Turske sloebers worden de stad uit gejaagd

Istanbul – Iedereen is weg uit Tarlabasi. Op een van de overgebleven muren van de wijk heeft iemand met rode verf ‘waar is iedereen’ geschreven. Kort geleden hadden Koerdische migranten, Afrikaanse illegalen, schreeuwende zigeuners, tippelende travestieten en ontheemde Turken hier een leven.

De nieuwe stadsvernieuwingswet die door de regerende AK-partij door het Turkse parlement is geloodst, is helder: het ministerie bepaalt welke woningen niet veilig genoeg zijn voor een verwachte aardbeving, bezwaar is niet mogelijk, sloop je niet zelf, dan komt de gemeente het voor je doen en in ruil voor je gesloopte huis krijg je een ander huis van de overheid. Zo klaar als een klontje, miljoenen inwoners van de armere wijken in de grotere steden in Istanbul, Ankara en Izmir kunnen zich net als de paupers van Tarlabasi opmaken voor de sloopmachines.

Is deze aankomende massasloop werkelijk bedoeld om levens te redden bij een grote aardbeving of verschaft een toekomstige aardbeving de bestuurders van het land en de bouwmagnaten een prachtig voorwendsel om de armen uit de centra van de steden te verdrijven? De Turken hebben zo vaak aardbevingen meegemaakt en de angst ervoor zit zo diep dat de stads­vernieuwing, misschien wel de meest rigoureuze wet van de Turkse republiek, geen noemenswaardige weerstand kende.

De groeiende Turkse economie heeft veel nieuwe rijken geschapen die in de centra van de steden huizen willen kopen. De grond van de sloebers in die centra is te veel waard geworden. En de metaforische aardbeving, die heeft in de wijk Tarlabasi in Istanbul al huisgehouden. Alle mensen zijn vertrokken daar, om in flats aan de rand van de stad een echte aardbeving af te wachten.