Tussen aankomst en vertrek

Op een perronmuur op station Schiphol draait Marijke van Warmerdams film ‘De douchende man’. Voor dichter K. Michel is het een baken van rust in de kouwe drukte van de luchthaven.
De douchende man is dagelijks te zien in het station van Schiphol van 7 tot 11 uur en van 16 tot 19 uur.
MET DE TREIN van veertien over het uur arriveer ik op het station van Schiphol. Ik stap uit en blijf op het perron wachten tot de trein wegrijdt, en dan verschijnt op de perronwand achter de trein het filmbeeld van een douchende man.

Hij staat in een badkamer voor een muur van hemelsblauwe tegels met een strak raster van witte voeglijnen terwijl een parapluvormige douchestraal op zijn hoofd neerregent en langs zijn gezicht en schouders druipt. De man staat er gelaten bij, hij kijkt voor zich uit met een onbestemde blik en hij beweegt niet. Af en toe tuit hij zijn lippen een beetje en zucht, waardoor het straaltje water dat langs zijn neus glijdt voor zijn lippen begint te flubberen. Verder gebeurt er nagenoeg niets. Na verloop van tijd heft de man zijn armen en strijkt met beide handen zijn haar strak naar achteren. Een gebaar dat een bijna dramatische lading krijgt. ‘Kijk, kijk, nou veegt-ie zijn haar weg’, zegt een jongen opgewonden tegen zijn vriendin. Het douchen gaat eindeloos door en als de man voor de tweede keer zijn armen heft wordt duidelijk dat begin en eind van het stukje film aan elkaar zijn geplakt; het is een loop. De meeste mensen op het perron kijken verbaasd en geamuseerd toe. 'Zie je, daar zit de las’, zegt de jongen tegen zijn vriendin.
Links van mij zie ik een jongetje tegen de roltrap op lopen. Tree na tree daalt onder zijn schoenen door terwijl hij soepel van de ene voet op de andere springt. Zo blijft hij een tijdje op dezelfde hoogte lopen. Het valt me op dat de dalende traptreden op de douchestraaltjes lijken. Het kijken ernaar doet me denken aan het turen naar vallende sneeuwvlokken. Ik word er een beetje draaierig van. Ineens versnelt de jongen met superieur gemak zijn tempo en verdwijnt in het trapgat.
Ik besluit ook naar boven te gaan. Na de kale vormgeving van het stationsperron is het een schok om in de hal van het nieuwe winkelcentrum op te duiken. Een overweldigende warboel van lichtjes, kleuren, buizen, reclameborden en allerlei soorten wegwijzers. Mensen bewegen kriskras door elkaar terwijl ze koffers op wieltjes achter zich aan trekken of bagagewagentjes voor zich uit duwen. Rode cijfers geven hoog boven het gewoel de tijd aan. Een stem waar de koperpoets vanaf straalt, waarschuwt in vier talen voor de aanwezigheid van zakkenrollers.
OMDAT DE VORM van Schiphol Plaza onduidelijk is (geen vierkant, geen cirkel) weet ik niet goed welke kant ik op zal gaan, dus dwaal ik op goed geluk maar wat rond. De Plaza is een passeerplek met een veelheid aan uitgangen, een plein dat omzoomd wordt door winkelgalerijen. Alles glanst en straalt; de grote reclameborden, de liftkokers, de winkeletalages en zelfs de vuilnisbakken. Alle kleuren zijn opgepept en hebben de toon van kleurentelevisiekleuren. In schril contrast met de soberheid van de film op de wand van het station voert hier de esthetiek van gelipstickte lippen en gepoetste motorkappen de boventoon.
Ik passeer een informatiebalie. Aan de keurige juffrouw vraag ik of ze mij iets kan vertellen over 'de douchende man’. Ze haalt er een map bij en vertelt dat het een kunstwerk is van Marijke van Warmerdam (1962) die al vaker loops heeft gemaakt, onder andere van een meisje dat een handstand maakt. 'Maar wat het betekent, moet u mij niet vragen’, zegt ze verontschuldigend.
Ik loop verder en verzeil in de aankomsthal. Groepjes mensen staan onrustig te dringen voor een glazen wand. Af en toe vindt er in de massa een explosie van gewuif plaats, begeleid door kreten en hoge gilletjes.
