De scheepsverhalen van Joseph Conrad en Andrea Barrett

Tussen egoïsme en altruïsme

De scheepsverhalen van Joseph Conrad en Andrea Barrett vertonen een opvallende overeenkomst: de wil om te leven bepaalt hoe je handelt.

Als Joseph Conrad zich in oktober 1900 zet aan het schrijven van zijn scheepsverhaal Tyfoon, is hij bezig afscheid te nemen van zijn bestaan als zeeman. Zijn roman Lord Jim is net gepubliceerd en Tyfoon sluit daar op aan. Beide vertellingen gaan over menselijke scheepsladingen: pelgrims in Lord Jim, Chinese koelies in Tyfoon. Jim heeft een overvloedige fantasie, kapitein MacWhirr van het onder Siamese vlag varende stoomschip Nan-Shan is nuchter en letterlijk recht door zee. Jim vlucht op het moment dat hij zou moeten blijven, kapitein MacWhirr blijft als hij — om aan de tyfoon te kunnen ontsnappen — de steven zou moeten wenden.

In The New York Times van 24 augustus 1901 ontkent Conrad met Tyfoon een sociale allegorie te hebben geschreven. Het ging hem eerder om egoïsme, een drijvende kracht in de wereld, dat botste op altruïstische, morele karaktertrekjes. Die tegengestelde menselijke instincten, hebzucht en onbaatzuchtigheid, gaan soms een ingewikkeld verbond aan tijdens het gevecht om een menswaardig bestaan. Misschien is dat de drijfveer van kapitein MacWhirr: de hoogste morele wet is het veiligstellen van levens. Noem het overlevingsinstinct op basis van existentieel lijden, of schopenhaueriaans geformuleerd: de wil om te leven bepaalt hoe je handelt.

Kapitein MacWhirr is net zo stijfkoppig als Melvilles kapitein Ahab in Moby-Dick maar zonder diens fanatisme. Een storm is een storm, zegt hij. Aan de andere kant: «Niet alles vind je in de boeken.» De schepen waarover hij het bevel voert, zijn drijvende woonsteden van vrede en harmonie. Maar waarom is kruidenierszoon MacWhirr uit Belfast op vijftienjarige leeftijd naar zee gegaan? Dat was geen welbewuste beslissing maar iets dat van buitenaf kwam, «een reusachtige, machtige, onzichtbare hand (…) die zich in de mierenhoop van de aarde drong, schouders vastgreep, hoofden tegen elkaar sloeg en de gezichten van de massa naar onvoorstelbare doelen en in ongedroomde richtingen zette».

Hij is dan wel getrouwd, maar hij leeft met en van de zee. Zijn brieven naar zijn vrouw zijn feitelijk en onbewogen. Zijn zwijgzaamheid, nietszeggende epistels en instinctieve onverzettelijkheid weerspiegelen een levenshouding die Conrad briljant omschrijft: «Kapitein MacWhirr had over het oppervlak van de oceanen gevaren zoals sommige mensen over de jaren van hun leven scheren om dan zachtjes in een vredig graf te zinken, tot op het laatst onwetend van het leven, zonder ooit gezien te hebben welk verraad, welk geweld, welke angst het kan bevatten.»

Als de tyfoon over de Zuid-Chinese Zee richting schip raast, krijgt de kapitein iets onverstoorbaars. Tegenover eerste stuurman Jukes spreekt hij zijn verbazing uit als die het heeft over passagiers, de Chinese koelies die vanwege het stampen van het schip door het ruim tuimelen, waarbij hun zuurverdiende dollars in het rond vliegen. «Ik heb nog nooit iemand een bende koelies passagiers horen noemen.»

Waarna een schitterende beschrijving volgt van de over het schip razende tyfoon terwijl de kapitein als enige aan zijn schuivende «lading» blijft denken: de Chinezen die in de hel van het binnenruim — het hart der duisternis van het schip — als een kluwen levend vlees vechten om hun schamele bezittingen: lijven die «als stofjes rond wentelen». Uiteindelijk overleven bemanning én «lading» de tyfoon en verdeelt kapitein MacWhirr de weer bijeengeraapte dollars gelijkelijk over de Chinezen: egoïsme, dat wil zeggen overlevingsinstinct, en altruïsme vervloeien.

Er is een opmerkelijke overeenkomst tussen de scheepsverhalen van de oude Pools-Engelse meester Joseph Conrad en die van de Amerikaanse Andrea Barrett. In 1998 verscheen van haar het verrassend goede De reis van de Narwhal, een historische roman over een negentiende-eeuwse mislukte Noordpool-expeditie met als Narwhal-kapitein een Ahab-achtige fanaticus. Hoofd persoon is een bioloog met een omineuze naam: Erasmus Darwin Wells. Hij heeft trekjes van Conrads kapitein MacWhirr: «Eenmaal in beweging gezet bleef hij doorgaan totdat iemand hem tegenhield; eenmaal tegengehouden bleef hij stilstaan tot hij weer een duw kreeg.»

