Zomerserie: Jeugd in opstand

Tussen overgave en verzet

De kleine, broeierige roman Bonjour tristesse droeg in de tijd van verschijnen bij aan de bevrijding van een generatie. Maar het boek is veel meer dan dat: een geraffineerd drama over volwassenwording.

Françoise Sagan in Saint-Tropez, Frankrijk. Juni 1956 © David Seymour / Magnum Photos / ANP

In de winter van 1954, op 6 januari om precies te zijn, leverde een tenger meisje van achttien – lengte 1 meter 66, gewicht 49 kilo, kettingrookster, altijd Chesterfield zonder filter – een handgeschreven manuscript af bij Editions Julliard, gelegen aan de rue de l’Université in Parijs. Erbij zat een briefje waar niet meer op stond dan: ‘Françoise Quoirez, 167, boulevard Malesherbes, téléphone: Carnot 59 81, née le 21 juin 1935.’ Het was het manuscript van Bonjour tristesse, een roman die de schrijfster in de zomer van 1953 was begonnen te schrijven in cafés en die ze in een paar maanden had afgerond.

De uitgever, René Julliard, zag onmiddellijk dat de nieuwe, uitdagende thematiek van de roman, die was geschreven door zo’n jonge auteur, een recept was voor succes. Hij stuurde een telegram dat ze dringend contact met hem moest opnemen – ‘Prière de rappeler maison Julliard urgent.’ Omdat ze nog minderjarig was, moesten haar ouders het contract tekenen en zij voorvoelden ophef en wilden niet dat ze haar echte naam zou gebruiken. Ze bedacht ter plekke het pseudoniem Sagan, naar de prince de Sagan uit À la recherche du temps perdu van Proust.

Het vervolg is bekend: Bonjour tristesse was meteen een succès de scandale. In de roman vertelt Cécile, zeventien jaar oud, in de ik-vorm over de zomer die ze met haar vader doorbrengt in een landhuis aan de Côte d’Azur. Haar vader is al vijftien jaar weduwnaar en leidt een vrolijk luxeleven, waarin de ene jonge vriendin op de andere volgt, wars als hij is van trouw en verplichtingen. Deze vakantie is Elsa mee, een rossige schone, die zich lelijk heeft laten verbranden bij het zonnebaden. Cécile heeft een ontluikende romance met Cyril, een knappe rechtenstudent van 26.

Dit leven van ‘laaghartige schaamteloosheid’ dreigt doorbroken te worden als haar vader het bezoek van Anne Larsen aankondigt. Anne was een vriendin van haar moeder en zij heeft, bedenkt Cécile, strikte opvattingen over opvoeding en een ordelijk leven: ‘Zij ging met fijngevoelige, intelligente mensen om en wij met luidruchtige, dorstige lieden van wie mijn vader niet meer verlangde dan dat ze mooi of grappig waren. Ik geloof dat ze mijn vader en mij een beetje minachtte vanwege onze voorkeur voor onbenullig vermaak, zoals ze iedere buitensporigheid minachtte.’

Anne grijpt na haar aankomst inderdaad snel in: ze vindt dat Cécile meer moet eten, ze verbiedt haar verder nog om te gaan met Cyril en beveelt haar dagelijks in haar kamer te studeren voor haar eindexamen, waarvoor ze was gezakt. Als haar vader en Anne verliefd op elkaar worden, de frivole Elsa elders een heenkomen zoekt, ze vertellen dat ze willen trouwen en haar vader opgewekt afstand wil doen van het ongeregelde leven en ‘het ordentelijke, smaakvolle, goed georganiseerde burgerbestaan’ begint te prijzen, besluit Cécile dat ze moet ingrijpen. ‘Ik besloot dat ze schadelijk en gevaarlijk voor ons was, dat ze ons hinderde en uit de weg geruimd moest worden.’

En dat uit de weg ruimen lukt, door een machiavellistisch spel te spelen, waarvan Cécile de regisseur is. Ze zet Elsa en Cyril in haar rollenspel in als verliefd stel, om de jaloezie van haar vader op te wekken. Ze weet dat hij het niet kan uitstaan dat een mooie vrouw die hem toebehoorde het met een ander aanlegt. En ze weet ook dat Anne de vernedering van overspel niet kan verdragen.

