApp-videoverbinding over haar werk voor de lokale radio. Het station werd opgericht tijdens de slag om de stad in 2014 en de eerste weken van 2015, toen het Koerdische strijders ternauwernood lukte te voorkomen dat IS de controle in de stad zou overnemen. Radio Kobani heette het toen, inmiddels Kobanê FM. ‘Het leven hier is normaal’, zegt ze. ‘Er wordt wel gebombardeerd, maar er is geen oorlog.’

De verwoesting was acht jaar geleden nagenoeg compleet: de hoofdweg vanaf de grensovergang met Turkije was nauwelijks begaanbaar door enorme puinhopen. Alleen een kapotgeschoten kappersstoel, een collectie kleding onder stof en gruis en prijslijsten van kebab en soep herinnerden aan de bedrijvigheid die er ooit geweest moest zijn. De lijkenlucht was pregnant, flarden gordijnen wapperden uit woonkolossen zonder ramen, de daken hingen er als grijze lappen langs. Nergens burgers te bekennen. Alleen op een plein stond wonderlijk ongeschonden een grote adelaar op een sokkel.

Bij mijn bezoek in 2017 was een groot deel van de bewoners teruggekeerd. De stad was weer leefbaar en op het plein waar eerder de adelaar stond: een standbeeld van Arin Mirkan, de strijdster die zichzelf op een beslissend moment vlak bij een IS-tank opblies en zo wist te voorkomen dat IS een strategische heuvel in de stad innam. Druk verkeer cirkelde om haar heen.

Radiomaakster Ferwan Chuchu is geboren en getogen in Afrin, een van oorsprong Koerdische enclave in het uiterste noordwesten van Syrië. Daar werkte ze bij een lokaal radiostation, Afrin FM. Afrin was een van de rustigste regio’s in het land sinds het autonome Koerdische bestuur er in 2012 was geïnstalleerd. Over de dagen dat dat ten einde kwam, in de eerste weken van 2018 toen Turkije binnenviel en het gebied bezette, wil ze eigenlijk niet praten: te pijnlijk. ‘Aanvankelijk wilden we niet weg. Niet alleen omdat Afrin ons thuis is, maar ook omdat Turkije de Koerden er weg wilde hebben. Juist daarom moesten we blijven.’

Ze herinnert zich dat ze verslag deed vanaf het front, dat steeds dichter bij de stad kwam. In haar uitzendingen riep ze mensen op om te blijven, zich te verzetten tegen de invasie en de Koerdische strijders te blijven steunen. Tot het niet meer houdbaar was. Haar familie woont in Sheba, een stad dicht bij Afrin die nog in Koerdische handen is; zijzelf trok verder naar Kobani. ‘Ik voel me hier veilig’, zegt ze. ‘De Turkse dreiging is niet nieuw en we zijn overal klaar voor.’

Toch zijn er nu ook mensen die de stad verlaten – en nog meer die het willen. In oktober deed de Democratische Uniepartij (pyd), de belangrijkste partij in het Koerdische zelfbestuur, zelfs nog een dringende oproep aan de bevolking om te blijven. De directe aanleiding was tragisch: begin oktober verdronken tien mensen uit Kobani toen ze in een bootje probeerden de oversteek te maken van Algerije naar Europa.

‘We geloven’, stelde de pyd, ‘dat iemand die zijn land verlaat als een ontwortelde boom is. Hij zal ofwel verdrinken, ofwel een onzeker lot tegemoet gaan in een maatschappij en een land die het zijne niet zijn. Het zijn wij, ons volk en ons land, die verliezen. We roepen de jeugd op niet te vertrekken, maar te werken om hun land te herbouwen. Ze moeten zich niet laten oplichten door mensensmokkelaars.’

Maar van dat opbouwen komt al een tijdje niet zoveel meer terecht. Muhammed Haydar (33), getrouwd en vader van vier kinderen, werkte tot een paar maanden geleden in de bouw, maar verhuurt zichzelf nu als dagloner in de olijfgaarden in de dorpen rond de stad. ‘Er wordt niet meer gebouwd’, legt hij uit. ‘Niemand bouwt nog een huis. Iedereen wil weg.’ Hijzelf ook. Niet voor zichzelf, maar voor zijn kinderen. En hij gáát ook, bezweert hij. ‘Ik verkoop alles wat ik heb. Dan vertrek ik alleen, en laat ik later mijn vrouw en kinderen overkomen.’ Wat heeft hij om te verkopen? Een huis, een auto? ‘Nee, ik huur dit huis. Het kost tweehonderd dollar per maand. Ik kan mijn motor verkopen, maar die levert niet veel op want niemand koopt nu een motor. Honderd dollar misschien. Het goud van mijn vrouw heb ik eerder al verkocht om een ziekenhuisrekening te kunnen betalen.’

