Het verzet tegen de oorlog

Tussen havik en hippie

Op het Pentagon noemen ze het het «Voilà-moment»: het moment dat Irakese soldaten en burgers, terwijl er bommen regenen op Bagdad, zich ineens achter de oren krabben en tegen zichzelf zeggen: «Deze bommen zijn niet echt bedoeld om mij en mijn familie te doden, ze zijn bedoeld om ons te bevrijden van een duivelse dictator!» Op dat moment danken ze Uncle Sam, laten hun wapens zakken, verlaten hun posten en komen in opstand tegen Saddam Hoessein. Voilà!

Zo zou het althans moeten werken, volgens de experts in «psychologische operaties» die nu al een hevige informatieoorlog in Irak aan het voeren zijn. Het «Voilà-moment» viel de oorlogstaal binnen toen The New York Times een senior Amerikaanse militair citeerde die de term gebruikte.

Dit kruiden van militair jargon met bon mots zou het nieuwste plan van Colin Powell kunnen zijn om te winnen van de Fransen in de Veiligheidsraad. Meer waarschijnlijk is het een product van de drang van de regering-Bush om reclamemanagers en management consultants in te huren als adviseurs voor het buitenlandbeleid.

Waar het ook vandaan is gekomen, het Pentagon heeft «Voilà» in het vizier en spaart kosten noch moeite om het doelwit te raken. Luchtzenders boven Irak zenden radiopropaganda uit. Irakese zaken- en legermensen en politici zijn gebombardeerd met e-mails en telefoontjes die hen aanspoorden het licht te zien en van kant te wisselen. Gevechtsvliegtuigen hebben acht miljoen flyers afgeworpen die Irakese soldaten melden dat hun leven wordt gespaard als ze weglopen van hun militaire uitrusting. «Het is een directe boodschap aan de man die het wapen bedient», zegt luitenant-generaal T. Michael Moseley, bevelhebber van geallieerde luchttroepen in de Perzische Golf.

Volgens de militair in The Times zal het Centrale Bevel weten dat het «Voilà» heeft bereikt wanneer «we een breuk met de leiding zien». Met andere woorden, het Amerikaanse leger propageert niets minder dan massale burgerlijke ongehoorzaamheid in Irak, weigering bevelen op te volgen, of te participeren in een onrechtvaardige oorlog. Zal het werken? Ik ben sceptisch. Per slot van rekening was er een Voilà-moment tijdens de laatste Golfoorlog, toen vele Irakezen die in de buurt van de grens met Koeweit woonden, Amerikaanse beloften geloofden dat ze zouden worden gesteund als ze in opstand kwamen tegen Hoessein. Het werd gevolgd door een Screw You-moment, toen de rebellen toezagen hoe VS-troepen hen in de steek lieten om ze te laten afslachten door Hoessein.

Maar al dat Voilà zette me aan het denken: de burgerlijke ongehoorzaamheid die het Amerikaanse leger in Irak hoopt op te wekken is exact datgene wat de antioor logs beweging in onze landen moet losmaken als we werkelijk de naderende verwoesting in Irak willen tegenhouden. Wat zou er nodig zijn om grote aantallen mensen in de VS, Groot-Brittannië, Italië en Canada — en ieder ander land dat meehelpt met de oorlogsinspanning — werkelijk te doen breken met onze leiders en te weigeren mee te werken? Kunnen we in eigen land duizenden «Voilà-momenten» creëren?

Dat is de vraag voor de wereldwijde antioorlogsbeweging nu ze haar follow-up van de spectaculaire demonstraties van 15 februari plant. In de Vietnamoorlog besloten duizenden jonge Amerikanen te breken met hun leiders toen hun oproepkaarten in de bus vielen. En het was die bereidheid om verder te gaan dan protest, naar actieve ongehoorzaamheid die geleidelijk de binnenlandse rechtvaardiging van de oorlog uitholde.

Hoe zullen de gewetensbezwaarden en legerdeserteurs van vandaag eruitzien? Nou, de hele week in Italië hebben activisten tientallen treinen geblokkeerd die Amerikaanse wapens en personeel vervoerden op weg naar een legerbasis bij Pisa, terwijl Italiaanse havenarbeiders weigeren wapens in schepen te laden. Vorig weekend werden in Duitsland blokkades gelegd rond twee Amerikaanse legerbases, net als rond het Amerikaanse consulaat in Montreal en de luchtmachtbasis in Gloucester, Engeland. Op 1 maart worden duizenden Ierse activisten verwacht op Shannon Airport, dat, ondanks Ierse claims van neutraliteit, wordt gebruikt door het Amerikaanse leger om zijn vliegtuigen bij te tanken op de route naar Irak.

Afgelopen week in Chicago demonstreerden meer dan honderd high school-studenten buiten het hoofdkwartier van Leo Burnett, de reclamefirma die de hippe, op de jeugd gerichte «Army of One»-campagne voor het Amerikaanse leger ontwierp. De studenten beweren dat op ondergesubsidieerde Latino- en African-American high schools veel meer rekruteerders van het leger dan college scouts rondlopen.

Het meest ambitieuze plan komt uit San Francisco, waar een coalitie van antioorlogsgroepen oproept tot een geweldloze contra-«staking», de dag nadat de oorlog begint: «Ga niet naar werk of school. Meld je ziek, loop weg… We zullen werkelijke economische, sociale and politieke kosten berekenen en business as usual stoppen totdat de oorlog stopt.» Het is een sterk idee: vredesbommen die ontploffen overal waar aan de oorlog wordt verdiend — benzinestations, wapenfabrieken, raketgrage tv-zenders. Het zal de oorlog misschien niet stoppen, maar het zou laten zien dat er een gerechtvaardigde positie bestaat tussen havik en hippie: een militant verzet voor de bescherming van het leven.

Voor sommige mensen lijkt deze escalatie van de oorlog tegen oorlog extreem: er zouden simpelweg meer weekenddemonstraties moeten zijn, volgende keer groter, zo groot dat ze onmogelijk te negeren zijn. Natuurlijk zouden er meer demonstraties moeten zijn, maar het zou inmiddels ook duidelijk moeten zijn dat geen enkel protest voor onze politici te groot is om te negeren. Zij weten dat de publieke opinie in het grootste deel van de wereld tegen de oorlog is. Wat onze politici zorgvuldig proberen vast te stellen voordat de bommen beginnen te vallen, is of het antioorlog-sentiment «hard» of «soft» is. De vraag is niet: «Maken mensen zich zorgen over de oorlog», maar hoe erg maken ze zich zorgen? Is het een milde consumentenvoorkeur tegen oorlog, die bij de volgende verkiezingen zal verdampen in het niets? Of is het iets dat dieper gaat en langer duurt — een, zullen we zeggen, Voilà-achtige bezorgdheid?

Aan één uiterste van het bezorgdheid-spectrum heeft Levi’s Europe besloten munt te slaan uit de antioorlog-hausse door de uitgave van een limited edition teddybeer met een peace-symbool aan zijn oor. Je kunt hem vasthouden en knuffelen terwijl je kijkt naar de angstaanjagende terror alerts op CNN. Of je kunt CNN af zetten, weigeren een softe peacenik te zijn, de straat op gaan en de oorlog tegenhouden.

Vertaling: Rob van Erkelens