Terreur en contraterreur in Pakistan

Tussen Amerika en Taliban

Het terroristisch geweld en de strijd ertegen hebben zich inmiddels over heel Pakistan verbreid. De beloofde democratisering van het politieke bestel is uitgebleven. De elite duldt geen zeggenschap van de bevolking.

Islamabad - Minder dan een uur na de aanslagen in Lahore is de televisie al ter plaatse. In de ontbijtruimte van mijn hotel in Islamabad zitten we zwijgend te kijken naar beelden van de ineengestorte gebouwen, verminkte lichamen en om hulp roepende overlevenden. Het terroristisch geweld en de strijd ertegen is niet langer een conflict dat zich in de dunbevolkte en afgelegen streken langs de grens met Afghanistan afspeelt maar heeft zich over heel Pakistan verbreid. Het is niet de eerste keer dat de hoofdplaats van de centrale provincie Punjab met terreur te maken heeft gekregen. Een half jaar geleden kon ik vanuit mijn logeeradres in de stad het plein zien waarop een goedbewapend commando de bus van het Ceylonese cricketteam had aangevallen. Deze keer ging het om een zelfmoordactie en droegen de daders een gordel met explosieven om de vijand te treffen en hun eigen martelaarschap te omarmen.
De vijand was vanochtend een gebouw van de staatsveiligheidsdienst dat als ‘ondervragingscentrum’ in gebruik was. Het lag in een drukbevolkte wijk en omwonenden konden zien hoe dag en nacht geblinddoekte gevangenen werden binnengebracht waarna sommigen van hen voorgoed verdwenen. Uit angst voor collateral damage had de buurt bij de autoriteiten erop aangedrongen van deze bewakers van haar veiligheid bevrijd te worden. Tevergeefs, want de Special Investigative Agency (sia) leidt geen publiek bestaan en is dus aan de burgerij geen verantwoording schuldig. De autoriteiten die in de loop van de dag naar de onheilsplek komen om, staande voor de puinhopen, plechtig te beloven dat de daders hun gerechte straf niet zullen ontlopen, zijn wel goed beschermd. Een stoet auto’s met loeiende sirenes kondigt aankomst en vertrek van deze vips aan en het aantal bewakers dat hen omringt getuigt van hun voornaamheid.
Het verslag in de kranten over de aanslag ging vergezeld van twee nieuwsfeiten die niet minder dan de terreurdaad zelf de treurigheid kenmerken van het politieke regime in Pakistan. In de eerste plaats het bericht dat de dokters van het Jinnah-ziekenhuis besloten hun staking te onderbreken om de binnengebrachte gewonden van de aanslag te verzorgen. Zij hadden kort tevoren het werk neergelegd uit protest tegen het gedrag van één van de opgenomen patiënten. Het ging om een politicus van de Muslim Liga die uit ontevredenheid over de verpleging zijn lijfwachten bij zich aan bed had ontboden om de hem verzorgende artsen in elkaar te slaan. Iedere zichzelf respecterende politieke figuur omringt zich met een gevolg van huurlingen die klaarstaan om de opdrachten van hun baas uit te voeren, als het moet met harde hand.
Even veelzeggend was het persbericht die dag van de aanstelling van een topcrimineel als hoofd van de afdeling van de sia die is belast met de bestrijding van economische criminaliteit. Tijdens de langdurige straf die de man jaren geleden uitzat voor corruptie en omkoping raakte hij bevriend met Asif Ali Zardari, echtgenoot van Benazir Bhutto, die na zijn afzetting als minister voor Investeringen voor soortgelijke delicten in de gevangenis verdween. Beide grootoplichters hebben hun streken niet verloren en zijn elkaar altijd trouw gebleven. De een heeft het als weduwnaar van zijn vermoorde vrouw tot president geschopt en helpt nu de ander die als hoge ambtenaar zijn zwendelpraktijken nog steeds voortzet. Niet zijn louche reputatie maar het uitlekken ervan levert enig ongemak op. Zulke misstanden zijn aan de orde van de dag in een politiek bestel dat beheerst wordt door grootgrondbezitters en oorlogsheren, die geen ander belang erkennen dan dat van henzelf.
Zardari is al meer dan een jaar aan de macht maar mist elke geloofwaardigheid. Zijn militaire voorganger had zich in toenemende mate gehaat gemaakt. Onder Amerikaanse druk moest Musharraf uiteindelijk het veld ruimen. Weliswaar had hij zich als een trouwe bondgenoot gedragen, maar juist zijn onversneden pro-westerse koers riep in het land zo veel weerstand op dat zijn vervanging onvermijdelijk was geworden. Na herstel van het civiele gezag is de beloofde democratisering van het politieke bestel uitgebleven. Vooral omdat de elite van Pakistan geen zeggenschap van de bevolking duldt en de extreem ongelijke verdeling van eigendom en macht handhaaft.
Toch vormt de heersende klasse geen gesloten front. Zij is onderling sterk verdeeld en voert zowel binnen als buiten het parlement strijd om aan de macht te komen dan wel te blijven. Aan de autoritaire heerschappij draagt bij dat het leger geen afstand heeft gedaan van zijn spilpositie in het staatsbestel. De militairen leggen niet alleen beslag op een onevenredig groot deel van het nationale budget, ze hebben ook de voornaamste economische sectoren in handen: van aannemingsbedrijven, scheepswerven, vastgoedhandel, mijnbouw en transportondernemingen tot broodbakkerijen, zuivelfabrieken, winkelketens en grootgrondbezittingen. Net als andere hoge officieren heeft Musharraf bij zijn ontslag een landgoed gekregen om het comfortabele bestaan voort te zetten dat bij zijn rang past.
Terwijl de overgrote meerderheid van de boerenbevolking weinig of geen grond heeft is met Saoedi-Arabië en Koeweit een deal gesloten om de voedselzekerheid van die goede buren te waarborgen. De elite blokkeerde na de onafhankelijkheid stelselmatig elke roep om landhervorming ten gunste van de bezitsloze boerenmassa, maar ziet er geen been in een omvangrijk areaal aan vruchtbare landbouwgrond buiten het eigen land te verkwanselen. Staat het leger niet klaar om opnieuw de macht over te nemen? Ach, het politiek bestel is failliet en niet opgewassen tegen het dictaat dat het militaire apparaat de samenleving oplegt. Op last van het Hooggerechtshof is het corruptieproces in Zwitserland tegen Zardari heropend, een probaat middel om hem en zijn cronies onder curatele te stellen.

