Turkse toestanden

‘EEN RUSSISCHE roulette’ noemt advocaat Maurice Veldman het spel dat de Haagse justitie speelt met de circa 85 Koerden die tegen de afspraak in sinds twee weken worden vastgehouden. Veldman, die acht van hen verdedigt: ‘Er zijn al mensen ontslagen omdat ze niet op hun werk verschenen. Het gaat om volstrekt bespottelijke beschuldigingen die iedere concrete grondslag missen. Er is nauwelijks een verband aan te tonen tussen de strafbare feiten en de concrete gedragingen van de individuen. De Haagse justitie weet dat. De aanhoudingen zijn een puur politiek pressiemiddel. De Koerden zijn totaal verbijsterd dat justitie in Nederland dit soort dingen kan doen. Ze dachten dat ze in een rechtsstaat leefden. Dit zijn in hun ogen Turkse toestanden.’

Het dreigt een justitiële trend te worden: massa-internering van potentiële onruststokers. Het Openbaar Ministerie (OM) schuwt daarbij onrechtmatigheden en het breken van beloften niet. Vorig jaar mei werden op grote schaal ‘preventieve’ arrestaties verricht rond de Eurotop, twee weken geleden werden bijna tweehonderd Koerden in Den Haag gearresteerd. Zij bevonden zich in en rond de woning van de Griekse ambassadeur en zijn gezin, die ze per abuis hadden aangezien voor de Griekse ambassade. Het was de bedoeling geweest die te bezetten uit protest tegen de vermeende uitlevering door Griekenland van de Koerdische leider Öcalan aan Turkije. Een tragische actie, want wat een ambassade-bezetting had moeten worden, liep uit in een gijzeling van de Griekse ambassadeursvrouw, haar zoontje en een aupair. Ze werden zesentwintig uur vastgehouden. Veldman: 'In Den Haag vond eenzelfde soort van massa-internering plaats als in Amsterdam ten tijde van de Eurotop. Er is echter één belangrijk verschil: in Amsterdam werd de rechter welbewust buitenspel gezet door het Openbaar Ministerie. Daarmee werd het functioneren van de rechtstaat ondermijnd.’ Bij de arrestatie van de Koerden in Den Haag in de nacht van 16 februari schudde de rechtstaat opnieuw op zijn grondvesten. In dit geval zijn de arrestanten wel voorgeleid, maar de rechters lijken een oogje dicht te knijpen bij onrechtmatigheden en arrestaties onder twijfelachtige omstandigheden. Veldman: 'Mensen kregen geen bevel uitgereikt waarin stond waarvan ze werden verdacht. Dat moesten wij ze drie dagen later vertellen. Het staat in de wet dat dat verplicht is. En in de meeste gevallen is nauwelijks sprake geweest van een verhoor. Dan staat er in het proces-verbaal dat de verdachte gehoord is in de Engelse en Duitse taal “die de verbalisant goed machtig is”. Maar de verdachte spreekt dan bijvoorbeeld geen woord Engels en een heel klein beetje Duits. Er is een hele lijst van vormvoorschriften geschonden, dus de aanhoudingen zijn onrechtmatig.’ Een Koerdische student uit Nijmegen, die niet met zijn naam in de krant wil: 'Ik ging samen met mijn achterneef naar Den Haag om te protesteren. Wij kwamen later aan, toen het huis al bezet was. Iemand vertelde dat er bezoekers en gasten waren in het pand. Later begreep ik pas dat het ging om familieleden van de Griekse ambassadeur. Ik heb ze niet gezien, want ik ben alleen buiten geweest. We kregen dekens aangereikt vanuit het huis. Verder was er geen contact. Toen ik overal politie zag, begon ik te vermoeden dat het binnen helemaal fout zat. Op een gegeven moment wilden we weg, maar we hoorden dat iedereen die dat probeerde werd gearresteerd. We voelden ons zelf een beetje gegijzeld. Ik heb slechte ervaringen met gevangenissen en uniformen. In Turkije ben ik vijf maanden lang gemarteld. Ik ben niet binnen geweest in de residentie, mijn achterneef ook niet. We hadden niets te maken met de gijzelnemers die binnenzaten. Buiten was iemand die de leiding nam van de onderhandelingen met de politie. Hij was gemaskerd en sprak door een gaatje in de deur met de mensen binnen. Van de mensen die buiten de residentie stonden kende ik alleen mijn achterneef.’ TIJDENS DE onderhandelingen tussen de bezetters van de residentie en de politie zou zijn afgesproken dat de Koerden niet zouden worden gearresteerd maar alleen geregistreerd. Justitie zou later pas beslissen of in individuele gevallen tot vervolging zou worden overgegaan. Die afspraak is niet nagekomen. Alle Koerden die zich in en rond de residentie bevonden, zijn gearresteerd, terwijl ze dachten een vrijgeleide te hebben. Dat was in de laatste fase van de actie de belangrijkste eis geweest van de bezetters. In Frankfurt en Londen konden bezetters van de ambassade wel naar huis nadat ze waren geregistreerd. In Nederland zijn uit protest tegen het schenden van de afspraken vrijwel alle Koerden die bij de residentie werden gearresteerd in hongerstaking gegaan. Twee dorststakers die nog maar enkele dagen te leven hadden, nemen inmiddels weer vocht in, maar eten niet. De Koerdische student: 'Mijn achterneef stelde zich beschikbaar als tolk bij de onderhandelingen. Dat was vóórdat er intermediairs van de Koerdische regering-in-ballingschap kwamen. Er waren twee politiemensen waarmee werd onderhandeld. Mijn achterneef hield me op de hoogte van de onderhandelingen. Hij vertelde dat er mondeling was afgesproken dat we niet gearresteerd zouden worden maar dat we ons wel moesten laten registreren. Alleen onze naam en achternaam zeggen. We zouden ook niet verhoord worden. We konden gewoon weer terug naar huis. Logisch, want we hadden niets misdaan. En er is nooit door de megafoon geroepen dat we iets strafbaars deden. Toen we konden gaan, zagen we vier of vijf bussen. Daar moesten we in plaatsnemen. We reden naar een politiecentrum, in een sportcomplex. Daar moesten we een paar uur wachten. Daana moesten we uit de bussen komen en werden er foto’s en vingerafdrukken gemaakt. We werden gefouilleerd. Allemaal tegen de afspraken in. Na het verhoor heb ik vijf á zeven uur in de bus gewacht. Vervolgens zijn we naar de gevangenis in Scheveningen gebracht. Ik heb vier dagen vastgezeten, waarvan twee in een isoleercel. Daarna werd ik vrijgelaten. Ze hebben me niet verteld waarom. Mijn achterneef zit nog vast. Ze denken dat hij een leider was omdat hij vertaalde. Maar hij kende daar niemand behalve mij.’ Uit de in het proces-verbaal vastgelegde verklaring van de politieonderhandelaars, in bezit van De Groene Amsterdammer, blijkt hoe de achterneef van de Koerdische student in de ogen van de politieonderhandelaars van vrijwillige tolk tot medeleider van een groep criminelen werd omgeduid. In het procesverbaal is sprake van 'Sjaalmans’, een man die alleen Koerdisch spreekt en een beetje Duits en zijn gezicht heeft omwikkeld met een grijze sjaal die slechts zijn ogen, neus en snor onbedekt laat. Hij onderhandelt met de politie door tussenkomst van een tolk die 'de jonge man’ wordt genoemd. Dat is de achterneef. Uit het proces-verbaal: 'Naarmate de gesprekken tijdens de dag verder werden gevoerd bleek ons, de verbalisanten, dat de leidende rol door “Sjaalmans” werd gespeeld, doch dat ook de jonge man als vertegenwoordiger van de groep optrad.’ Wááruit dat precies bleek, is niet in het proces-verbaal terug te vinden. Uit het logboek dat de operationele driehoek voor Den Haag (politie, justitie en Haags gemeentebestuur) van de bezetting bijhielden, blijkt dat men op geen enkel moment van zins is geweest de Koerden na registratie te laten gaan. Ook niet, zoals NRC Handelsblad afgelopen zaterdag foutief vermeldde op de voorpagina, in de ochtend van 16 februari. Dat deel van het logboek luidt: '10.17 uur: eerste eisen bezetters: alle aangehouden vrij, dan kind vrij; terugmelding van onderhandelaars: alle aangehoudenen vrij in ruil voor alle drie gegijzelden.’ De aangehoudenen van wie sprake is, zijn niet de bezetters van de residentie, die immers nog niet waren gearresteerd. Uit het proces-verbaal van de politieondehandelaars: 'Later in het gesprek verklaarde “Sjaalmans” (…) dat hij bereid was het kind vrij te laten in ruil voor vrijlating van een aantal aangehouden verdachten van Koerdische afkomst. Deze zouden eerder op de ochtend door de politie zijn aangehouden.’ TIJDENS DE LAATSTE uren van de bezetting werden de onderhandelingen overgenomen door europarlementariër J. Sakellariou en twee leden van het Koerdische parlement-in-ballingschap. Sakellariou houdt staande dat was afgesproken dat niemand gearresteerd zou worden. In een in het Duits gestelde brief schrijft hij: 'Na aanvankelijke totale weigering zich te laten registreren is het ons gelukt de bezetters te overtuigen dat ze onder dit punt niet uit konden. (…) Ons werd toegezegd dat na registratie en ondervraging iedereen die zich vrijwillig naar de politie begeven had, weer op vrije voeten zou worden gesteld.’ Toen Sakellariou merkte dat de Koerden stuk voor stuk werden gearresteerd, protesteerde hij onmiddellijk bij een van de politieonderhandelaars. Uit de brief: 'Ik zei tegen NN dat hij zijn meerderen moest mededelen dat ik dit als een eclatante schending van de overeenkomst beschouwde en bovendien als een grote politieke fout, die schade toebracht aan de betrouwbaarheid van de Nederlandse autoriteiten. NN verzekerde me dat hij dat zou overbrengen aan zijn meerderen, omdat hij mijn mening volledig deelde.’ De bezetting van de residentie wekte grote opschudding in Nederland. Na de geweldloze beëindiging van de actie meldde minister Korthals van Justitie aan de Tweede Kamer dat de arrestanten rekening moesten houden met lange gevangenisstraffen. Veldman: 'Het is niet best, het vasthouden van twee Griekse vrouwen en een kind. Maar dan moet je de mensen pakken die dat gedáán hebben. Niet mensen die de hele nacht hebben buitengezeten en van niets wisten. Het gros was niet op de hoogte van de vrouwen binnen. Ik vind het ontzettend onverstandig dat justitie zo overtrokken reageert. Op deze manier steek je de lont in het kruitvat. De mensen die nu in hongerstaking zijn, gaan door totdat ze sterven. Ze gaan liever dood dan dat ze ook maar één concessie doen aan de Nederlandse staat. Ze voelen zich bedonderd.’ HET IS ZONNEKLAAR voor de meer dan twintig advocaten van de Koerden dat het hier een politiek proces betreft. De arrestanten is wederrechtelijke vrijheidsberoving ten laste gelegd (maximaal acht jaar) en schending van artikel 117 uit het wetboek van strafrecht. Dat artikel heeft een politieke lading. Het staat onder de titel 'misdrijven tegen hoofden van bevriende staten en andere internationaal beschermde personen’. Volgens artikel 117 staat op 'de aanslag op het leven of de vrijheid van een internationaal beschermd persoon’ maximaal twaalf jaar gevangenisstraf. Veldman: 'Rechters reageren doorgaans verontwaardigd als je de term “politieke zaak” in de mond neemt. Maar artikel 117 is zuiver politiek. Het gaat over de bescherming van de belangen van de Nederlandse staat. De brief van Korthals aan de Kamer is ook een indicatie dat het hier gaat om een politieke zaak. Misschien is het Openbaar Ministerie achter de schermen onder druk gezet, misschien hebben het OM en de minister gezegd: we gaan er stevig tegenaan. Hoe dan ook, het is buitengewoon onverstandig dat een minister zich met een rechtszaak bemoeit. Op die manier blijft er weinig over van de trias politica.’ De Haagse justitie heeft de naam er stevig tegenaan te gaan wanneer een zaak een politieke lading heeft. Dan worden de messen geslepen en de beschuldigingen van het OM weinig kritisch getoetst. Veldman: 'Na drie dagen hechtenis zijn beleidsafspraken gemaakt. Toen is besloten dat de mensen voor tien dagen in bewaring gingen. Wat je ook zei als advocaat, iedereen werd vastgehouden. Ook een meisje van dertien. Er was geen individuele toetsing, en dat móet bij strafrecht. Waarschijnlijk is besloten dat deze groep Koerden hoe dan ook achter de deur moest.’ Vorige week vrijdag hing er een oproep bij het Paleis van Justitie in Den Haag. Het personeel werd verzocht niet de auto in de parkeergarage te zetten 'in verband met de voorgeleidingen van de Koerden’. Het Paleis van Justitie is veranderd in een vesting. Er kan geen muis in of uit. Veldman: 'Dat is stemmingmakerij, angst en paniek zaaien. Justitie creëert een monster. Maar er is geen Koerd in de wijde omgeving te bekennen. Het is overal rustig. De Koerdische gemeenschap is totaal ontredderd. Als dat is wat justitie wilde, heeft ze haar doel bereikt. Maar dan wel op dubieuze wijze.’ De Koerdische student uit Nijmegen: 'Ik verwachtte dit niet van de Nederlandse justitie. Maar wat wil je. Ze zijn opgeleid om voetbalvandalisme te bestrijden. Ze zijn niet gewend aan politieke gevangenen.’