Turkse Nederlanders snoeren zichzelf de mond

Je moet het zo zien: je bent een Nederlander, maar er is nog een land waar je hart ligt omdat je ouders daar vandaan komen en dat is Turkije. Daar wil je soms naartoe, gewoon voor een vakantie of om familie te bezoeken. Of om minder vrolijke redenen: omdat een dierbare is overleden en je bij de begrafenis wilt zijn. En dan slaat de twijfel toe. Moet je wel gaan? Want je hebt ooit in een tweet, een column of een Facebook-bericht iets van kritiek geuit op Turkije of de Turkse gemeenschap en dat is je niet in dank afgenomen door nationalistische lieden die je hebben aangegeven bij de autoriteiten aldaar. Je weet wat dat kan betekenen, dat heb je kunnen zien bij anderen. Je kunt in Turkije in de gevangenis belanden of landarrest krijgen waardoor je niet terug kunt naar Nederland.

Deze angst leeft bij veel Turkse Nederlanders die kritiek hebben op de Turkse staat, zo blijkt onder meer uit gesprekken met vijftien prominente Turkse Nederlanders voor ons onderzoek naar intimidaties, bedreigingen en haat uit Turks-nationalistische hoek aan het adres van progressieve landgenoten. ‘Het doel is uiteindelijk ook niet om ons de mond te snoeren, wat ze willen doen is een voorbeeld stellen: luister Turken in Nederland, als jullie uit de pas lopen, als jullie het wagen, dan gebeurt er dit met je’, aldus een prominente opiniemaker die niet mee wilde werken aan dit stuk vanwege een aanstaand bezoek aan een zieke dierbare in Turkije. ‘Ik wil even geen doelwit zijn.’

Veel intimidaties vinden plaats door Turkse nationalis-ten die anderen tot de orde roepen

Deze vorm van intimidatie is voor Turkse Nederlanders geen nieuws en tegelijkertijd voor het overgrote deel van Nederland volslagen onbekend. Voor wie het ook geen verrassing is, is de Nederlandse overheid. Want er is geregeld aangifte gedaan tegen verklikkers en bedreigers, maar er is nooit echt iets mee gedaan. Columnist Ebru Umar deed een kleine tien jaar geleden al aangifte tegen haar belagers, ‘met naam en toenaam’, maar het werd nooit serieus opgepakt. Ook schrijver Celal Altuntas, die onder meer online werd verlinkt door oud-pvv’er en inmiddels moslim Arnoud van Doorn en daardoor de begrafenis van zijn eigen vader miste, ging meermaals naar de politie. Ook dat leverde niets op. ‘Ik heb vaak tegen de politie gezegd: zeg gewoon dat jullie niks voor me doen. Zeg het gewoon eerlijk. Als iemand mij met naam en toenaam bedreigt of ik krijg onthoofdingsfilmpjes en er gebeurt niks mee… Soms moet ik er zelf achteraan en dan krijg ik uiteindelijk bericht: we doen er niks mee.’ Een lokale politicus die te maken kreeg met intimidatie zegt: ‘Ik kan wel vragen om beveiliging, maar dan krijg ik te horen: kun je eerst al die bedreigingen vertalen?’

Het complexe is: zomaar wijzen naar ‘een lange arm van Erdogan’ voldoet niet. Veel van de intimidaties en bedreigingen vinden spontaan plaats, door nationalisten die hier wonen en vinden dat zij als een soort vrijwillige burgerwacht het publieke debat scherp in de gaten moeten houden. Zij roepen anderen tot de orde, ‘houden een spiegel voor’ of in minder omfloerste woorden: ze verklikken. Die groep is klein, een minderheid binnen een veel grotere minderheidsgoep, maar als ons onderzoek iets aantoont dan is het dat hun intimidatie haar doel niet mist. Publicisten, columnisten, politici en anderen die hun vak uitoefenen bij de gratie van vrije meningsuiting zien zich genoodzaakt te zwijgen. Vrijwel allemaal noemen ze het ‘zelfcensuur’.

Bij Lale Gül greep de politie wel in. De jonge schrijver die in al haar woede een boek als een pamflet schreef over het verlaten van haar conservatief-Turkse milieu, kreeg inboxen vol kalasjnikovs en bedreigingen die weinig aan de verbeelding overlaten. Er werden jonge mannen opgepakt. De ongemakkelijke vraag is: hoe zit het met onbekende Nederlanders met Turkse wortels? Wie beschermt hen wanneer zij zich uitspreken?