De kritiek reageerde stormachtig op Bonjour tristesse. Sagan werd een ‘enfant de Laclos’, genoemd, een kind van de schrijver van Les liaisons dangereuses. Een ‘Radiguet en jupons’, een Radiguet in petticoat, naar de auteur van de schandaalroman Le diable au coeur. Nobelprijswinnaar François Mauriac bestempelde haar als ‘charmant klein monster’, maar stelde ook dat haar talent van de pagina’s spatte. Een paar maanden na het verschijnen van het boek kreeg Sagan de prestigieuze Prix des Critiques, waarna de pers opnieuw over haar heen rolde. Een tegenstribbelend jurylid had al laten weten dat de roman ‘een fatale slag zou aanbrengen aan het beeld van jonge Franse vrouwen in de ogen van buitenlanders’.

Jeugd in opstand

Steeds nadrukkelijker lijkt de jeugd tegenover de oudere generaties te staan – als het gaat om coronamaatregelen, de huizen- en arbeidsmarkt, liefde en seks. Of is die kloof van alle tijden? Deze zomer herleest Groene boeken waarin de jeugd rebelleert, romans als Blauwe maandagen, The Catcher in the Rye, Huckleberry Finn en Die Leiden des jungen Werthers.

Kiest Cécile voor de bandeloosheid van haar vader of voor de orde?

Bonjourtristesse veroorzaakte een schok. Hoofdpersoon Cécile en de jonge schrijfster werden op één hoop gegooid; er werd haar immoraliteit verweten. Hier was een jonge vrouw, een meisje eigenlijk nog, die de hypocrisie van het burgerbestaan hekelde, die zich wreed keerde tegen alles wat haar losbandige levensstijl in gevaar kon brengen. En in het boek ging ze ook nog eens met Cyril naar bed, was ze onverbloemd over haar seksuele verlangens en hield ze er een cynisch beeld over de liefde op na. ‘Het was onbegrijpelijk dat een jong meisje van zeventien of achttien de liefde zou bedrijven, zonder verliefd te zijn’, schreef Sagan dertig jaar later. ‘Mensen konden het idee niet toestaan dat een meisje niet smoorverliefd zou worden op de jongen en niet zwanger was aan het eind van de zomer. Het was ook onacceptabel, een jong meisje dat het recht zou hebben haar eigen lichaam te gebruiken zoals ze het zelf wil, en er plezier aan zou beleven zonder een straf op te lopen.’

Het was 1954, de bevrijdende jaren zestig moesten nog losbreken, het feminisme nog ontwaken en de pil nog worden geïntroduceerd. Bonjour tristesse was een voorloper van de nieuwe zeden die door een volgende generatie jongeren bevochten zouden worden. De kleine, broeierige roman droeg bij aan de bevrijding. Aan het eind van het jaar waren er zo’n vijfhonderdduizend exemplaren van verkocht en waren de vertaalrechten aan twintig landen verkocht; in 1958 volgde een Hollywood-verfilming. En decennialang lazen Franse meisjes het boek en werden aangestoken door de vrijheidsdrang van Cécile. In 2014, zestig jaar na het verschijnen van de roman, maakte het weekblad L’Obs nog een rondgang langs Franse schrijfsters die allemaal vertelden hoezeer Bonjour tristesse hen had geïnspireerd.

Daar kwam nog eens bij dat Françoise Sagan zelf het losbandige leven leidde dat Cécile zo vurig verdedigde. Door het succes van de roman beschikte ze opeens over een fortuin. Ze kocht er een appartement aan de linkeroever en een Jaguar XK140 convertible van en een nertsmantel voor haar moeder. Met de rest van het geld zette ze de bloemetjes buiten, waarbij de rekening van het hele gezelschap altijd naar haar werd geschoven. ‘Ze voedde en bevloeide iedereen’, herinnerde haar vriendin Juliette Gréco zich. Haar leven stond in het teken van snelle auto’s – ze overleefde in 1957 ternauwernood een zwaar auto-ongeluk in haar nieuwe Aston Martin – en drank, drugs en gokken. Ze zou nog meer dan twintig romans schrijven, tien toneelstukken, een hele reeks bundelingen van autobiografische en meer journalistieke teksten – ze bleef de schrijfster van Bonjour tristesse.

