De top van Nederland

Tussen Bloemendaal en Heeze-Leende

Mensen die veel verdienen én hoog opgeleid zijn kunnen gevoeglijk beschouwd worden als ‘elite’. Wat is er over hen bekend?

Medium groene kosmopolieten

STATISTISCH GEZIEN bestaat ‘de elite’ niet. Voor een deel is dat een definitiekwestie: over wie hebben we het nou eigenlijk, wanneer valt iemand binnen de onderzoekspopulatie? Maar voor een deel komt het ook doordat de elite veel meer onderzoek doet naar anderen dan naar zichzelf.

Ga maar na: topambtenaren, sociale wetenschappers en directeuren van maatschappelijke instellingen bestellen het ene na het andere rapport over minderheden, laagopgeleiden, werklozen of bijstandsmoeders. Over hen is dus relatief veel bekend, terwijl voor ‘de elite’ weinig aandacht is. De Nationale Elitemonitor moet nog door het Sociaal en Cultureel Planbureau worden uitgevonden. Op zich is dat begrijpelijk. Onderzoek richt zich nou eenmaal sterker op groepen waar het minder goed mee gaat, of waar ‘beleid op gemaakt’ moet worden.

Het maakt de maatschappelijke voorhoede minder zichtbaar, statistisch gezien dan. Hoe toch een beeld te krijgen? Marktonderzoeksbureau Motivaction deelt Nederlanders in in groepen met gemeenschappelijke waarden. Onder meer de ‘traditionele burgerij’ en de ‘moderne burgerij’. ‘Daar komt de elitekritiek vandaan. Met name de moderne burgerij, die vindt politici zakkenvullers. Ze voelen zich niet begrepen. De wereld is al snel complex en geglobaliseerd’, zegt onderzoeker Martijn Lampert. ‘Mensen uit de burgerij-profielen willen structuur. De groepen waar de elite uit voortkomt hebben daar helemaal geen behoefte aan. Die zijn immers zelfredzaam.’

Welke groepen herbergen wel ‘de elite’? Allereerst de ‘nieuwe conservatieven’. Dit is volgens Motivaction de financiële elite, de liberaal-conservatieve bovenlaag, die hecht aan hiërarchie, status en carrière maken. Ze gaan, in vergelijking met andere groepen, het meest naar het toneel en klassieke concerten. 42 procent bezoekt jaarlijks een klassiek concert, 37 procent gaat jaarlijks naar het toneel - tegen respectievelijk twintig en negen procent van de moderne burgerij. De financiële elite houdt van risico’s, maar ook van etiquette. Ze werken bij multinationals als Unilever, Shell en Philips, bij de grote advocaten- en accountantskantoren en bij consultancybedrijven. Er zitten ondernemers bij en mensen uit het bank- en verzekeringswezen. ‘En ze gaan vaak op stedentrips. New York, Parijs, Rome’, zegt Lambert. 65 procent doet dat, tegen 43 procent gemiddeld. ‘De niet-elitegroepen gaan vaker op zonvakanties.’

Small groene postmodernisten

Een tweede groep zijn de ‘postmaterialisten’. Maatschappelijk en politiek geëngageerd, kritisch, solidair, tolerant. ‘Mensen uit deze groep zijn vaker werkzaam in het onderwijs of bij de universiteit, in de journalistiek, bij goede doelen en op beleidsfuncties in de publieke sector’, zegt Lampert. Het blijkt onder meer uit hun mediaconsumptie. Zeventig procent kijkt regelmatig naar een documentaire, 41 procent kijkt naar discussieprogramma’s en actualiteitenprogramma’s. Bij de moderne burgerij is dat slechts zes procent.