In plaats van de belangen van de eigen onderdanen te behartigen maakt de staat zich dienstbaar aan Amerika. De tegenprestatie voor erkenning van dit vazalschap is de hulp in geld en goederen, vooral wapens, die Pakistan al sinds een lange reeks van jaren van de VS ontvangt. Een nieuwe tranche van die verbintenis is de recente Kerry-Lugarwet die de hulpverlening voor de komende vijf jaar omhoog schroeft tot 7,5 miljard dollar met als voorwaarde dat de Pakistaanse overheid plechtig toezegt een einde te maken aan de terroristische dreiging op eigen bodem. Zeker, ook in dit geval heeft de gulle geldgever laten weten de harten en zielen van de bevolking te willen winnen en geen cheque uit te schrijven waarvan de hoofdsom voor steun aan allerlei fundamentalistische groeperingen wordt besteed of al direct in de zakken van de militaire en civiele machthebbers verdwijnt. Hillary Clinton en Richard Holbrooke hebben voldoende fatsoen om op lotsverbetering van de straatarme bevolking aan te dringen.
Toonaangevende kringen wijzen dit gemoedsappèl echter verontwaardigd van de hand als een ontoelaatbare inmenging in binnenlandse zaken. De keuze tussen terreurbestrijding en versterking van de democratie betekent dat de eerste doelstelling vooropstaat terwijl de laatste alleen met de mond wordt beleden. Het hoofd van usaid in Islamabad moet onder de vlag van goed bestuur en samenlevingsopbouw voor juni een bedrag van driehonderd miljoen dollar zien uit te geven. Naar mij verteld wordt zijn vrouwen en dochters van generaals en hoge bureaucraten druk bezig met het oprichten van non-gouvernementele organisaties om zich van deze geldpot meester te maken.
Waarom zou een bevolking tot gehoorzaamheid aan een staat gehouden zijn die niets voor haar doet? Hoewel de armoede nog steeds toeneemt worden fondsen, bedoeld om de nood van de armen te verlichten, overgeheveld om in de kosten van de opgevoerde militaire operaties te voorzien. Maar het is voorbarig de groeiende aanhang van de Taliban uit te leggen als bewijs voor de populariteit van extremistische bewegingen als Lashkar-i-Taib of Jaish-i-Mohammad. Het is veeleer de materiële beloning die de mensen ertoe brengt hun kinderen naar een puriteinse madrassa te sturen waar ze behalve koranonderricht ook een middagmaal krijgen. Niet godsdienstige intolerantie maar geldelijke vergoeding is de weg waarlangs de predikers van haat en geweld hun doel willen bereiken.
Wat brengt opgeschoten jongens ertoe zich met explosieven te omhangen om dood en verderf te zaaien? Het verhaal wil dat de meeste zelfmoordenaars geen door de wol geverfde fanatici zijn. Van vele kanten krijg ik te horen dat zij op jonge leeftijd worden geworven uit arme gezinnen die een flinke vergoeding krijgen voor het offer dat zij voor de goede zaak bereid zijn te brengen. De Pakistaanse Tehrik-i-Taliban, die deze aanslagen claimt, beweert zich te richten tegen de staat, maar gaat er achteloos aan voorbij dat veel slachtoffers onschuldige burgers zijn, gedood in schoolgebouwen of op marktplaatsen. Alweer collateral damage of een ontsteking die op het verkeerde moment afging?
Tegenover deze terreur staat het geweld van het Westen, dat ertoe neigt islamitisch fundamentalisme met extremisme en terrorisme zoniet gelijk te stellen dan toch in elkaars verlengde te zien. Het is een gedachtegang waarin de onherbergzame streken tussen Pakistan en Afghanistan als de schuilplaats van het kwaad in de wereld worden aangewezen. In deze zoektocht naar de bron van terreur passen niet de tweede of derde generatie moslimjongeren die in het Westen opgroeien en zich, op zoek naar hun identiteit, tot geweld bekeren. In een orwelliaans aandoende omkering van termen zijn de Taliban - ontstaan als benden zeloten, daarna door de cia betaald en bewapend om het sovjet-imperialisme te bevechten - van een goede in een slechte kracht veranderd. Opsporen en vernietigen is het Amerikaanse bevel waarmee het leger van Pakistan op pad is gestuurd om de achtergestelde tribale gemeenschappen, die nooit tot het staatsbestel zijn toegelaten, te bekeren tot wat beschaving heet. In Balochistan is een volksopstand tegen het centrale gezag gaande waarmee de Taliban weinig of geen bemoeienis hebben. Toch wil Big Brother dat ook naar deze arme provincie troepen worden gestuurd om rust en orde aan de poreuze zuidgrens met Afghanistan te herstellen.

