Shailesh Bahoran in Dans met mij, presentatie Jan Kooijman © NTR

Dat Jan Kooijman vroeger danser was, is te merken wanneer hij jurylid is bij dans-afvalraces op televisie. Daar kan hij zijn kennis helder en gepassioneerd etaleren. Maar wie bij het grote publiek bekend wordt met een jarenlange rol in Goede Tijden, Slechte Tijden, en daarna met voorgeschreven enthousiasme de meest uiteenlopende programma’s presenteert, wordt onderdeel van het contingent inwisselbaar knappe tv-BN’ers. De negen jaar dat Kooijman bij het vooraanstaande Rotterdamse gezelschap Scapino danste, is dan toch weer snel vergeten.

Een nieuwe ntr-serie brengt zijn twee carrières bij elkaar. In het vierdelige Dans met mij portretteert Kooijman Nederlandse choreografen. Bij de eerste beelden denk je even dat het over hém gaat: in losse trainingskleren spreekt hij in kleermakerszit tot de kijkers. ‘Toen ik nog danste…’ En daar zien we hem op een archiefduet in blote bast en maillot zijn benen lenig opgooien en zijn armen elegant strekken. Dan blijkt deze introductie veel meer dan een herinnering die zijn betrokkenheid bij het onderwerp moet demonstreren. Kooijmans eigen verleden, ‘toen het podium gedomineerd werd door technisch getrainde dansers’, is het startpunt van zijn nieuwsgierigheid naar wat er sindsdien is veranderd. ‘Tegenwoordig wordt de dans beïnvloed door andere dansstijlen, andere culturen.’

Hij gaat op zoek naar de nieuwe generatie dansmakers die dit heeft opgeleverd. En Kooijman is geweldig op zijn plek als de gids die de kijkers meeneemt. Hij maakt op een relaxte manier contact, combineert vragen over de levensloop van choreografen met danstechnische informatie. De eerste aflevering gaat over de invloed van de hiphopcultuur, die heeft geleid tot ‘een spannende fusion-dans met invloeden van de straat’. De twee choreografen die centraal staan, zijn zonder officiële opleiding begonnen. Kooijman ontmoet Shailesh Bahoran in het winkelcentrum in Nieuwegein waar hij als jongetje door een groep breakdancers gevraagd werd om mee te komen doen. ‘Wat was de eerste move die je leerde?’ vraagt Kooijman. Waarop Bahoran een ‘turtle freeze’ voordoet: horizontaal lift hij op het pleinbankje zijn lichaam, balancerend op twee handen, en dan op één. Dat wil Kooijman ook wel eens even proberen. Het leuke van die poging is dat Kooijman laat zien hoe moeilijk dat is, want kreunend stort hij halverwege ter aarde.

Het verhaal over Bahoran wordt doorsneden met dat van Justin de Jager, die bij een jeugdhonk met dansen begon. Mooi is dat de ontwikkeling van beide dansmakers geïllustreerd wordt met oud beeldmateriaal waarin je ziet hoe ze vanuit de breakdance evolueerden, én met filmpjes van degenen die hen inspireerden. Persoonlijke weetjes staan ten dienste van hun ontwikkeling als choreograaf. De Jager, die op het Albeda Danscollege niet in het plaatje paste van de danser die alles opvolgt wat een choreograaf bedenkt, zocht net als in de hiphop naar wie hij zélf was, en naar verzachting en subtiliteit. Bahoran verwerkte spectaculair in zijn bewegingstaal wat hij bij zijn Pakistaanse ouders op de Indiase tv zag. Bij de korte choreografieën die zij speciaal voor het programma vervaardigden, begrijp je als kijker echt wat je ziet. En dat gebeurt niet vaak bij dans op televisie.

Vanaf 4 april wekelijks te zien op NPO 2