Tussen de meren en wouden van Värmland

Honderd jaar geleden werd Nils Holgersson geboren, een van de onvergetelijke figuren uit de (kinder)literatuur, held van Kenzaburo Oë en Karl Popper. Wie kent zijn schepper nog, de eerste vrouwelijke winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur?

Nils Holgerssons wonderbare reis
Gottmer, 336 blz., € 17,50

Christus Legenden
Christofoor, 208 blz., € 14,90

De heilige nacht
Christofoor, 44 blz., € 13,50

Een zomeravond in Zweden, rond 1869. De hemel hangt bleekblauw boven de hoogliggende donkergroene bossen en ondiepe moerassen die de heuvels van Värmland bekleden. Tussen de bossen, iets ten zuidoosten van Sunne, ligt Mårbacka, een klein landgoed. Zes hemelhoge lijsterbessen markeren het einde van een glooiend grasveld. Een vijver en een oude, wilde appelboom geven het landgoed zijn karakter. Zeven tamme ganzen waggelen over het veld. Op de veranda van het roodgeverfde huis zit een tienjarig meisje, de oude huishoudster naast haar vertelt. Over een ganzerik, die, in de tijd dat de grootouders van het meisje nog op Mårbacka woonden, in een voorjaar met de wilde ganzen wegvloog, maar tegen de herfst met een vrouwtje en negen volwassen jongen weer terugkeerde op het kleine landgoed.

Wanneer Selma Lagerlöf ongeveer 35 jaar later haar geboorteplek bezoekt om inspiratie op te doen voor het schrijven van een schoolboek over de Zweedse geografie en geschiedenis herinnert ze zich het verhaal over de ganzerik en baart – nadat ze al drie jaren met het schoolboek had geworsteld en voor research tot aan Lapland door Zweden had gereisd – haar geesteskind Nils Holgersson: de luie pestkop uit Zuid-Zweden die als straf wordt omgetoverd in de kabouter ‘Duimelot’ en ter lering op de rug van de tamme ganzerik Maarten met een wilde-ganzentroep meetrekt door Zweden. Lagerlöfs unieke ingeving resulteerde in 1906 in Nils Holgerssons wonderbare reis. In 1907 volgde deel twee.

In een reeks fantastische avonturen, die worden afgewisseld met folkloristische sprookjes, sagen en legenden, ontdekt Nils onder leiding van de oude trotse wilde ‘leidstergans’ Akka van Kebnekaise de schoonheid, de hardheid, maar bovenal de vrijheid van het leven midden in de wilde natuur.

Nils Holgersson geldt nu al een eeuw als een van de grote figuren uit de (kinder)literatuur en zijn wonderbare reis spreekt al honderd jaar tot de verbeelding. In het Stockholm Dagblad werd Nils Holgerssons wonderbare reis na uitkomst geprezen vanwege de onzichtbaarheid van de auteur: ‘Het is alsof het boek is ontsproten aan de ziel van de Zweedse natie.’ De Japanse Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë vertelde in 1994 bij de aanvaarding van zijn prijs in Stockholm dat hij Nils Holgersson in zijn jeugd meermalen had gelezen en daardoor het gevoel had Zweden al lang te kennen. De filosoof Karl Popper bekende dat hij het boek gemiddeld één keer per jaar herlas. En voor natuurfotograaf Frans Lanting was de ‘wonderbare reis’ zijn inspirerende kennismaking met de wereldfauna.

Behalve Nils Holgerssons wonderbare reis schreef Lagerlöf nog vele andere verhalen. Veel daarvan zijn geïnspireerd door haar geboortestreek en het familielandgoed Mårbacka. Daar groeide de jonge Selma, geboren in 1858, in betrekkelijke afzondering op. Selma en haar zusje Gerda gingen niet naar school, maar werden thuis onderwezen door gouvernantes. Buren, ooms, tantes, nichtjes, neven en oud-officieren die tijdens grootse feesten en braspartijen met gezang en voordrachten over hun wedervaren vertelden, waren de enigen naast de gezinsleden die de zusjes Lagerlöf ontmoetten. En behalve een kort verblijf als negenjarige bij een oom in Stockholm voor een heupbehandeling – Selma liep mank vanwege een verlamming die ze had opgelopen in 1862 – speelde Selma’s leven zich tot haar 23ste geheel af in de leegte van Värmland. Maar, zoals Lagerlöf in Nils Holgerssons wonderbare reis vertelt, juist daarom herinnerde ze zich zo veel sagen en verhalen.

De belangrijkste bronnen van deze folkloristische vertellingen uit Värmland waren tante Ottiliana Lagerlöf en Selma’s grootmoeder. ‘Mijn herinnering aan haar (grootmoeder) is dat ze op haar sofa zat, dag in dag uit, en dat ze verhalen vertelde van de vroege ochtend tot de late avond, terwijl wij, kinderen, luisterden’, schrijft Lagerlöf in Christus Legenden. Ook tante ‘Nana’ was een begenadigd verhalenvertelster. ‘Wij kunnen ’s avonds tot elf uur buiten blijven en dan heeft zij (tante) de gewoonte bij ons, kinderen, op de treden van de stoep te gaan zitten en maar te vertellen, altijd maar vertellen’, aldus Lagerlöf in haar autobiografisch getinte Herinneringen van een kind.