De postmaterialisten zijn ook de kunst- en cultuurliefhebbers die minder op materie en status gericht zijn. Ze gaan naar een filmhuis (37 procent), concerten, cabaret (43) en bezoeken culturele festivals (41). En het zijn natuurlijk lezers: tweemaal zo veel Nederlandse romans en bijna driemaal zo veel vertaalde romans als gemiddeld. Om het cliché compleet te maken doet nog eens 22 procent aan yoga, zo'n vier keer zo veel als andere groepen.

De groep die cultureel nog het dichtst bij de postmaterialisten in de buurt komt zijn ‘de kosmopolieten’. Het zijn ‘open en kritische wereldburgers’, ook zij bezoeken concerten en musea. Maar ze zijn meer gericht op maatschappelijk succes, materialisme, technologie en genieten. Veel managers, topambtenaren en ‘young professionals’ behoren tot deze groep. Ze hebben een voorkeur voor interieur en design (39 procent, het dubbele van de traditionele burgerij) en opiniebladen. En bijna de helft gaat regelmatig naar een museum, terwijl dat gemiddeld zo'n twintig procent is.

Al met al tamelijk voorspelbaar. Maar er zijn ook terreinen waar de verschillen helemaal niet zo groot zijn. Ook van ‘de burgerij’ kijkt bijna de helft regelmatig naar actualiteitenprogramma’s en gaat twintig procent regelmatig naar het toneel. Het geeft aan dat de verschillen niet altijd hard zijn en dat clichés soms ook kunnen verschuiven.

Small groene opgeleid graphic 2

Uiteraard gaan hoogopgeleide vrouwen van middelbare leeftijd in de Randstad het vaakst naar een toneelvoorstelling, museum of ballet. Maar over het geheel genomen groeit, zoals het SCP het noemt, de ‘populaire cultuur’ terwijl de ‘traditionele cultuur’ stabiel blijft. Cabaret, popmuziek en musical winnen het van klassiek en toneel. En die trend is zo stevig dat inmiddels meer dan de helft van de Nederlanders (53 procent) geregeld naar voorstellingen gaat. Het zijn trouwens de zes- tot elfjarigen die het vaakst naar een toneelvoorstelling gaan.

EIGENLIJK ZIJN ER slechts twee echt harde en werkelijk goed onderzochte cijfers voorhanden: opleidingsniveau en inkomen. Mensen die veel verdienen én hoog opgeleid zijn kunnen gevoeglijk beschouwd worden als ‘elite’. Ook dat levert dan relatief bekende verbanden op. Hoe hoger opgeleid, hoe gezonder, bijvoorbeeld, en hoe duurder het huis en hoe ouder u wordt. Academici leven bijna zeven jaar langer dan laagopgeleiden en hebben minder en korter last van chronische ziekten, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek .

Mensen met meer geld gaan, logisch, vaker op vakantie. Hoger opgeleiden met een flink vermogen gaan vaker op golfvakantie. Hoe meer geld en hoger opgeleid de ouders, hoe sneller de kinderen afstuderen, hoe hoger het slagingspercentage en hoe vaker ze naar een (buitenlandse) universiteit gaan. Onder de top-tweehonderd van de Volkskrant zijn rechten en (bedrijfs)economie de favoriet. En het past om de kinderen een gap year te gunnen: na school een jaartje naar het buitenland.

Deze rijke én maatschappelijke elite komt elkaar tegen op recepties of op bijeenkomsten van de Amerikaanse of Duitse ambassadeur, vertelt Jos van Hezewijk, directeur van Elite Research. ‘Er zijn jaarlijkse recepties en evenementen waar iedereen zijn gezicht laat zien; de kerstborrel van VNO-NCW, Prinsjesdag, nieuwjaarsconcerten en de haringparty.’ En makelaar Cor van Zadelhoff organiseert jaarlijks zijn Polo Picknick bij zijn huis aan de Vecht. Maar een evenement als het World Economic Forum in Davos - waar de top van het bedrijfsleven, de politiek, de journalistiek en de non-profitwereld elkaar treft - bestaat niet in Nederland. ‘Uiteindelijk is Nederland een dorp, waar iedereen elkaar al kent en elkaar toch wel tegenkomt.’

