Turkse bruggen

In Turkije wordt hardop gegniffeld om het Griekse drama. Dit land heeft de kredietcrisis relatief goed overleefd zonder de euro en hoeft niet de hand op te houden in Brussel. Het leedvermaak komt voort uit pure frustratie. Want anders dan de bedelende buren wordt Turkije nog niet rijp geacht om lid te worden van de Europese Unie.

Maar vorig week is de aanzet tot het nemen van de belangrijkste horde genomen. Het parlement stemde na acht jaar worstelen in met een pakket van dertig wijzigingen van de grondwet. Hiermee komt president Tayyip Erdogan van de in de islam gewortelde AKP tegemoet aan de voornaamste eisen uit Brussel. Met de grondwetswijziging wil de regeringspartij afrekenen met de decennialange dominantie van de seculiere, nationalistische elite van generaals, rechters en politici. Zij functioneren in een apparaat waarvan de staat tot in de vezels doortrokken is.
Erdogan kan echter nog niet juichen. In juli volgt de tweede ronde waarin de kiezers per referendum hun stem kunnen uitbrengen. De seculiere oppositiepartij heeft aangekondigd deze volksstemming via het Constitutionele Hof te laten blokkeren. Want zoals in elk wankelend ancien regime toont de zittende garde zich taai. De bewakers van het erfgoed van Atatürk voelen zich direct bedreigd in hun machtspositie. Niet alleen kunnen de plegers van de militaire coup in 1980 dan worden vervolgd, ook verliezen zij de controle over het seculiere staatsbestel waarmee de invloed van de islam op de samenleving het groene licht krijgt. Als het hen lukt om de broodnodige hervormingen in de kiem te smoren - en die kans is groot - dan blijft Turkije voorlopig de eeuwige belofte van die mooie brug tussen het Westen en het Oosten binnen Europa.
Een brug moet in feite eerst nog in eigen land gebouwd worden. Voorbij Ankara begint het Oosten. In het uitgestrekte schrale land heerst diepe armoede, huwen meisjes op hun dertiende om een schare kinderen te baren, en sluimert de onopgeloste Koerdische kwestie. Dit Turkije ligt dichter bij Damascus dan bij het economisch bloeiende en in rap tempo moderniserende Westen met het swingende Istanbul aan de Bosporus en de hoofdstad vol ambtenaren strak in het pak.
En zo zijn er meer ‘bruggen’ te slaan, zoals tussen het heden en de heikele kwestie over de Armeense genocide in het verleden. De vele politieke belangen die dwars door alle gelederen heen lopen verdelen de samenleving tot op het bot. Om aan te geven hoe complex dat is: het parlement stemde vorige week tegen een amendement dat het moeilijk maakt voor de rechterlijke macht om politieke partijen te verbieden. De AKP werd in 2008 zelf bijna verboden vanwege een besluit om toe te staan dat hoofddoeken op universiteiten werden dragen. Maar nu heeft dezelfde partij moeite met dit amendement omdat anders ook Koerdische partijen niet meer via de rechter gedwarsboomd kunnen worden.
Met dit fnuikende bestel moeten álle Turken zien af te rekenen om een volwaardig lid te kunnen worden van de EU. Ze doen hun best, maar de kemalistische erfenis is niet zomaar afgeschud. En de economische crisis van het grote Europa loert om de hoek.