Tussen afstand en omhelzing

Chris Keulemans, Een korte wandeling: in de heuvels. Uitgeverij Van Gennep, 109 blz, f20,-
HOE ZOU DE WERELD eruitzien als Amsterdam plots in een soort Bosnie zou blijken te liggen? Wat zou overeind blijven en wat niet? Wie zou wie verliezen, hoe en wanneer zouden de herinneringen bovenkomen aan geluiden uit een vorig leven, welke straten zou je nog in kunnen en welke niet? Wat zou er van de vertrouwde boekhandel om de hoek zijn geworden?

In Een korte wandeling in de heuvels vraagt Chris Keulemans zich niet af of zoiets uberhaupt zou kunnen gebeuren: het is al gebeurd als we het verhaal binnenkomen. De hoofdpersoon is op de vlucht, eerst naar Abcoude in een bootje, later door een landschap dat onduidelijker wordt met de opkomende herinneringen, en tenslotte in Engeland, waar hij terugdenkt aan zijn onbereikbaar geworden leven.
Dit gegeven wordt ons niet ordelijk gepresenteerd zoals in deze samenvatting. De herinneringen aan de vlucht en aan verder in de tijd terug liggende momenten worden door elkaar gehaald. Dat geeft het boek een enigszins angstwekkend reele toon: hier wordt geen verhaaltje verteld, geen parabel opgedist met modieuze ingredienten, maar een concreet navoelbare ervaring beschreven. Het geheugen doet zijn pijnlijke werk, en dat gaat in horten en stoten.
Precies met deze verontrustende navoelbaarheid is Keulemans een spel gaan spelen: want wat hij aan herinneringen opdiept, bevat veel materiaal dat autobiografisch is en rechtstreeks herkenbaar: zijn eerste boekhandel in Antwerpen, Stichting Perdu en de boekhandel De Verloren Tijd in de Kerkstraat, de vrienden van vroeger, de schrijversbuurt waar Willem van Toorn, Remco Campert, Marja Brouwers, Carel Peeters, Bernlef en anderen woonden, Anna Tilroe die dubbel slaat van het lachen als ze binnenkomt in De Verloren Tijd, en het lezen van Francis Ponge, wat hem aan de dichter Huub Beurskens doet terugdenken, maar waar die laatste inmiddels verblijft is hem een raadsel. Hij werd het laatst ergens in de buurt van Venetie gezien. Alles is verleden tijd en ontoegankelijk geworden. Dingen van voor de oorlog.
DEZE DENKOEFENING werkt aanstekelijk op de verbeelding. Ooit, op een regenachtige avond, las Beurskens in De Verloren Tijd zijn hele bundel Charme voor, die over Venetie gaat. Ik kan me herinneren hoe het steeds harder begon te regenen op het platte dak van het zaaltje, totdat we alleen geruis hoorden en de mond van Beurskens onhoorbare woorden bleef zeggen. Toch bleef iedereen ademloos luisteren naar wat zich daar voltrok: een dichter die onhoorbaar werd terwijl we toekeken. Alsof hij al vanuit een verleden tijd tot ons probeerde te spreken.
Dit is een persoonlijke herinnering, die niet in het verhaal voorkomt, maar ze raakte bij het lezen van dit boekje al net zo overladen door een gevoel van ontoegankelijkheid: een verleden dat nog vlakbij ligt en toch op een vreemde manier aan ons ontsnapt. Deze spanning bouwt Keulemans vakkundig en zorgvuldig op.
Het aangenaam verrassende van deze novelle is, dat de constructie van het verhaal nergens gewrongen of gezocht aandoet. Je krijgt, integendeel, zonder dat de schrijver daar ook maar een keer expliciet op wijst, onwillekeurig het gevoel dat je eindelijk begrijpt hoe het zou zijn wanneer Amsterdam Sarajevo zou heten: concreet, in details die gisteren banaal leken en nu bijna bijbels worden door de kloof die gaapt tussen jou en je verleden.
De aanstichters van het onheil worden door Keulemans opzettelijk in het vage gelaten: er worden jongens in bomberjacks gesignaleerd, er worden huizen vernield, maar alles lijkt zonder plan en volstrekt onvoorspelbaar, alhoewel de vernieling voortwoekert door de stad. De verteller staat volkomen buiten de structuur van het geweld. Hij neemt alles waar met een soort omzien in verwondering, en probeert mensen, dingen en plekken te redden voor de ondergang in het geheugen door ze te benoemen.
