De wereld heeft andere bankiers nodig

Tussen boeddha en business

Het haperende economische systeem vraagt om een heroriëntatie. Verantwoord ondernemerschap krijgt steeds meer urgentie. Kan het boeddhisme de wereld redden? De dalai lama komt op een gunstig moment.

DE DALAI LAMA is sinds 1973 zes keer in Nederland geweest, maar zijn komst vindt volgende week plaats in een totaal ander politiek en economisch klimaat dan de laatste keer in 1999. Toenmalig premier Kok verwelkomde hem zonder aarzeling. Als hoofdgast bij de conferentie Compassie of Competitie werd hij geflankeerd door kroonprins Willem-Alexander. De warme band met het koningshuis bleek al eerder. In 1986 ontvingen prins Bernhard en prinses Juliana hem met alle egards op paleis Soesdijk.
Nu ligt dat kennelijk voor premier Balkenende anders en zal hij niet de hand schudden van de spiritueel en politiek leider van het Tibetaanse volk, en Nobelprijswinnaar 1989, Zijne Heiligheid de dalai lama. Ook prins Willem-Alexander durft zijn vingers niet meer aan hem te branden vanwege de belangen met China. Hij heeft een uitnodiging voor een forumdiscussie met de dalai lama over waterbeheer op de Tibetaanse hoogvlakte afgeslagen, want hij is als drukbezet man ‘niet in de gelegenheid’. En dat terwijl diens boodschap over verantwoord leiderschap en ondernemerschap nóg meer urgentie heeft dan tien jaar geleden, toen het credo ‘the sky is the limit’ nog volop gedijde in het neoliberale marktdenken. Het boeddhisme is sindsdien bovendien in de westerse wereld, onder met name jongeren, snel gegroeid en voorziet in een behoefte aan een op het individu toegesneden zingevende levenswijsheid.
Het boeddhisme is niet alleen hip. Ook bij de top van het bedrijfsleven en (ex-)politici groeit de belangstelling voor een boeddhistische visie op ondernemerschap. De dalai lama predikt een systeem dat meer is gebaseerd op altruïsme en compassie dan op egoïsme en competitie. Dat leidt volgens hem tot een groter welzijn van werknemers en op langere termijn tot een samenleving waarin meer balans is tussen materiële rijkdom en spiritualiteit. Hierover zal hij tegenover een zaal vol vertegenwoordigers van het establishment onderricht geven. De openbare lezing van de dalai lama in de RAI is met twaalfduizend plaatsen uitverkocht. Net als het waterforum en het eendaagse seminar Leiderschap voor een duurzame wereld in de Grote Kerk in Den Haag. Sprekers zijn onder anderen Ruud Lubbers, Herman Wijffels, Rogier van Boxtel en Jan Kalff – allen leiders die voorheen aan de top van de samenleving stonden, maar zich nu verantwoordelijk voelen om het roer om te gooien richting een humane economie.
De dalai lama spreekt hier níet als leider van het Tibetaanse volk. Die positie staat wél centraal tijdens de, eveneens uitverkochte, Nacht van Tibet, in de Melkweg. Het culturele programma wordt pro deo georganiseerd door het campagnebureau Booij, Klusman & Van Bruggen (BKB). Vorige jaar organiseerden zij het succesvolle Ticket for Tibet, dit jaar wordt de avond geopend door de dalai lama himself. Alle deelnemende artiesten doen gratis mee. Volgens Klusman heeft zijn bureau ‘respect voor de geweldloze strijd voor culturele autonomie’. Hij legt uit: ‘We zien het niet als een onafhankelijkheidsstrijd. Ik ben benieuwd of de politiek het aandurft om zich voor de camera met de dalai lama te afficheren. Wijffels zit in een lastig parket. Hij verbindt zijn naam eraan, maar hij stond ook aan de wieg van dit kabinet. Het zal politiek schipperen worden.’
BKB organiseert ook de mediacampagne van de dalai lama. Hij geeft een interview aan huisvrouwenblad Libelle. Voor de hoger opgeleide doelgroep gaat Twan Huys van Nova met hem op pad. Hij wordt in Nederland flink ‘gecampaigned’. Maar staan politici wel open voor zijn apolitieke boodschap? En de financiële sector en het bedrijfsleven – durven zij werkelijk te reflecteren op het aandeelhouderskapitalisme dat sinds de val van de Muur zo succesvol leek, maar inmiddels in zijn eigen mes is gevallen?
