De macht van de kabelmaatschappijen

Tussen kabel en consument

Achter onze dagelijkse uurtjes televisiekijken schuilt een professionele wereld van kabelaars, televisiemakers, toezichthouders en reclamemensen. Op gezette tijden borrelt een teken uit deze schimmige wereld op. Onlangs in Groningen, waar de programmaraad van Groningen en Drenthe vlak voor Koninginnedag aan kabelmaatschappij Essent adviseerde Euronews als objectievere Europese nieuwszender te verkiezen boven CNN en BBC World.

Dit oordeel riep een storm van protest op. Voorzitter Horstman, overrompeld door de kritiek op zijn raad, besloot direct de raads leden voor een nieuwe vergadering bijeen te roepen. Hij was, verklaarde hij, toch al niet gelukkig met de eerdere uitkomst. Op 7 mei kwam de raad daarom nogmaals bijeen. Tot ongenoegen van enkele leden omdat eerder was afgesproken dat in de vakantie níet zou worden vergaderd. Intussen had kabelmaatschappij Essent allang besloten CNN niet van de kabel te verwijderen.

De bijeenkomst in Groningen was een ontmoeting, of eigenlijk een botsing van snelle tv-jongens die hun zenders verkopen en sobere consumenten die halsstarrig de commercie van de kabel weren. Het is een procédé dat door geheel het land plaatsvindt.

Het leek in Groningen een gevecht in de marge. Terwijl de raadsleden, gezeten aan in carré geplaatste tafels, apathisch voor zich uit staarden, deden de tele visievertegenwoordigers hun uiterste best hun pleidooi te verwoorden.

BBC World had, verontwaardigd over het stempel «subjectief» dat zij opgedrukt had gekregen, iemand gestuurd om een aantal zaken recht te zetten. Zoals het de BBC betaamt, werd het een vurig pleidooi in mooie volzinnen, gebracht door een man met de mooie grijswitte haren van een heer op leeftijd. Afgekleed met een rode stropdas op een blauw overhemd dat een tint lichter was dan zijn pak, wees hij erop dat BBC World in Engeland níet wordt uitgezonden. Hoe is het mogelijk dat BBC World een Britse kijk wordt verweten?

In schril contrast met de tv-mannen en -vrouwen stonden de leden van de programmaraad, die naar eigen zeggen «hier zitten voor de achterban en niet voor eigen eer of air». Zij leken op geen enkele manier bewogen. De voorzitter wendde zich herhaaldelijk, om de secretaresse heen buigend, tot de directeur van Essent terwijl hij niet eens de moeite nam om het volume van zijn stem aan te passen aan het moment.

Het eerste raadslid dat het woord nam, stak van wal met een beschrijving van de voortdurende strijd tussen de Ommelanden en de stad binnen de programmaraad. Volgens hem was er sprake van een status quo: de Duitse zenders voor de Ommelanden en de Engelse zenders voor de stad. Daar moest niets aan veranderen. Hij brak tevens een lans voor Kindernet omdat zijn kinderen hem onder druk hadden gezet.

Raadslid Camio was erg boos op directeur Mensinga van Essent omdat hij in Winschoten al jaren vier zenders minder kan ontvangen dan zijn provinciegenoten in de stad Groningen. Een derde raadslid stelde voor BBC1 óf BBC2 uit het zenderpakket te halen ten gunste van cnn. Dat veroorzaakte rumoer onder de toehoorders, want een zender in het basispakket kan alleen worden vervangen door een zender met een vergelijkbare programmering en doelgroep.

In 1997 zijn de programmaraden ingevoerd om de macht van de kabelmaatschappijen te beteugelen. De oude eigenaren van de kabel, de Nederlandse gemeenten, stellen elke vier jaar deze consumentenraden samen. De raden adviseren de kabelmaatschappijen welke zenders zij moeten doorsturen. Ze moeten zo zorg dragen voor een pluriform karakter van het zenderaanbod. Het advies van de raad is voor het basispakket (vijftien televisie kanalen) bindend.

Maar van het basispakket zijn zeven kanalen door de overheid gevuld met de zogenoemde must-carry-zenders: Nederland 1, 2 en 3, de twee Belgische publieke zenders, een regionale en een lokale zender. De raad kan daarnaast nog acht zenders een plek geven. De overige kanalen van het standaardpakket worden ingevuld door de kabelmaatschappij. Op deze regels bestaan uitzonderingen omdat sommige gemeenten speciale regelingen hebben bedongen bij de verkoop van hun kabelnetwerken.

Het besluit van de programmaraad in Groningen bepaalt daarom de invulling van slechts acht kanalen. Dit is snel gebeurd met een voorkeur voor de publieken: BBC (twee keer), de Duitse zenders (drie keer) en het Franse TV5. De enige speelruimte zit in de twee kanalen die in Groningen en Drenthe worden gevuld door Discovery Channel en National Geographic.

Kortom, de televisiezenders strijden om ruimte die er in wezen niet is. Nickelodeon, een zender met enkel programma’s voor kinderen, haalde in dat gevecht daarom alles uit de kast. Een van de vertegenwoordigers van de kinderzender, met een kapsel als een ouderwetse vetkuif en gekleed in een surrealistisch lichtblauw witgestreept pak, leidde een delegatie van 25 kinderen uit Vries. Luid schreeuwend voor een plekje op de kabel probeerden zij de raad te beïnvloeden.

Maar of het zal helpen? Zolang de plaats van de buitenlandse publieke omroepen niet ter discussie staat, zijn er bijna geen kanalen te verdelen. De programmaraad is daarom een halfslach tige poging tot democratisering van de kabel. De Nederlandse overheid wil, totdat in de nabije toekomst digitalisering van de kabel doorzending van een schier onbeperkte hoeveelheid zenders mogelijk maakt, de doorgifte van publieke zenders beschermen. De onderliggende gedachte is dat burgers die verantwoordelijkheid kunnen dragen.

In het geval van de programmaraad valt dat te betwijfelen. De amateuristische wijze waarop die doorgaans functioneert, laat eigenlijk maar één oplossing. We houden ermee op en bepalen in Den Haag dat iedereen de Nederlandse, Belgische, Britse, Duitse en een Franse publieke omroep te zien krijgt. Daarbij worden kabelmaatschappijen verplicht een aantal internationale nieuws zenders en de lokale omroepen door te sturen. De rest laten we aan de professionals over.