EEN POSTUME TRIOMFTOCHT

Tussen dichters en bandieten

De vroege dood van de Russische dichter Boris Ryzji plaatst hem in een rijtje illustere dichters als Sylvia Plath, Arthur Rimbaud en landgenoot Sergej Jesenin. Zal Ryzji’s werk ook blijven voortbestaan?

‘HIJ WERD ZENUWACHTIG als hij op bezoek moest’, zegt een vriend in de film.
Het is 16 juni 2000. Het Nederlands elftal speelt die avond tegen Denemarken. Het land is in Oranje-roes. Stations en vliegvelden zijn drooggelegd. Ik wacht op Schiphol op Boris Ryzji uit Jekaterinenburg. Op het fotootje dat ik bij me heb gestoken kijkt een jongen met pet en jaren-vijftigblik verlegen de camera in. Zou ik hem herkennen?
‘Dat jochie met het grijze petje blijven,/ mezelf om kort te gaan. Een slingerpad/ tussen verzonnen en gebeurd beschrijven’.
Boris Ryzji is een jonge dichter, op dat moment 25 jaar, die in Rusland in korte tijd naam heeft gemaakt. Na publicatie van enkele gedichten in tijdschriften en zonder nog een bundel op zijn naam te hebben staan, wordt hem in januari 2000 de prestigieuze Russische Anti-Booker-prijs toegekend. Pas enkele maanden later verschijnt zijn debuut.
Op voorspraak van zijn vriend, de dichter Alexandr ‘Sasja’ Leontjev, die een jaar eerder te gast was, wordt Ryzji uitgenodigd voor het Poetry International Festival in Rotterdam. Het handjevol gedichten dat voor deze gelegenheid door Hans Boland is vertaald, maakt indruk. Het is ruige poëzie, waarin een harde wereld met dronkaards en vechtersbazen wordt beschreven in soms opvallend tedere bewoordingen. Poëzie ontstaan in Perestrojka-Rusland, melancholisch en vaak ook ironisch van toon, met een scherp oog voor de traditie.

De een slaat je nu op je bek,
de ander is pooier en clubbaas.
Idioten. Wat kan het me schelen.
Ik omarm jullie, kus jullie lippen.
En ik loop als door Dublin Joyce,
adem smerige wind in, die pijn doet.

Wat voor jongen gaat er achter die woorden schuil? De eerste kennismaking verloopt moeizaam. Conversatie is nauwelijks mogelijk en het door Ryzji dringend gewenste bier is niet meteen verkrijgbaar. Als we ’s avonds met hem dineren, raakt Ryzji zijn bord niet aan. Er is eindelijk bier en hij drinkt gulzig, grote glazen. Pogingen tot gesprek, zelfs in het Russisch, stranden keer op keer. Als hij de festivalcatalogus doorbladert, loopt het definitief spaak: bij het zien van de Nederlandse vertaling van zijn werk vraagt hij zich af of de vertaler het eindrijm wel gehandhaafd heeft. Niet? Ryzji maakt een wegwerpgebaar. Dat wordt een zware week, verzuchten wij.
Achteraf laat altijd alles zich verklaren. Boris Ryzji was die week in Rotterdam onhoudbaar en onstuitbaar. Waarom bezocht hij straten die iedereen hem had afgeraden? Waarom bleef hij grijnzend op het randje van een betonnen trap zwalken, toen iemand hem adviseerde naar z’n hotel te gaan? Waarom dronk hij zó krankzinnig veel dat hij tijdens zijn optreden wankelend op het podium stond? ‘Dronken draag ik goed voor’, schrijft hij in zijn dagboek. De werkelijkheid was anders, het was een farce. Dichter en leermeester Jevgeni Rejn, die ook in de zaal zat, was woedend. Ryzji zelf vond het een geweldige grap. Of deed alsof hij dat vond. Dit waren niet alleen zenuwen, dit was niet alleen alcohol, hier leek iemand bewust zijn eigen optreden te saboteren.
Na het telefoontje dat ons een klein jaar later bereikte, viel alles op z’n plek. Ineens was hij niet langer onbehouwen festivalgast, maar jong gestorven dichter. ‘Ik heb van jullie allemaal gehouden. Geen flauwekul. Jullie Boris’, het afscheidsbriefje voor familie en vrienden klonk als zijn poëzie: liefdevol en met bravoure.
Zijn vroege dood plaatst hem in een rijtje illustere dichters als Sylvia Plath, Arthur Rimbaud en zijn landgenoot Sergej Jesenin. Zal Ryzji’s werk ook blijven voortbestaan?
Na die onstuimige week in Rotterdam blijft zijn poëzie vooralsnog vooral bekend in Rusland en bij een groepje festivalbezoekers. Vier jaar later verschijnt bij uitgeverij Hoogland & Van Klaveren Wolken boven E., een kleine selectie van zijn gedichten in vertaling op rijm van Anne Stoffel, bezorgd door Kees Verheul, wiens kennismaking met Ryzji ook van na juni 2000 dateert. Het boekje wordt lovend besproken. Het lijkt het begin van Ryzji’s postume triomftocht: ‘Paneuropese glans zullen de woorden/ verwerven van een dichter uit Transazië’, schreef hij in het op James Bond en Josef Brodsky geïnspireerde From Sverdlovsk with Love.
Regisseur Aliona van der Horst – ‘ik ben nota bene half-Russisch’ – kwam op zijn spoor dankzij de man van vertaalster Aai Prins: ‘Hoe kan het dat jij Ryzji niet kent!’ Ze las zijn werk en zag er meteen een onderwerp voor een film in. Een idee dat sterker werd toen ze een wat groezelige VHS bekeek die Kees Verheul had liggen, een kopie van een interview dat ooit was uitgezonden op de lokale televisie, kort nadat Ryzji de Anti-Booker had gewonnen. ‘Toen ik die beelden zag vond ik het jammer dat ik ’m nooit gekend had. Wat een charisma had die jongen.’