Ik zie een teken dat de richting wijst naar het bezoekerscentrum Schipholscoop. In de hoop te belanden in kalmere sferen volg ik de pijltjes, die blijken te leiden naar een ruimte die doet denken aan de controlekamers in een James-Bondfilm. Er staan talloze apparaten die informatie verschaffen over het reilen en zeilen van de luchthaven en het barst er van de beeldschermen die laten zien hoe onder andere de bagagebehandeling plaatsvindt. Duizelingwekkende getallen vliegen mij om de oren. Ook staat er een kokosnootvormig ding waarin de groei van de luchtverbindingen wordt getoond. Hoogtepunt van het bezoekerscentrum is een enorme luchtfoto van Noord-Holland die op de vloer is geplakt en die door plexiglas wordt beschermd. Het is een sensatie om over de kleurige fotolandkaart te lopen (schoenmaat 43 is ongeveer 1700 meter); als ik op het IJsselmeer ga staan, krijg ik door al dat water onder mij een slap gevoel in de knieën.
Alles wat het bezoekerscentrum toont, is reuze instructief en vermakelijk, maar al gauw wordt mij duidelijk dat de Schipholscoop niet op onbaatzuchtige wijze een educatief doel dient, neen, ook hier wordt iets verkocht, namelijk de noodzaak van het vliegverkeer en de onontbeerlijkheid van de groei van de luchthaven (dat wil zeggen: een nieuwe landingsbaan). De vrome toon waarop het onderwerp geluidshinder wordt behandeld, spreekt wat dit betreft boekdelen.
IK WANDEL TERUG naar de aankomsthal en ga met de roltrap naar de vertrekhal. Eigenlijk is Schiphol een ideale stad, bedenk ik, want alles wat je nodig hebt, is aanwezig en binnen handbereik: er zijn restaurants, winkels, hotels en banken. Je kunt er mensen ontmoeten, boeken kopen en naar kunst kijken. Alles wordt goed schoongehouden en goed bewaakt. Er zijn legio communicatiemiddelen aanwezig en de verkeersverbindingen zijn prima. Bovendien is Schiphol zo goed gebouwd en geïsoleerd dat je nergens anders in de wijde omtrek zó weinig hinder ondervindt van vliegtuiglawaai.
Eenmaal in de vertrekhal aangekomen, schrik ik van de gaten in de vloer die zijn bedekt met plexiglas. Monitoren met radarbeelden grijnzen de toeschouwer onder zijn voeten tegemoet, waarschijnlijk ook een kunstwerk. Zwarte gaten waarin je voorover - achter je blik aan - het luchtruim in tuimelt. Lang na het vertrek, als de vliegtuigen ook vanaf het promenadebalkon niet meer te zien zijn, kun je ze nog waarnemen, als stipjes, op de radarmonitoren in de vloer van de vertrekhal. Het nemen van afscheid is iets dat zich ongrijpbaar ver in ruimte en tijd kan verlengen.
Iemand die ik goed ken heeft in zijn testament laten vastleggen dat zijn telefoonaansluiting na zijn dood gehandhaafd moet blijven, zodat wij, zijn vrienden, hem kunnen bellen en dan te horen krijgen: 'Hallo met mij, ik ben nu niet thuis, maar laat een boodschap achter, dan bel ik je bij thuiskomst zo spoedig mogelijk terug.’
ALS IK EEN HALF uur later weer op het perron tegenover de douchende man sta, valt me op dat hier niets wordt aangeprezen of te koop aangeboden. En er wordt evenmin een boodschap opgedrongen. Het filmpje van de douchende man vertoont een weldadige afwezigheid van de kouwe drukte die heel Schiphol domineert. Het is een baken van eenvoud en rust. Onverstoorbaar staat hij de douchestraal te ondergaan, zonder iets van ons te willen. In de beauty-shops van Schiphol Plaza en in de shampooreclames wordt douchen geassocieerd met intense erotische en atletische ervaringen, liefst op exotische lokaties. Slank en krachtig en glimmend als otters lachen prachtige mannen en vrouwen ons toe: 'Zou jij ook niet zo willen zijn?’
Deze associaties en de sfeer van het buitengewone worden door Van Warmerdam ontweken. De film toont een alledaagse handeling zonder die interessanter te maken, zonder daaraan iets toe te voegen. Wat zij heeft gedaan is de handeling uit de stroom van gebeurtenissen isoleren en heel sec presenteren. Daardoor word je niet gedwongen maar uitgenodigd er eens goed naar te kijken - word je uitgenodigd te ervaren hoe wonderlijk een alledaagse handeling is. Onwillekeurig ga je daardoor diepzinnige vragen stellen over het hoe en waarom van wat je ziet. Maar alle pogingen om de film te doorgronden krijgen geen vat op de onnadrukkelijke aanwezigheid van de man onder de waterstraal. Alle duidingen glijden van het kunstwerk af, inderdaad als waterdruppels. Onverstoorbaar doucht hij verder, dag in dag uit. Wat overblijft is het vermoeden dat hier een pleidooi wordt gehouden voor de schoonheid van iets gewoons: kijk nou eens hoe mooi dat is!
Ik loop naar het andere perron en vertrek met de trein van zes over het uur.