Tussen autonomie en overgave

Topics of Conversation van de Amerikaanse niche-auteur Miranda Popkey gaat over veranderende man-vrouwverhoudingen en de zeggenschap van de vrouwelijke personages over hun leven.

Miranda Popkey wil menselijke ervaringen redden uit de tirannieke klauwen van de mal van verhalen © Elena Seibert

Amerikaanse niche-auteurs – of, beter nog, niche-auteurs in de Engelse taal – hebben een concurrentievoordeel ten opzichte van hetzelfde soort schrijvers in kleinere taalgebieden: hun niche is aanzienlijk groter. Voor relatief ingewikkelde, essayistische en licht-avantgardistische boeken, met relatief ingewikkelde, essayistische, (politiek) progressieve onderwerpen, zoals die van Rachel Cusk, Lydia Davis en Maggie Nelson, bestaat potentieel een groter lezerspubliek, en dus hebben hun boeken een grotere kans meer impact te hebben op de hedendaagse cultuur. Ze opereren op dezelfde wijze en op dezelfde plek als David Lynch of Nick Cave in de film- en muziekwereld: aan de randen van de commercie, maar in het culturele epicentrum. Op dat middelpunt van de Engelstalige beschaving is het instapniveau van de gemiddelde lezer hoger, je maakt er kans op de MacArthur Genius Grants of de Booker Prize, op Italiaanse, Zweedse, Franse en Japanse vertalingen. Kortom, voor een Engelstalige schrijver kan een loopbaan in de literaire periferie zowaar lonen.

De Amerikaanse schrijfster Miranda Popkey (1987) ambieert overduidelijk een carrière als niche-auteur. De verteller van haar eerste roman, Topics of Conversation, in de Verenigde Staten inmiddels met lof overladen, is een single thirty something die in de eerste hoofdstukken Henry James en Merchant Ivory namedropt, het heeft over Bloomsbury Day en recensies in The New Yorker en The Golden Notebook zonder uit te leggen wie of wat dat zijn, of wie dat laatste boek schreef.

Een samenvatting van het ‘verhaal’ van Popkeys roman is slecht te geven; veel van de belangrijkste, biografische details over de ontwikkeling van haar hoofdpersonage worden zijdelings en verspreid gegeven. We komen bijvoorbeeld heel terloops te weten dat ze bezig is met een proefschrift over vrouwelijke pijn in jacobijnse wraaktragedies en dat ze weg wil bij haar man, maar pas heel laat waarom ze dat wil. Al is die laatste ontknoping, de enige plottwist van het boek, tegelijkertijd wel en niet een afdoende verklaring. Dit is een logisch gevolg van Popkeys aanpak: de schrijfster wil met haar boek ‘the folly of governing structures’, zoals ze dat noemt, ter sprake brengen, zelfs als die verteller zélf een pleidooi afsteekt voor de kracht van dergelijke verhalen. Een narratief is immers een noodzakelijke ‘attempt to make sense’, zij het niet een gegarandeerd succes.

De verteller van Topics of Conversation weet, ondanks al haar pogingen tot zelfonderzoek, zelf vaak ook niet wat haar beweegt – en waarom. Popkey wil menselijke ervaringen redden uit de tirannieke klauwen van de mal van verhalen. De nuancerende grijstinten die het bestaan kenmerken, laat ze tot leven komen in de gesprekken tussen haar personages. In elk hoofdstuk, vernoemd naar een plaats en een tijd, staan twee of meer vrouwen centraal; vriendinnen, moeders, dochters, onbekende vrouwen van YouTube-video’s – die telkens praten over andere, maar aanverwante onderwerpen, bijvoorbeeld de verhouding die de verteller als student had met een universiteitsdocent en de onenightstand die haar moeder rond diezelfde leeftijd met haar therapeut had (beschadigend versus bevrijdend). De hoofdstukken tezamen thematiseren zo macht, misbruik, misogynie, seksualiteit, ouderschap en de machtsasymmetrie tussen vrouwen onderling, tussen mannen en vrouwen afzonderlijk.

Willen de vrouwen hun eigen leven vormgeven of zich bij de hand laten nemen? Of allebei? Of is dat onmogelijk?