‘De komst van de daila lama werkt als een enorme trigger om krachten op hoog niveau te bundelen. Hij heeft een zuivere intentie en draagt een positieve boodschap uit. Hij stelt: geluk is afhankelijk van jullie, van ons samen. Het gebeurt niet ergens daar, maar hier’, zegt management-consultant, organisatiedeskundige en boeddhist Sander Tideman. Tideman organiseert vanuit zijn functie bij de Global Leaders Academy het seminarprogramma. Zijn professionele missie is het bevorderen van verantwoord leiderschap door een mondiaal netwerk op te zetten van mensen die bewust kiezen voor verandering. ‘Ik zie dat mensen die aan de knoppen zitten daar niet mee bezig zijn. Wie er wel voor open staan, zijn vaak jonge, onbevangen professionals en leiders die hun carrière achter de rug hebben. Of mannen die midden in hun carrière existentieel iets heftigs meemaken en worden gedwongen stil te staan bij hun keuzes. Daartussendoor lopen allerlei mensen die deep down wel willen veranderen en nadenken over zingeving, maar het nooit doen. Die groep moet je zien te bereiken. Het mobiliseren van motivatie, dat is leiderschap. Obama doet dat ook. Ik bied een netwerk van medestanders aan. Boeddhisme is daarbij een inspiratiebron.’
Tideman (1959) is geen zwever. Hij begon zijn carrière als advocaat voor Baker & McKenzie in Taiwan, werkte ruim tien jaar als bankier bij ABN Amro, waarvan vijf jaar in Peking en enkele jaren op het hoofdkantoor in Nederland, en publiceerde over duurzaam ondernemen. In zijn spirituele missie is hij resultaatgericht: ‘Het is nú de tijd voor een paradigmashift. Het streven naar winstmaximalisatie en steeds hogere aandelenkoersen is een dogma dat in 2008 heeft bewezen incapabel te zijn. Het was natuurlijk al langer zichtbaar. In de afgelopen decennia is de kloof tussen arm en rijk toegenomen, zijn er meer mensen mondiaal uitgesloten van economische groei, is het milieu verder aangetast en zijn infectieziekten als aids alleen maar toegenomen. De aandelenmarkt is een soort global casino geworden. Je moet erkennen dat de problemen uit het systeem zélf zijn voortgekomen. Krediet is de olie van de economie geworden. Als je de machine blijft vullen met krediet alleen, gaat het uiteindelijk weer mis. Krediet wordt uit het niets geschapen, maar er staat wel een schuld tegenover. In de huidige organisatiestructuur kunnen bankiers als het ware voor God spelen. Het haperende systeem vraagt om een andere oriëntatie. Op dat punt is de westerse samenleving nu aangekomen.’
De oplossing is er daarmee niet in één klap, erkent Tideman: ‘Het gaat, zoals in het boeddhisme, eerst om het stellen van vragen – bewustwording. Die reflectie wordt nu wereldwijd gemaakt. De maatschappij heeft zich sinds Newton, Smith en Descartes ontwikkeld tot een materieel en rationeel gedreven economisch systeem. Het principe van competitie en eigenbelang zit ingebakken in ons marktdenken – met als uitwas daarvan het bonusprincipe. De samenleving beschouwt bovendien religie en spiritualiteit primair als een privé-aangelegenheid. De “echte” wereld, gericht op financiële zekerheid, staat daar los van. Die gescheiden werelden moeten worden verruild voor een “mixed economie”, waarin economische doelen ook worden gemeten in menselijke termen van geluk en welzijn. Niet-materiële en niet-tastbare waarden ook “rendabel” maken, investeren in onderwijs en kennis, dat is de crux.’