‘Turkije probeert het beeld van het mooie Kobani af te breken’

Tijdens het WhatsApp-gesprek liggen twee van zijn vier kinderen op een matrasje tegen de muur van de veranda achter hem te slapen. De andere twee scharrelen om hun vader heen. Haydar geeft een toer door het huis. Zijn vrouw Sabiha is in de keuken bezig, in een kamertje ernaast staat een naaimachine en liggen hopen stof. ‘Zij werkt als naaister’, zegt Haydar, ‘maar nog hebben we niet genoeg om van rond te komen. De kinderen hebben spullen nodig voor school en zelfs dat kunnen we niet betalen. We hebben vier maanden huurachterstand. We kunnen nog maximaal twee maanden in dit huis blijven, denk ik.’

Hoeveel geld er nodig is voor de reis naar Europa weet hij niet precies. Het ligt aan de route. De meest logische is oostwaarts richting de grens met de Koerdistan Regio in Irak, en dan van daaruit proberen Turkije te bereiken – de Syrisch-Turkse grens oversteken is onmogelijk vanwege de muur die Turkije daar heeft gebouwd en die volgestouwd is met de nieuwste technische detectiesnufjes. Maar het oversteken van de Syrisch-Iraakse grens wordt steeds lastiger: de Koerdistan Regio vangt al tienduizenden vluchtelingen en ontheemden op en zit economisch totaal aan de grond.

De alternatieve route loopt via gebied dat onder controle staat van president Assad, en dan zuidwaarts naar Jordanië of Libanon. Het is een dure en gevaarlijke route: hij zal iemand moeten omkopen om hem langs checkpoints te krijgen. ‘Ik ben in Syrië niet in dienst geweest’, vertelt Haydar, ‘en kan dus opgepakt worden om de dienstplicht alsnog te vervullen.’

Aziz Mohamed Mstî startte een kwart eeuw geleden een stenen- en tegelfabriek in Kobani. Het is altijd goeie handel geweest, hij verdiende er voor en ook tijdens de oorlog nog een prima boterham mee. Zijn kinderen, maar liefst negen zoons en twee dochters, heeft hij ermee grootgebracht. ‘Tijdens de slag om de stad heeft IS de fabriek vernietigd’, zegt Mstî, terwijl hij op de binnenplaats van de fabriek in de zon zit. ‘We zijn al met al een jaar dicht geweest. Daarna werd Kobani weer opgebouwd en zijn we weer in bedrijf gegaan.’ Hij laat een steen zien met een Arabische inscriptie: ‘Twintig procent van Kobani is gebouwd met onze stenen. We metselen er altijd zo eentje mee om ons visitekaartje achter te laten. “THE BEST” staat erop.’

Hij staat op, draait een rondje om zijn as met de telefoon in zijn hand. Onder een afdak van strak gestapelde rijen stenen, een eindje verderop, zijn mannen aan het werk. Hij loopt er naartoe. ‘Fabriek’ suggereert een hal met grote machines en ovens, maar hier staan relatief kleine apparaten waarmee tegels worden gemaakt. Glanzend groen, diep rood, donkerbruin, vooral bedoeld om muren mee te betegelen. ‘In stenen zit eigenlijk geen handel meer. Er wordt niet veel meer gebouwd. Tegels lopen nog redelijk.’

Kobanê FM maakt geen reportages over stadsgenoten die weg willen, of al lang weg zouden zijn als ze er het geld voor hadden. ‘Wij richten ons op wat mensen doen in de stad en wat ze nodig hebben’, vertelt Ferwan Chuchu. ‘We hebben programma’s voor kinderen en voor vrouwen, we besteden veel aandacht aan cultuur en tradities.’ Bij dat laatste gaat het nogal eens over tradities die volgens haar, en volgens het autonome bestuur, aan verandering toe zijn. ‘Het is bijvoorbeeld traditie dat een meisje of vrouw een huwelijksaanzoek niet mag weigeren. Dat willen we veranderen. Daar hebben we laatst bij ons inbelprogramma aandacht aan besteed. Wie ook wil dat zoiets verandert en dat vrouwen meer rechten krijgen, komt in de uitzending.’

Over mensen die weg willen, berichten ze nooit. ‘Dat zijn er niet zo veel. We maken liever een uitzending over hoe mensen zichzelf kunnen beschermen. Het belangrijkste daarbij is het steunen van de sdf (Syrian Democratic Forces, de multi-etnische strijdkrachten in het gebied – fg). Als er bombardementen zijn, moet je binnen blijven en weg blijven bij de ramen.’