Wat Keulemans doet, is uiteraard ‘gewoon’ zijn herinneringen neerschrijven, een stuk van zijn eigen leven in kaart brengen, hoe hij in Amsterdam zijn identiteit heeft gezocht, hoe en waarover hij heeft nagedacht, hoe hij heeft geleefd en welke verwachtingen hij heeft gekoesterd. Zo geformuleerd, lijkt zijn opzet nogal vroegrijp: een jonge schrijver die terugblikt op de 'temps perdu’, dat kan iets pedants hebben.
'Ik schrok ervan hoeveel schoonheid ik heb moeten vergeten om dit leven te doorstaan’, zegt hij ergens in een mooie paragraaf over de gitarist Tom Verlaine. Ook dat kan een beetje pathetisch klinken, zo uit zijn context gerukt. Maar het wonder van dit boekje, en ook de reden van mijn bewondering, is Keulemans’ stijl. Die is, vanaf de eerste tot de laatste zin, beheerst en afstandelijk, en tegelijk warm en betrokken. Die combinatie, die rijpheid, vind ik voor een nog zo jonge schrijver wonderlijk.
'HOE LEEST een vrouw dit boek? Ik luisterde naar Camille, terwijl ze over haar afkeer van de man heenstapte en uitkwam op de leegte waarin mensen liefhebben. “Tussen afstand en omhelzing balancerend zoekt degene die liefheeft een moeilijk en nooit te vinden evenwicht”, zei ze tenslotte. Ze citeerde Yann Andrea, een man die verzonken in zijn bewondering voor (Marguerite) Duras aan haar bed zit: “Ik weet niets van u. Ik zie niets dan u, slapend op het witte bed. Tussen u en ik de definitieve scheiding: ik hou van u.”
Veel kan ik er niet over zeggen.’
Hier schuilt naar mijn gevoel de kerngedachte van de novelle: afstand en omhelzing, dat is wat Keulemans de hele tijd doet met de stad die hij liefheeft om zijn multiculturele, veelzijdige karakter, om zijn exotisch bonte samenleving, en wie liefheeft kan angst krijgen voor verlies. Dit is duidelijk een verhaal over de stad waar ook iemand als Anil Ramdas werkt en denkt. Daarom is dit geen zoveelste boek geworden waarin een schrijver door een roman binnen de grachten zijn identiteit wil bevestigen. Het is integendeel de bekentenis van iemand die als een nomade leeft op de plek waarvan hij houdt. Dat werkt een soort ontroering in de hand, die je niet meer loslaat tot de laatste pagina. Soms moet ik onwillekeurig denken aan de roman Leila van de door Keulemans in het verhaal opgevoerde Beurskens: daar komt Amsterdam op groteske manier zo'n beetje aan de Nijl te liggen. Ook daar is de plek die je bewoont tegelijk een nomadische plek geworden.
Ik vind een aantal pagina’s in dit boekje beangstigend mooi, en het feit dat hier iemand een zeer actueel levensgevoel kan beschrijven op een uiterst meditatieve manier, toont aan dat al die voorspellingen over het feit dat nieuwe en jonge literatuur niet om flitsende clips heen kan, een beetje infantiel zijn. Keulemans heeft de adem van een groot schrijver, en hij bewijst voor mijn part meteen ook hoe onzinnig het is dat een aantal critici nog steeds zit te wachten op een 'nieuwe Mulisch’, een 'nieuwe Reve’ of een 'nieuwe Hermans’. Nieuwe sterren hoeven er absoluut niet te komen. Als er zo nu en dan een stem bij komt die nieuw is op een volstrekt eigen manier, zoals dat met Keulemans het geval is, dan pas is een literatuur springlevend.
Met deze fraai uitgegeven novelle viert uitgeverij Van Gennep haar vijfentwintig-jarig bestaan. Het doet pijn te bedenken dat Rob van Gennep dit niet meer kan lezen. Want vanuit dezelfde 'afstand en omhelzing’ heeft hij aan een utopisch Amsterdam gewerkt met de opbouw van zijn fonds.