Ruim vóór de crisis pleitte Tideman al voor een menselijke economie waarin cijfermatige winst niet het hoogste doel is. Niet het bruto nationaal product is het meetbare criterium, maar het bruto nationaal geluk – een idee dat is ingegeven door het boeddhisme en waarmee in Bhutan, maar ook in achterstandswijken in Engeland, wordt gewerkt. Dat staat haaks op het kortetermijndenken van bedrijven en overheden. Hij wil niet zozeer de mondialisering afbreken, als wel die aanpassen om een betere verdeling van welvaart te generen en door een duurzame benadering de negatieve gevolgen voor het milieu verminderen. Ook, zegt hij, wijst het boeddhisme rijkdom niet af als hét kwaad – integendeel. ‘Materiële voorspoed is een voorwaarde om armoede te voorkomen, maar stelt ons óók in staat tot generositeit. Rijkdom is niet bedoeld voor het bevredigen van de eigen begeerte alleen, maar ook om die te delen. Dat principe ligt ten grondslag aan de boeddhistische economie.’

HET STREVEN is prachtig, maar het vergt een forse cultuurslag om dit te implementeren in het westerse denken en handelen. Tidemans eigen levenspad is niet bepaald standaard, maar is er een van vele persoonlijke omkeermomenten. In 1982 doorbrak hij samen met een studievriend zijn losbollige leven als corpsstudent met een reis naar India en Tibet. ‘Wat me diep trof tijdens een bezoek aan een Tibetaans vluchtelingenkamp, was dat deze mensen alles verloren hadden en toch hoopvol en vrolijk waren. Ik dacht dat het kwam door de oosterse wijsheid en hun boeddhistische levenswijze. We hebben tijdens die reis ook de dalai lama in Dharamsala mogen ontmoeten. Toen ik mijn romantische ideeën ventileerde, ontmaskerde hij die en zei: “De wereld heeft niet nog meer hippies nodig. Je moet geluk in je eigen culturele context vinden.”
Na mijn reis ben ik me gaan verdiepen in het boeddhisme. Tegelijk maakte ik carrière in de financiële wereld. Ik heb veel geleerd, maar dacht toen al dat de wereld andere bankiers nodig heeft. Ik zat in Nederland met de top van ABN te praten over expansie in China en zag dat er in die grote bouwput werd geïnvesteerd met zo’n explosieve kracht dat het niet klopte. Er werden fabrieken uit de grond gestampt die soms half af in bedrijf gingen, terwijl milieu en arbeid totaal ondergeschikt waren aan winst maken. Als ik sprak over duurzame ontwikkeling, was dat tegen dovemansoren. Het eerste keerpunt was de milieuconferentie in Rio de Janeiro, in 1992. Lubbers zei eens tegen me dat bij hem toen de schellen van de ogen vielen.’
Terug in Nederland werd Tideman op het hoofdkantoor klaargestoomd voor de top. Maar het werk knaagde aan hem. Hij ging voor de helft van zijn salaris werken bij Triodosbank. ‘Dat bleek ook niet bevredigend. Ik was bankier én een spirituele zoeker – in beide werelden voelde ik me eenzaam. Om uit deze crisis te komen zocht ik mijn toevlucht, opnieuw, bij de dalai lama.’
Met zijn studievriend Floris van Canstein, die bij de Deutsche Bank werkte, organiseerde hij het Compassie of Competitie Forum in Amsterdam, in 1999, met de dalai lama als key-note spreker. ‘Mij zette het aan tot een andere professie. Het was de tijd dat de dotcom-bubble werd doorgeprikt en banken voorzichtig begonnen na te denken over duurzaamheid. In mijn werk als consultant en coach was het soms onthutsend te zien hoe topmannen – en dan heb ik het echt over de top van het Wall Street-kapitalisme – totaal konden breken en in huilen uitbarsten over hun eigen, private besognes. Het getuigt van een enorme disbalans. Maar ik ben geen therapeut, ik kan alleen op kernniveau helpen. Mijn toegevoegde waarde is mensen bewust maken van hun echte drijfveren en hun mind set zo veranderen dat het ook doorwerkt in hun bedrijfsvoering. Ik zie het als mijn taak om boeddhisme en business samen te brengen. In de afgelopen decennia is er een collectieve ontkenning geweest. In het rijkere deel van de samenleving en in de wetenschap borrelt het nu van systeemverandering. Het hangt half onder religie en half onder politieke beweging. De politiek moet je wel meekrijgen, maar die hobbelt er altijd achteraan.’