Barrett vermengt in haar historische roman waarheid en onwaarheid, historische feiten en fictie, «als mineralen in graniet». Reisverhalen schrijven betekent voor haar «besmette herinneringen» verzamelen, de illusie scheppen van een werkelijkheid die niet meer bestaat. Bioloog Wells is nieuwsgierig naar wat hij zal zien als hij weg is en naar wat hij mist als hij thuiskomt. Zijn scheepsreis onderneemt hij uit egoïstische motieven en om zich op te offeren: onbeantwoorde liefde en hunkering zijn zijn beweegredenen. In wezen wil hij, niet vrij van jaloezie (een vorm van egoïsme want oplaaiend uit bezitsdrang), overal tegelijk zijn en een «waaier van ogen» vormen. Het uitwaaierend perspectief van De reis van de Narwhal is dan ook een uiterst effectieve wijze van vertellen.

Onlangs verscheen van Andrea Barrett een vertaling van de novelle Ship Fever (1996). Het boek laat zich lezen als een bescheiden maar imposante voorstudie — hoe verwerk je historische feiten tot een meeslepend verhaal waarin ijdelheid, eigenbelang en onbaatzuchtigheid verstrengeld raken? — van De reis van de Narwhal. Ook lijkt het veel knipogen te bevatten naar Conrad.

Het verhaal speelt zich af in 1847 in Quebec en op en rond Grosse Isle. Dat is het Canadese Ellis Island waar Ierse emigranten in quarantaine worden opgevangen. Met scheepsladingen vol komen zij daar aan, op de vlucht voor de hongersnood in hun door de Britten getiranniseerde vaderland, veelal ten dode opgeschreven want besmet met tyfus en andere epidemische ziekten. Canada leek het paradijs maar wordt een hel.

De medische wetenschap, in de persoon van dokter Lauchlin Grant, staat nog in de kinderschoenen. Zijn geweten wordt aangesproken door zijn jeugdvriendin en geheime liefde Susannah, echtgenote van de geëngageerde journalist Arthur Adam Rowley, die alarmerende artikelen en brieven naar huis schrijft over de Ierse aardappelziekte en de emigratiegolf. «Waar Lauchlin altijd had geloofd dat zijn toewijding aan de wetenschap de wereld op grootse wijze zou dienen, geloofde Susannah in meer rechtstreekse goede werken en ze omarmde de recente toevloed van immigranten alsof ze daarmee haar ouders kon terugbrengen.»

Dankzij een effectieve mengeling van brieven, dagboeken en verrassende perspectiefwisselingen weet Barrett een verhaal vol mededogen te vertellen over de noodzaak tot hygiëne en isolatie van de tyfuspatiënten, over de strijd voor een goede volksgezondheid en over de uiteenlopende redenen waarom mensen zich in dienst stellen van de medemens en zich opofferen tot de dood er op volgt.

IJdelheid, dat is het verwijt van Susannah dat dokter Lauchlin Grant doet besluiten zich als arts in te zetten op Grosse Isle. Daar staart hij de dood in het afzichtelijke gelaat, daar ontmoet hij de Ierse Nora Kynd die zich als verpleegster op het eiland laat gelden.

Het zijn de vrouwen in Scheepskoorts die cruciale dingen zeggen en beslissende wendingen geven aan hun eigen bestaan en aan dat van de mannen in hun omgeving. Ze breken uit hun kooi, bestrijden hun bestaan vol isolement. Een beschermd bestaan is hetzelfde als dood zijn. Maar het is geen puur altruïsme als Susannah kiest voor het verplegen van doodzieke Ieren, er is ook de zelfzuchtige vlucht uit een wereld vol verlies.

Hoe kun je je opstellen tegenover het lot van aardappelziekte, tyfus en dood dat over je heen dreigt te walsen en je kan verpletteren? Onbuigzaamheid, zo heeft Nora Kynd van haar pragmatische grootmoeder geleerd, levert niets op. Wees buigzaam en berekenend, provoceer geen sterkere en berokken een zwakkere geen kwaad. «Maak van je geest een vijver. (…) Duw verlangen en woede van je af en maak je geest stil als water.»

Dit is de overlevingsdrift die Conrad beschreef in Tyfoon, dit is de schopenhaueriaanse levenswil.

En de uit jaloezie en gekwetste ijdelheid handelende dokter Lauchlin Grant (altruïsme als vorm van egoïsme) lijkt op kapitein MacWhirr. Zijn echte bestaan — het huwelijksleven, het verbond met een vrouw — stelt hij steeds maar weer uit «omdat hij al die jaren niet had geleefd maar zich op het leven had voorbereid, zich had volgepropt met kennis die hem zou helpen om later te leven». Hij is de man van de gemiste kansen, een verlengstuk van anderen die wél hun kans grijpen, zoals Nora Kynd. Zij is de echte overlevende in Scheepskoorts en weigert zich te verstrikken in relaties die haar weer willen isoleren, in quarantaine houden. De geëngageerde journalist Rowley ziet in haar een plaatsvervangster voor zijn vrouw Susannah. Maar de onbaatzuchtige Nora weet heel goed voor zichzelf op te komen. Ze ontsnapt: «En dan hier gevangen zitten in een web van verplichtingen en verdriet… En ze pakte haar tas op.»

Joseph Conrad en Andrea Barrett weten rond twee cruciale menselijke drijfveren, het duidelijke egoïsme en het raadselachtige altruïsme, vertellingen te smeden die uitstijgen boven de obligate verhalen over de mens als scheepslading voor het lot.

Joseph Conrad, Tyfoon.

Vertaald door Han van der Vegt Uitg. IJzer, 123 blz., ƒ32,50

Andrea Barrett, Scheepskoorts.

Vertaald door Marijke Koch Uitg. Anthos, 127 blz., ƒ37,50