Op de muren van de stad staat op verschillende plekken ‘EM NAÇIN’ gekalkt – ‘wij gaan niet’. ‘Turkije heeft niet alleen iets tegen de sdf en de ypg, Turkije heeft een Koerdenfobie. Zelfs als een andere groep dan de sdf hier de controle had, zou die Koerdenfobie er nog steeds zijn. Turkije wil van ons af’, zegt Chuchu. De radiomaker steunt het verzet tegen Turkije’s wens om de stad en het platteland er omheen over te nemen en er Syrische vluchtelingen te huisvesten. Daarmee zou de Turkse president Erdogan drie vliegen in één klap slaan: het autonome zelfbestuur verzwakken, de demografie manipuleren en het aantal Syrische vluchtelingen in Turkije verminderen.

De pyd stelde, in de verklaring na het verdrinkingsdrama van tien jonge mannen uit Kobani, dat de Turkse overheid het doel heeft om de oorspronkelijke bewoners van de regio te dwingen te migreren en te vervangen door leden van terroristische groepen en hun families. ‘Dat plan is nog steeds in werking.’

Erdogan zei nonchalant: ‘Kijk, Kobani staat op het punt te vallen’

In Afrin, waar Ferwan Chuchu haar wortels heeft, is de etnische zuivering van Koerden inmiddels bijna compleet. Was de bevolking voor de Turkse bezetting nog zo’n 97 procent Koerdisch, nu is dat nog maar een paar procent.

De nieuwe bewoners zijn inderdaad de families van de door Turkije gesteunde, bewapende en gefinancierde jihadistische groepen – er duiken nogal eens voormalige IS-leden op – en ontheemden uit andere delen van Syrië.

In november 2019 viel Turkije een ander gebied in Syrië binnen, ten oosten van de Tigris, een belangrijke scheidslijn in de strijd: de steden Tell Abyad (Girespi in het Koerdisch) en Ras al-Ayn (Serekaniye) en de lap grond ertussen. Die steden zijn demografisch divers, maar Turkije heeft er wel het zelfbestuur om zeep geholpen en wil er Syrische vluchtelingen uit Turkije herhuisvesten.

Turkije – zowel Erdogan als een groot deel van de oppositie – wil een ‘veiligheidszone’ diep in Syrië onder Turks bewind. Hier kunnen teruggestuurde Syriërs weer een leven opbouwen. De huidige situatie in Afrin, Tell Abyad en Ras al-Ayn laat zien wat dat betekent: gewapende groepen die elkaar de tent uit vechten en de turkificering van het openbare leven. Inclusief portretten van Atatürk en Erdogan aan de muren, Turkse les op school en de Turkse lira als betaalmiddel.

Erdogan heeft bovendien nóg een doel: komend voorjaar de parlements- en presidentsverkiezingen winnen. De peilingen zien er niet gunstig uit voor de machthebber: de belangrijkste oppositiepartijen, chp en IYI Partij, hebben leiders in de startblokken staan die hoge ogen gooien. De hdp, de linkse partij met vooral Koerden als achterban, weigert de akp te steunen.

De situatie lijkt op 2015. In juni van dat jaar deed de hdp het beter in de verkiezingen dan ooit tevoren en raakte de akp haar meerderheid in het parlement kwijt. Erdogan liet het land ontploffen. Het al in het slop geraakte vredesproces met de pkk werd definitief de nek omgedraaid. In verschillende Koerdische steden in het zuidoosten van het land verklaarden lokale bestuurders zich autonoom – dat was voor hen immers het ultieme doel van het vredesproces geweest – en jongeren namen gewapenderhand de verdediging van hun buurten op zich. Het Turkse leger reageerde, zo stelden internationale mensenrechtenorganisaties, met buitenproportioneel geweld.

Nieuwe militaire operaties tegen de pkk in de bergen in het noorden van Irak deden de rest: niets drijft nationalistische Turken zo effectief in Erdogans armen als geweld tegen ‘terroristen’. Erdogan schreef nieuwe verkiezingen uit, die hij in november 2015 won.

Kobani speelde in die hele dynamiek een sleutelrol. Erdogan bracht in oktober 2014 een bezoek aan Gaziantep, een stad dicht bij de Syrische grens waar sinds de oorlog in Syrië veel vluchtelingen waren neergestreken. Voor zijn gehoor van zijn Syrische ‘gasten’ vatte hij de toestand net over de grens bijna nonchalant samen: ‘En kijk, Kobani staat op het punt te vallen.’

Een week eerder waren de Verenigde Staten echter begonnen met het steunen van de ypg door IS-posities te bombarderen. Het tij begon te keren. De gevechten waren hard, er werd om elke straat, om elk gebouw gevochten, en de ypg won langzaam terrein en begon IS in het defensief te duwen.

Turkije wil een ‘veiligheidszone’ diep in Syrië onder Turks bewind

Internationale media deden er al maanden verslag van dat de Turks-Syrische grens een gatenkaas was voor buitenlanders, met name Europeanen, die zich bij IS wilden aansluiten. Door IS geen strobreed in de weg te leggen, hoopte Erdogan de gestage terreinwinst van de Koerden en vooral van hun autonome bestuur te stoppen. Koerden in Syrië die hun recht op zelfbeschikking voortvarend opeisen zouden de Koerden in eigen land maar inspireren – een veel fundamenteler gevaar voor de eenheid van Turkije dan het brute geweld van IS.