Het vertellen van volksverhalen aan een kleine groep toehoorders heeft een grote invloed op de inhoud en stijl van Lagerlöfs werk gehad. Haar taalgebruik is helder en direct, geënt op de mondelinge vertelkunst. Maar Lagerlöfs schrijfkunst is niet naïef. De eenvoud in plot en karakterontwikkeling, eigen aan volksverhalen, heeft ze niet overgenomen in haar werk. Haar personages strijden met zichzelf, verkeren in existentiële nood, overwinnen zichzelf dankzij een diep gewortelde liefde voor het leven en keren altijd weer huiswaarts.

Lagerlöf wist al op jonge leeftijd dat ze schrijver wilde worden. De sprookjes van Hans Christian Andersen maakten indruk op haar, tijdens het verblijf bij haar oom in Stockholm verslond ze de boeken van Sir Walter Scott en als tienjarige las ze de hele bijbel. Maar het indianenavontuur Oceola (1895) van de Iers-Amerikaanse romanschrijver Thomas Mayne Reid, dat ze op haar zevende las, was voor Selma het beslissende boek. Dankzij Oceola, schreef Lagerlöf op haar vijftigste verjaardag, wist ik als kind dat ik later niets liever dan romans wilde schrijven.

Selma’s talent werd in 1880 ontdekt door de schrijfster Eva Fryxell, ingewijde in de literaire kringen van Stockholm. Fryxell stimuleerde Selma haar gedichten naar een uitgever te sturen en zich in 1881 als student bij het Sjöborgs Lyceum in Stockholm in te schrijven, omdat ze zich realiseerde dat een intellectueel milieu voor Selma’s ontwikkeling noodzakelijk was. In Stockholm bloeide Selma op. De colleges literatuur openden voor haar een nieuwe wereld en deden haar beseffen dat Värmland met al zijn volksverhalen een onuitputtelijke inspiratiebron is voor een auteur. Het idee voor Gösta Berlings Saga, het romantisch-folkloristische verhaal over de avontuurlijke dominee Gösta Berling die een temperamentvol leven leidt met de cavaliers van Värmland, was geboren.

In 1885, toen ze haar carrière als docente bij de meisjesschool in Landskrona begon, overleed Selma’s vader en moest Mårbacka worden verkocht. Het verlies van haar alcohol minnende, bruisende vader, met wie Selma een zeer intieme maar volgens Per Olov Enquists toneelstuk Bildmarka (1998) ook een gecompliceerde relatie had, én van Mårbacka, betekende een zware slag voor Selma, maar ze zette door. Ze won een schrijfwedstrijd voor het blad Idun en met financiële hulp van Barones Sophie Adlersparre, pionier van de Zweedse vrouwenbeweging, ontwikkelde ze zich tot de prozaschrijvende dichter die in 1891 met Gösta Berlings Saga debuteerde, en daarmee de neoromantiek in de Zweedse literatuur inluidde.

Gösta Berling werd door de Zweedse pers aanvankelijk matig ontvangen. Dankzij de bekende Deense literatuurcriticus Georg Brandes, die in 1892 de Deense vertaling uitbundig prees, kreeg Gösta Berling in 1895 een tweede kans in Zweden. Dit keer had de sage veel succes. Selma ontving een koninklijke studiebeurs om te reizen en te schrijven. Haar leven lang zou ze zich wijden aan haar schrijfkunst; voor een gezinsleven met man en kinderen was geen plaats.

Na Gösta Berling volgden romans als De wonderen van de Antichrist en Jeruzalem, fantasierijke vertellingen als Christus Legenden en Nils Holgersson én succes. Vertalingen verschenen wereldwijd. In Nederland sprak het Algemeen Handelsblad bij het verschijnen van De koninginnen van Kunghälla (1899) over Lagerlöfs ‘groote poëtische kracht’. En als ultieme bekroning ontving Lagerlöf in 1909 als eerste vrouw de Nobelprijs voor de literatuur.

Maar deze prijs bracht Lagerlöf, behalve in Zweden, geen eeuwige roem. Anno 2006 rest in het buitenland slechts de reputatie. Lagerlöfs werk is in Nederland grotendeels onvindbaar en papieren bronnen over haar leven zijn schaars. Bijna niemand weet bijvoorbeeld dat ze Duitse intellectuelen en kunstenaars waaronder de joodse dichteres Nelly Sachs hun land hielp ontsnappen toen de Tweede Wereldoorlog zich aankondigde.

Misschien was Lagerlöf tijdens haar leven al te onzichtbaar. Ze trad niet op de voorgrond. Noch in haar verhalen, noch in haar dagelijkse leven, dat zich vanaf 1907, nadat ze Mårbacka had teruggekocht, weer afspeelde in Värmland, tussen de meren en wouden. Ze woonde tot haar sterfdag in 1940 op het landgoed waar 20 november aanstaande 148 jaar geleden haar leven begon: het thuis van haar vader en voorouders, het land waaruit haar vertelkunst ontsproot.