Hé zigeunervrouw, zeg voor een cent of wat
waar ik aan dood zal gaan.
De zigeunervrouw zegt: jij gaat dood omdat
zulke mensen niet kunnen bestaan.

Vriend en vijand keren zich af, je zult
je vervreemden van zoon en vrouw.
Waar je dood aan gaat, jongeman? Aan schuld.
Maar behoed hem, die schuld van jou.

Jegens wie dan schuld? Jegens al wat leeft.
En ze kijkt in mijn ogen en lacht.
Van de markt komt een dievenlied aangezweefd
en de hemel onthult zijn pracht.

Het is verleidelijk, zo schreef ook de Russische dichter Aleksej Purin in zijn necrologie, om Ryzji’s werk achteraf als autobiografisch te interpreteren. ‘Nu, na Ryzji’s dood, hebben veel van zijn regels profetische veelzeggendheid; (…) ze zijn een voorafschaduwing van die laatste nacht in mei. Er glinstert een donkere afgrond van passie en emotie. Grote poëzie kan echter niet zonder die passie, zoals er geen liefde kan zijn zonder het bewustzijn van de sterfelijkheid van de geliefde. Ryzji begreep dit als geen ander en bracht het in zijn gedichten tot uiting.’
Van der Horst reisde naar Jekaterinenburg en trok de Staalschrootwijk in, op zoek naar sporen van de dichter. In de film zien we haar samen met Ryzji’s zus Olga portieken afstruinen. Een oude vrouw krijst: ‘Laat ze niet binnen, hoor, ze maken alleen maar vieze voeten op de trap!’ Ze ontmoeten veel achterdocht. Een gedrongen man, dertiger, kijkt hen met priemende ogen aan, hij zal z’n broer even vragen. Olga zegt bibberend: ‘Hij is een moordenaar. O, God, zoveel mensen zijn dood, maar hij heeft de gevangenis overleefd.’ De man komt terug, met een kort ‘nee’ als antwoord. ‘Niemand geloofde dat er in die armoede, tussen die sloebers een dichter had gewoond’, aldus Van der Horst.
Maar Boris Ryzji voelde zich er thuis. De wijk vormt het decor van zijn gedichten. Vanuit Tsjeljabinsk verhuisde het gezin in 1980 naar Jekaterinenburg, toen nog Sverdlovsk. Vader Ryzji kreeg er een aanstelling als hoogleraar bij de mijnbouwacademie. Vanwege woningschaarste werd hun een huis toegewezen in de Staalschrootwijk, een arbeidersbuurt. Iedere ochtend reed een auto met chauffeur voor om vader Ryzji naar zijn werk te brengen. En Boris zwierf, als hij niet naar school hoefde, over straat. Hij was op zijn gemak in die wereld van ruige arbeiders en bleef er komen toen ze al lang naar een betere buurt verhuisd waren. Zijn leven speelde zich af tussen de beschaving van thuis en de onderwereld op straat.
Van der Horst ving die gespletenheid in gesprekken die ze had met vrienden van Ryzji: ze sprak dichter-vriend Oleg Dozmorov en Sergej Luzin – een vrouw wijst terugdeinzend: ‘Daar moet je zijn, daar wonen de allerergsten’ –, die Ryzji typeert: ‘Hij was een goede hooligan.’