Popkey behandelt in haar tien hoofdstukken bijvoorbeeld de spanning tussen autonomie en overgave, het grijze gebied van consent, van seksisme in rollenspellen en verkrachtingsfantasieën van vrouwen die zich nu juist wel of niet willen overgeven aan de wil van hun partner. De stijl waarin ze dit doet laat zich het best karakteriseren als de momenteel populaire combinatie van ingedikt en breedsprakig: relatief korte momenten beschrijft ze uitgebreid in een meanderende, soms staccato spreektaal. Ook tamelijk modieus is de manier waarop ze tegelijkertijd het verhaal vertelt en reflecteert op het vertelde, scènes in het leven roept en een bespiegeling op die scènes geeft. De verteller hanteert impliciet en expliciet allerlei labels (queer bijvoorbeeld, en socio-economische klasselabels) die gedurende de zeventien jaar die het boek bestrijkt (van 2000 tot 2017) ook weer veranderen, en verwerpt die labels vervolgens vaak weer. Het boek zelf weigert uiteindelijk te kiezen tussen eenheid (een roman met een verhaal) en versplintering (een boek van gelinkte gesprekken of hoofdstukken) en is ook hierin helemaal ‘nu’.

Een roman die in vorm noch stijl heel oorspronkelijk is, moet het van zijn personages, dialogen, handelingen en gedachtegangen hebben. Topics of Conversation begint met de 37-jarige verteller die op haar 21-jarige zelf reflecteert, een studente die in 2000 in de zomer in Italië is, als oppas voor twee jonge kinderen – en als vriendin van een goede vriendin – en de dagboeken van Sylvia Plath leest. Als de verteller het lichaam van de vrouw, haar opdrachtgever, de moeder van een vriendin, beschrijft, uitgebreid, en opmerkingen maakt over haar benen, borsten en harde tepels, zegt ze: ‘I mean none of this critically.’ Ze is zich dus bewust van de objectivering van haar blik. En, later, als ze het over het grote socio-economische gat tussen haar familie en de familie van haar vriendin heeft, spreekt ze over een ‘relative lack of money’lower middle class is in de VS nog altijd iets anders dan de daadwerkelijke armoede die de onderklasse van dat land treft. Popkey loopt het gevaar zo alles dood te slaan met ‘politiek correcte’ nuancering, maar het tegenovergestelde is waar: dergelijke observaties getuigen eerder van een geraffineerde blik op mensen en hun plek in de maatschappij. Ook in andere observaties is Popkey scherp: een essayistische vergelijking tussen afgunst en jaloezie; of tijdens een gesprek in Ann Arbor, in 2002, als de naamloze verteller een promovendus is en met drie andere promovendi praat over sexual predators op Amerikaanse campussen: de vrouwen reflecteren inhoudelijk, genuanceerd en emotioneel betrokken op de status van de vrouw als subject en object.

Een fijn intermezzo is een bespiegeling op het mannelijke ‘genie’ van de Amerikaanse auteur Norman Mailer. Popkey wrijft de lezer zachtjes in dat vrouwen voor Mailer zowel binnen als buiten het boek subjecten zijn; zij zijn wat mannen met hen doen, en wat de omstanders hen toestaan om met ze te doen. Als er een rode lijn is in Popkeys boek is het deze: de zeggenschap van de vrouwelijke personages over hun leven, en de zingevingsvraag die daarbij komt kijken. Willen de vrouwen hun eigen leven vormgeven of zich bij de hand laten nemen? Of allebei? Of is dat onmogelijk? Een van hen verzucht dat ze het ontwerp van haar gedroomde leven, een soort van verlanglijst, op een papiertje wil geven aan haar partner, en dat hij dat dan moet vormgeven.

Veel gesprekken cirkelen om de complexiteit van het vrouwelijk verlangen het eigen leven vorm te geven. Of het nu gaat om ambitie en ouderschap of seks en overgave: een kind geeft voor de alleenstaande moeders, onder wie de verteller zelf, kaders, zingeving. Zij zijn moeder. Tegelijkertijd is dat label voor velen van hen ook snel weer te beperkend. De verteller laat in een van de laatste hoofdstukken de oppas lang wachten terwijl ze zelf gaat naaktzwemmen met een vrouw die haar kinderen heeft verlaten, omdat ze zichzelf niet als moeder zag. Een andere vrouw, die zichzelf als lesbisch omschrijft, wil niet zeggen hoe moeilijk het voor haar was om zelfstandig een kind te krijgen.

Niet alle observaties zijn even raak. Popkey stelt dat een gesprek waarin iemand zichzelf blootgeeft een openbaring is, een soort ontkleding, en dat elke ontkleding iets sensueels heeft. Ik denk dat iemand die over de trauma’s uit haar of zijn jeugd spreekt veel kan voelen, waaronder een soort naaktheid, maar niet een naaktheid van de sensuele soort, en ook de queer-blik van haar verteller voelt soms wat geforceerd.

‘Historical context, it matters’, schrijft ze. Elk tijdsgewricht kent nieuwe (man-vrouw)verhoudingen en elk tijdsgewricht vraagt om nieuwe bespiegelingen op die verhoudingen – ook op onze aannames en ideeën over en omgang met biseksualiteit. Wat dat betreft is Popkeys roman een welkom boek – én een belangrijk boek.