Film

Tussen de hagedissen

Film: King Kong van Peter Jackson

Op de open zee vaart ’s nachts de stoomboot The Wanderer met aan boord een groep mensen onderweg naar de locatie voor een film van cineast Carl Denham (Jack Black). Wanneer de boot een dichte mistwolk binnendringt, staat Denham aan dek met een zeekaart in zijn handen. Opeens waait de wind de kaart uit zijn hand, het water in.

Het volgende shot toont de kaart groot op het scherm op de voorgrond, terwijl de boot klein op de achtergrond in de donkere mist verdwijnt. Dit moment markeert het door snijden van alle banden met de werkelijkheid. Want nu stoomt de boot recht op Skull Island af. Skull Island is het mooiste oerwoud uit de filmgeschiedenis, mooier dan dat van Steven Spielberg in Jurassic Park (1993), mooier dan dat in de originele King Kong (1933) van Merian C. Cooper en Ernest Schoedsack en mooier dan de Tolkien-werelden in de Lord of the Rings-trilogie van Peter Jackson. Deze Jackson heeft zichzelf overtroffen met King Kong. Hij heeft een wereld van fictie gecreëerd die tegelijk angstwekkend en wonderschoon is, die de adem wegneemt en de ziel laaft, die een nachtmerrie én een droom is, zodat de blonde Ann Darrow (Naomi Watts), waar zij naast het Beest zit te kijken naar de zonsondergang op Skull Island, slechts één woord kan uiten. En dat is «beautiful».

Beautiful… dinosaurussen zo groot als flatgebouwen die een kloof in denderen, op de vlucht voor vleesetende velociraptoren; afschuwelijk mooie rotsformaties overgroeid door dikke, groene wortels; vermolmde boom stam men vol duizendpoot achtige we zens; vleermuizen zo groot als mensen, en een reus van een gorilla die loopt en kijkt als een ko ning. Deze film is Jacksons liefdesverklaring aan het avonturenverhaal, dat als cinema tografische oer vorm het origineel heeft, maar vooral ook een reflectie is van Arthur Conan Doyles The Lost World, de romans van Edgar Rice Burroughs, H. Rider Haggard, Jules Verne en meer recent van Michael Crichton en Kim Stanley Robinson.

Daarom is het gepast dat King Kong als subtekst het creëren van populair vermaak heeft. In het origineel ziet Carl Denham (Robert Armstrong) eruit als Merian C. Cooper, net als Carl Denham veel weg heeft van Peter Jackson in de nieuwe film. Minstens twee keer zegt Denham tegen iemand: er is geen mysterie meer in deze we reld, het laatste restje mysterie kun je kopen – het kost zoveel als een bioscoopkaartje. Of een musicalkaartje. Wanneer Kong gevangen is in New York en hij in een art-decobioscoop wordt tentoongesteld, produceert Denham rond hem een vulgair muziekstuk in Broadway-stijl. Ondertussen blijkt dat Ann zich heeft onttrokken aan het project; zij is nu een gewoon danseresje. En elders in de stad zit Jack Driscoll (Adrian Brody) te kijken naar een toneelstuk dat hij heeft geschreven. Voor Ann en Jack geen massavermaak, maar integere kunst.

Zij voelen aan dat Kong iets is wat de mens ooit was. Kong is datgene wat de romanschrijver Greg Bear onder woorden probeert te brengen in een introductie tot een nieuwe publicatie van het originele verhaal van Edgar Wallace en Merian C. Cooper: «Kong is zo diep in onze hersens begraven, zo ver beneden huidkleur, dat hij in het limbische systeem leeft en sterft, daar tussen de hagedissen.»

Te zien vanaf 14 december