MUZIEKTHEATER

Turkse verlangens

Il turco in Italia

‘Waarom’, vroeg de Amerikaanse regisseur Peter Sellars 25 jaar geleden retorisch, ‘zie je nooit een opera van Rossini zo opgevoerd dat je kunt begrijpen dat de Franse schrijver Stendhal daarbij in de zaal zat!’ Hij bedoelde dat de opera’s van Rossini vaak als oubollige kluchten werden gebracht en impliceerde dat ze juist satirisch waren bedoeld. Toch heeft Peter Sellars in al die tijd nooit een opera van Rossini opgevoerd, maar ik heb daarna altijd met bijzondere verwachtingen naar uitvoeringen van Rossini gekeken: wat zou Stendhal ervan hebben gevonden? Rossini heeft behalve twee of drie zeer bekende ook tientallen onbekende opera’s geschreven. Af en toe worden die opgevoerd, maar zelden dacht ik dat Stendhal het geweldig zou hebben gevonden en ik heb er ook bijna nooit over geschreven. De muziek is heerlijk, vaak een beetje voorspelbaar, de plots zijn meestal flinterdun, het is een leuke avond en er blijft niets of weinig van over, ook niet als de regisseur er van alles mee probeert te doen: bijvoorbeeld een heel Europees gezelschap in een stilstaand vliegtuig proppen, zoals Mariame Clément onlangs deed bij Il viaggio a Reims met de Vlaamse Opera.

Tussen al die opera’s is Il turco in Italia uit 1814 een bijzonder werk. Rossini (1792-1868) was nog maar 21 jaar en had in het jaar daarvoor veel succes gehad met zijn L’italiana in Algeri. Nog een exotisch onderwerp? Waarom niet. De jonge dichter en librettoschrijver Felice Romani (1788-1865) voegde aan een wat obligaat verhaal van een verveelde echtgenote die verliefd wordt op een exotische buitenlander een bijzonder personage toe: de poeta Prosdocimo, de schrijver van het stuk die in zijn eigen stuk optreedt, hopeloos op zoek naar een intrige en blij deze elkaar bedriegende personen tegen te komen. Het omgekeerde dus van wat Pirandello honderd jaar later deed: geen zes personages op zoek naar een schrijver, maar een schrijver op zoek naar personages. Het kan deze opera op een abstracter of juist realistischer niveau tillen. Bij De Nederlandse Opera krijgt nu de in Nederland nog onbekende, maar veelbelovende jonge Duitse regisseur David Hermann een kans. Hij regisseerde vorige maand met veel succes L’italiana in Algeri in Nancy. Misschien had hij niet genoeg tijd voor twee producties in zo korte tijd, want het is in Amsterdam een rommeltje geworden. Veel interessante ideeën, maar bij elkaar werkt het niet. Decorontwerper Christof Hetzer maakte een naargeestig Italiaans straatje met een schutting, een garage, een groot reclamebord en een vervallen villa vol graffiti. Videodesigner Martin Eidenberger zorgde voor videobeelden die op de hoogtepunten vooral de aandacht van de zangers afleiden.

Een mooi idee is dat de Turkse Selim alleen in gedachten van de verveelde Donna Fiorilla bestaat. Hij is weggelopen van een groot affiche van een remake van de stomme film De sjeik met Rudolf Valentino. Fiorilla zelf ziet er achtereenvolgens uit als een hele reeks filmsterren: een mysterieuze Audrey Hepburn, een verleidelijke Eva Gardner, een fraaie Gina Lollobrigida, een boze Sophia Loren en ten slotte een wellustig kroelende Brigitte Bardot. De Russische sopraan Olga Peretyatko doet dat meesterlijk en zingt prachtig warm en boos.

Maar daar blijft het niet bij. De bedrogen echtgenoot Geronimo verdubbelt zich in twee andere personages en uiteindelijk in alle mannen van het koor: allemaal heren in pyjama met een grijze regenjas erover. Niet zo erg aantrekkelijk, niet voor Fiorilla en niet voor ons. Verveelde mensen die een avontuurtje zoeken zijn van alle tijden, Stendhal was er gek op. Maar hier is het jammer dat die intrigerende figuur van de poeta nog alleen maar een afsplitsing is van de bedrogen echtgenoot en geen eigen inbreng krijgt. Het Nederlands Philarmonisch Orkest schitterde onder de ervaren dirigent Carlo Rizzi ook niet zo als anders. Stendhal had het wel aardig gevonden, denk ik. Maar meer ook niet.

Il turco in Italia, t/m 29 april in het Muziek­theater, Amsterdam. www.dno.nl