Islamabad is altijd de saaiste stad in Pakistan geweest. Het is geen plaats waar gewone mensen werken en wonen, maar een verzameling van gebouwen waarin overheidsdiensten zijn ondergebracht en buitenlandse vertegenwoordigingen hun vestiging hebben. Bezoekers uit binnen- en buitenland zijn voor de duur van hun verblijf aangewezen op hotels die hoger geprijsd zijn dan in andere steden. Mijn kleine hotel ligt in een stille straat en is als zodanig aan de buitenkant onherkenbaar. De toegang ertoe is niet uitnodigend: een gesloten poort in een hoge muur die opengaat als de bewaker aan de andere kant geen reden heeft om onraad te vermoeden. Uitstappen uit de auto gebeurt pas op de binnenplaats uit het zicht van voorbijgangers.
In Islamabad zijn geen uitgaanswijken waar vertier en gezelligheid helpen de tijd na kantoorbezoek te doden. Sinds mijn vorige verblijf lijkt de stad nog meer in een vesting te zijn veranderd. Wegversperringen en voertuigen gevuld met schietklare soldaten of politie zijn de tastbare aanwijzingen voor de sfeer van waakzaamheid. Daarbij blijft het niet. Grote delen van Islamabad zijn onbereikbaar voor iedereen die hier niets te zoeken heeft, en dat is het gros der Pakistanen. Zij die wel in de scherp beveiligde binnengordel moeten zijn, worden zonder identiteitspapieren niet toegelaten en stuiten op barricades van zandzakken, prikkeldraad, enorme betonblokken en drempels met ijzeren pennen die in de grond wegzakken.
Nog moeilijker is het om tot ambassades door te dringen. Elk bezoek moet van tevoren telefonisch worden aangekondigd en als ik een afspraak op de Nederlandse vertegenwoordiging maak krijg ik instructie te wachten op de parkeerplaats van een groot hotel waar de dienstauto - een gepantserde terreinwagen, uitgerust met kogelvrij glas en zonder diplomatiek nummerbod - mij zal komen ophalen. Onze route naar de ambassade leidt door afzettingen die alleen onder officiële geleide gepasseerd mogen worden.
Het prefab-gebouw is kant-en-klaar ingevlogen en op het terrein ervoor tref ik enkele stafleden aan die naar buiten zijn gekomen om een sigaret te roken. Zij doen me denken aan cipiers die binnen de gevangenis genieten van wat gedetineerden verboden wordt. Het is geen pretje hier als diplomaat te vertoeven. Een ontberingsrooster verzacht het ongerief en het gemis van gezinsleden. Na zes weken diensttijd volgt een thuisverlof van twee weken. In deze door buitenlanders bezette enclave ontmoet ik functionarissen van internationale instellingen die vertellen dat zij hun getto eigenlijk nooit verlaten en daarvan ook afzien omdat zij zich niet opgewassen voelen tegen de dreiging die 'buiten’ heerst. Islamabad ligt aan het front waar 'de botsing van beschavingen’ in alle hevigheid woedt.