De Staalschrootwijk anno 2008: haveloze figuren wankel van bier en wodka banen zich struikelend een weg door dikke pakken sneeuw, indringend gefilmd in slowmotion. Er is niks van in scène gezet. Van der Horst: ‘Het was nooit een wijk van lieverdjes, maar de buurt is sinds de Perestrojka verhard. Van een lijk op straat keek op een gegeven moment niemand meer op.’
‘Wij zijn een generatie van bodyguards’, zegt de weduwe van Ryzji in de film. Ze zagen de idealen van het communisme waar ze als kind in geloofden – ‘Het was een mooie kindertijd’ – uiteenspatten, zonder dat daar iets voor in de plaats kwam. Filmbeelden uit de communistische tijd ogen vrolijk en zorgeloos vergeleken met de schrijnende lelijkheid van het hedendaagse Jekaterinenburg. Sergej Luzin: ‘Vroeger zouden we allemaal in de fabriek zijn gaan werken. Nu werden we crimineel.’ Bodyguards van de maffia.
Boris Ryzji was gevoelig voor dat breukvlak en getuigt van een leven tussen dichters en bandieten, tussen communisme en de nieuwe tijd van de Perestrojka. Het was een generatie die overal tussen viel: ‘Met zesjes van de lts gekomen,/ zijn zij, soldaten van de perestrojka, met koper in hun schedels hier gestruikeld.’
Wolken boven E is uitverkocht, wat uitzonderlijk is voor een dichtbundel, zeker voor vertaalde poëzie. De Zaanse theater-punk-bigband De Kift werd door zijn poëzie geraakt: ‘Er kwam bijna vanzelf muziek bij die gedichten’, vertelt Ferry Heyne. De zee en Ik begreep dat je niet mijn moeder was staan als lied op hun cd 7. In 2006 verscheen Ryzji’s Rotterdams dagboek, vertaald door Aai Prins. Meer dan een festivalverslag is het een openhartig, soms geestig en ook ontroerend relaas over de botsende werelden waarin hij leefde. Dronkemansavonturen met dichter-vrienden, liefdevolle passages over zijn zoon, voor wie hij in de aanloop naar Rotterdam het gedicht Als ik terugkom uit Nederland, neem ik lego voor je mee schreef en zijn vrouw Irina, die in de film hun relatie als ‘vulkanisch’ beschrijft: ‘Zonder mij was het alsof hij geen huid had.’
In Rusland werd Ryzji bij een enquête als meest populaire dichter genoemd. Wat verklaart die populariteit? Is het zijn tragische levensverhaal? Zijn charme? Of uiteindelijk zijn poëzie? Ik hoop het laatste. Er liggen nog vele gedichten op uitgave te wachten.
Zou Ryzji nog geleefd hebben, dan was hij vast opnieuw uitgenodigd om naar Rotterdam te komen. Of zoals iemand destijds relativerend zei: ‘Een paar authentiek omvallende Russen doen het altijd goed op een festival.’

De film Boris Ryzhy draait op het Idfa nog op 28 en 29 november, www.idfa.nl en www.borisryzhy.com. Uitzending op tv 1 december, 23.15 uur, Nederland 2, Het uur van de wolf
Gedichten van Boris Ryzji op cd 7 van De Kift, www.dekift.nl; 3 december verschijnt de gezamenlijke uitgave van Wolken boven E & Rotterdams dagboek, Hoogland & Van Klaveren, € 22,50 en € 29,90, incl. dvd