Medium groene polo picknick

Men zoekt elkaar op, zeker in relaties en huwelijken, zo blijkt uit onderzoek. ‘Bij ongeveer 85 procent van de paren is er sprake van een zelfde of hooguit licht verschillende opleiding. De combinatie van uitersten, een academisch geschoolde en een partner met een basisopleiding, komt slechts bij twee per duizend paren voor’, aldus onderzoeker Jan Latten in zijn oratie.

Met name universitair geschoolden zijn daar sterk in, zegt Aart Liefbroer, die bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut onderzoek doet naar familiebanden. De kans dat een universitair geschoolde een partner met hetzelfde opleidingsniveau kiest, is vier tot vijf keer zo groot als je op basis van toeval mag verwachten. ‘Er vindt dus een duidelijke matching plaats tussen wo-geschoolden, sterker dan bij hbo'ers. Naast de rol van de universiteit als ontmoetingsplek en het feit dat mensen elkaar vaker tegenkomen in hun beroepscarrière, speelt vooral een rol dat de leefwereld van hoogopgeleiden beter op elkaar aansluit.’

DIE LEEFWERELD ZOU dan vooral gesitueerd zijn in de vier grote steden en een aantal rijke gemeenten in de Randstad. Op basis van het bekende rijtje rijkste gemeenten (Bloemendaal, Wassenaar, Blaricum) zou je dat ook verwachten. Maar juist in die gemeenten is de inkomensongelijkheid het grootst - een aantal huishoudens, geconcentreerd in een paar straten, is zó rijk dat het de boel scheef trekt. De wijk Kievit in Wassenaar, bijvoorbeeld, met een gemiddelde WOZ-waarde van 1,7 miljoen. Het zijn de bekende plaatsen voor ‘oud geld’, al woont de tweede generatie daar al lang niet meer. Van Hezewijk: ‘Vooral het “oude geld” werkt in het buitenland, in het internationale circuit. Je ziet veel nageslacht van bekende families, zoals Loudon, bij internationale financiële instellingen en banken, bij private equity-fondsen en bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Maar wel vaak op het tweede niveau, niet in de top.’

Medium groene neoconservatief

Het Gooi of Aerdenhout is ook al lang niet meer de enige plaats waar het geld zit. Want als niet inkomen de maatstaf is maar vermogen liggen de rijkste plaatsen vooral in Noord-Brabant: Alphen-Chaam, Sint Antonis, Boekel, Oirschot, Heeze-Leende, Reusel-De Mierden en Hilvarenbeek. Welvarende Brabanders. Er waren in Nederland in 2009 overigens 158.000 mensen met een vermogen van meer dan een miljoen. En bijna zestig procent van het vermogen is in handen van slechts tien procent van de huishoudens. Hun doorsnee vermogen bedroeg 634.000 euro.

Doen de hoogopgeleide veelverdieners er ook iets mee, met hun voorsprong? Doneren ze meer, doen ze vaker aan vrijwilligerswerk, nemen ze deel aan acties? Of zijn ze er vooral op gericht hun eigen positie te behouden en verbeteren? Het SCP onderzoekt jaarlijks de ‘maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid’. En inderdaad, hoger opgeleiden doen vaker (32 procent) vrijwilligerswerk dan laagopgeleiden (20 procent), nemen vaker deel aan collectieve acties (37 tegen 21 procent), zijn politiek veel geïnteresseerder (71 tegen 42 procent) en vertonen meer protestbereidheid (62 tegen 46 procent). Hetzelfde verschil is zichtbaar tussen hoge en lage inkomens, maar als dat gecorrigeerd wordt voor opleiding ‘blijft er waarschijnlijk weinig over van de grotere politieke interesse van de welgestelden’, concludeert het SCP.