Dat het autonome bestuur van Kobani deze zomer zijn tienjarige bestaan vierde, is voor Erdogan niet te verteren. Hij heeft Afrin, hij heeft Tell Abyad, hij heeft Ras al-Ayn, maar boven aan zijn verlanglijstje staat Kobani.

Vandaar dat het wel érg toevallig was dat de vrouw die wordt verdacht van de aanslag half november in Istanbuls Istiklal Boulevard volgens de Turkse autoriteiten was ‘opgeleid’ in Kobani. Van daaruit zou ze naar Afrin zijn gegaan, en dan daar de grens over. Een wonderlijke route, van autonoom Koerdisch gebied door gebied met Syrische rebellen naar het door Turkije bezette Afrin en van daaruit dóór de muur naar Turks grondgebied. Of via de ene open grensovergang, maar is die dan niet behoorlijk beveiligd?

Het signaal was gegeven: Kobani was een terroristennest. Die conclusie werd razendsnel getrokken, zonder een spoortje van twijfel of bewijs: vlak na de aanslag zei Erdogan nog dat de bom ‘naar terrorisme rook’, een paar uur later was er een opgepakte hoofdverdachte (die volgens het narratief naar Griekenland gesmokkeld had moeten worden maar blijkbaar toch thuis op het arrestatieteam zat te wachten) en een rotsvaste conclusie: de pkk en ypg zitten erachter.

De twee organisaties ontkennen overigens ten stelligste, en zijn ook wel de allerlaatsten die baat hebben bij een aanslag in Istanbul. De pkk zit in de bergen in het noorden van Irak en pleegt aanslagen tegen militaire doelen in het zuidoosten van het Turkije. De ypg heeft zelden operaties over de grens uitgevoerd, alleen af en toe op een leger- of politiepost als vergelding voor Turkse bombardementen of liquidaties door Turkse drones.

Verwacht was het dus wel, dat Turkije een week na de aanslag in Istanbul Kobani bombardeerde, en nog een hele serie andere doelen in het autonoom bestuurde gebied. En al maandenlang zijn stad en omliggende dorpen doelwit van Turkse aanvallen. ‘Maar niet zo heftig als deze keer’, zegt de lokale journalist Mustafa Hasan. Hij meldt één gewonde collega in de stad. Volgens lokale bronnen is er ook een covid-kliniek geraakt.

Of het nu de ypg was die meteen de dag erna een vergeldingsaanval uitvoerde, is vooralsnog onbekend. Er vielen drie burgerdoden en zes gewonden in het stadje Kirkamis, en er raakten één soldaat en zeven politieagenten gewond bij de grensovergang van Öncüpinar. En weer kan Erdogan verder escaleren. Zijn tekst: ‘Dit kan onmogelijk beperkt blijven tot een operatie vanuit de lucht. Onze relavante organen, het ministerie van Defensie en de legerleiding, besluiten samen hoeveel grondtroepen er moeten deelnemen. We doen onze consultaties en dan nemen we onze stappen.’

In het voorjaar al zette Erdogan alles op alles om toestemming te krijgen van de VS en Rusland om Syrië opnieuw binnen te trekken. Groen licht bleef uit. Rusland, dat ten westen van de Trigris het luchtruim beheerst, wil geen Turkse troepen zo dicht bij het door hem gesteunde regime. De VS, vooral ten oosten van de Tigris relevant, willen de partners waarmee ze voor het eerst samen ten strijde trokken tegen IS, daar in Kobani in 2014, niet (nog een keer) in de steek laten, ook al omdat elke verzwakking van de autonome Koerdische gebieden een steun in de rug voor het zich weer versterkende IS is.

De condoleances van de VS voor de aanslag in Istanbul wees Erdogan resoluut af. Zíj waren het toch die die terroristen in Kobani steunden? Nu hebben de VS iets goed te maken. En Poetin heeft misschien ook wel iets te bieden als bedankje voor de veilige financiële haven die Turkije bood na de westerse sancties.

Misschien staat het licht al op oranje. De laatste stand van zaken in Kobani? ‘Alles is normaal’, zegt de journalist Hasan. ‘Er is niets veranderd sinds Kobani weer in het vizier is. Ook het veiligheidsniveau is onveranderd. Zoals je weet steunen de mensen hier de sdf. Turkije probeert het beeld van Kobani af te breken, het beeld van het mooie Kobani dat ervoor zorgde dat de wereld acht jaar geleden onze kant koos.’

Dit artikel kwam mede tot stand door een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.