Opgelucht verlaat ik Islamabad om in de voetheuvels van Hindukush een bijeenkomst van non-gouvernementele organisaties bij te wonen. Dit zijn de echte, sociale activisten die strijd voeren tegen de vertrapping van mensenrechten of proberen verbetering te brengen in het lot van de onderdrukte en uitgebuite bevolking. Het is een bonte verzameling van groepen waarvan sommige voor een veilig onderkomen van verkrachte meisjes zorgen, ageren tegen eerwraak en vrouwenemancipatie nastreven, terwijl weer andere kleine boeren bijstand verlenen, milieuvriendelijke landbouw propageren, de bewoners van stedelijke sloppen aan schoon drinkwater helpen of de bevrijding nastreven van miljoenen deelbouwers en landloze arbeiders die in slavernij leven. In de geringe ruimte die de civiele maatschappij van Pakistan is toegestaan houden deze opbouwwerkers de hoop op een betere toekomst in leven.
Kort geleden werd in Peshawar een solidariteitsmars gehouden na het opblazen van een soefi-schrijn, symbool van een tolerante islam waartegen de aanhangers van orthodoxe richtingen fel gekant zijn. De demonstranten getuigen van hun afkeer tegen het fundamentalisme van de Taliban, maar verzetten zich tegelijkertijd tegen de Amerikaanse aanwezigheid in hun land en de manier waarop de leiding van de staat zich als werktuig aan deze grootmacht heeft uitgeleverd.
Luisterend naar de vrijwilligers van deze non-gouvernementele organisaties is het duidelijk dat zij weigeren partij te kiezen in de oorlog die op Pakistaans grondgebied is ontbrand. Tegenover godsdienstig fanatisme dat in terreur doorslaat, zien zij de Amerikaanse wijze van bestrijding als contraterreur. De aanvallen met drones, onbemande vliegtuigjes, en bombardementen vanuit gevechtshelikopters mogen dan de terroristen als doelwit hebben, ze brengen in de dorpen collateral damage teweeg van een grote en verzwegen omvang. Op contraterreur wijst ook het verdwijnen van burgers, die door geheime dienst of leger als subversief zijn aangewezen, zoals blijkens een rapport van de Human Rights Commission Pakistan vele honderden mensen in de opstandige provincie Balochistan is overkomen.
Het betoog van mijn gespreksgenoten komt erop neer dat terreur en contraterreur elkaar in een spiraal van geweld gevangen houden, een escalatie waarvan niet de politieke elite en oorlogsheren maar de gewone mensen het slachtoffer zijn. De stemmen rond onze tafel vertolken een civiel belang dat in de confrontatie verloren dreigt te gaan. De anti-Amerikaanse stemming onder de bevolking is niet simpel een uiting van een bedenkelijke pro-Taliban-gezindheid. De publieke opinie wil het opgedrongen oordeel over goed en kwaad niet zomaar aanvaarden.

Murree lijkt ver weg te liggen van het strijdtoneel, maar dat is een vergissing. Al op weg erheen stuit ik op versperringen en militaire controleposten die de idylle van een tocht door een nog ongerept landschap verstoren. Als we ’s avonds voor een maaltijd naar de lokale markt gaan, blijkt dat die is afgezet uit voorzorg tegen een mogelijke aanslag. Tijdens ons samenzijn komt het bericht binnen dat na de bestorming van het kantoor van een non-gouvernementele organisatie in het Mansehra-district de voltallige staf is geliquideerd. Het vergt moed om sociaal activist in Pakistan te zijn.
Mijn gespreksgenoten zijn zich bewust van het risico dat zij lopen: de kans door terroristen geëlimineerd te worden voor hun verraad aan de goede zaak, dan wel door een geheime dienst, al of niet in samenwerking met Amerikaanse agenten, gevangen te worden genomen op beschuldiging van antigouvernementeel gedrag. Het Hooggerechtshof heeft de overheid nu gelast mededeling te doen over de verblijfplaats van een groot aantal 'vermiste personen’ en openbaar te maken wat er met hen in geheime detentie is gebeurd. Het antwoord op die instructie is, om redenen van staatsveiligheid, uitgebleven. Pakistan is er in zijn korte geschiedenis nooit in geslaagd zich als rechtsstaat te kwalificeren, maar de laatste vijf jaar, sinds het op gang komen van de AfPak-missie, is in die droeve staat van dienst eerder verslechtering dan verbetering gekomen.