Maar nu het schandaal niet meer dan een vage herinnering is en de zorgeloze levensstijl die Sagan beschreef al lang niet meer alleen is weggelegd voor opstandige adolescenten en de jetset dwingt Bonjour tristesse een andere lezing af. Een lezing die een stuk diepgaander is dan geschoktheid over een meisje dat haar seksualiteit ontdekt en er alles voor over heeft haar vrije leven veilig te stellen, tot moord aan toe. Bonjour tristesse is een geraffineerde roman die, zou je kunnen zeggen, over het drama van volwassenwording gaat. De kritiek struikelde bij verschijning over de immoraliteit van Cécile, en ze is natuurlijk ook immoreel in het smeden van haar plan om met Anne af te rekenen, maar dat gaat gepaard met een grote morele worsteling.

L’Obs stelde in 2014 dat Sagan in Bonjour tristesse de wetten van de Griekse tragedie toepaste aan de stranden van de Rivièra. De korte verklaring die het Franse weekblad daarbij gaf was dat zij de verveling, toch een volwassen sentiment, de wereld van de adolescenten binnenhaalde. Sagan was van jongs af aan een fervent lezer en Bonjour tristesse is gedrenkt in de Franse literatuur. Inderdaad zijn er sporen in te vinden van de verveling die Albert Camus beschrijft in L’Étranger (1942). Zoals zijn hoofdpersoon Meursault een zinloze moord pleegt op een Arabier, zo zet Cécile haar fatale plan, haar ‘spel’, zoals ze het zelf noemt, in gang ‘uit onverschilligheid en uit nieuwsgierigheid’.

Onverschilligheid en nieuwsgierigheid zijn echter lang niet de enige gevoelens die in Cécile omgaan. Er speelt zich bovenal een tweestrijd in haar af, tussen overgave en verzet, tussen een keuze voor de orde die de moeder voorstaat en de bandeloosheid van de vader. Als je een Griekse tragedie terug wil zien in Bonjour tristesse, dan die van Elektra, over wie zowel Sophocles als Euripides, net als over Oedipus, een tragedie schreef. Carl Gustav Jung plaatste tegenover Freuds oedipuscomplex het elektracomplex, naar de dochter van de Griekse held Agamemnon en Clytaemnestra, die haar broer Orestes aanzet tot het vermoorden van hun moeder uit wraak voor haar moord van hun vader.

Cécile koestert een ‘incestueuze liefde’ voor haar vader, die in haar een ‘trouwe handlanger’ van zijn vluchtige avontuurtjes ziet. Hij wordt beschreven als een groot kind en een schooljongen, ‘slap en oppervlakkig’, die haar als een gelijke behandelt: hij haalt haar als ze vijftien is op uit het nonnenklooster waar ze na de dood van haar moeder was opgeborgen, kleedt haar verleidelijk en neemt haar mee naar feestjes waar ze eigenlijk nog niks te zoeken heeft. Met Anne keert de moederfiguur weer terug, en daarmee de belofte van orde, evenwicht en beschaving. Ze ziet dit als verraad van haar vader en manipuleert haar minnaar Cyril als een broer om een val te zetten voor de moeder.

Maar tegelijkertijd ziet Cécile in dat ze niet uit ‘meedogenloze haat’ handelt. Ze beschrijft Anne als een rolmodel, als een vrouw met karakter die haar kan helpen een ‘voorbeeldig mens’ te worden in plaats van een ‘armzalige, verstokte gelukszoeker’. Op momenten in Bonjour tristesse lijkt Cécile het elektracomplex te overwinnen en te kiezen voor volwassenheid. Ze wil haar leven in handen leggen van Anne. Maar volwassenwording is een pijnlijk proces, dat is wat Anne voelbaar maakt: ‘Ja, dat nam ik Anne nog het meest van al kwalijk: zij zorgde ervoor dat ik niet meer van mezelf hield. Ik, die als vanzelfsprekend geschapen was voor het geluk, voor een aangenaam en zorgeloos leven, was nu door haar terechtgekomen in een wereld waar zelfverwijt en een slecht geweten hand in hand gaan en waarin ik, niet gewend als ik was aan kritisch zelfonderzoek, de weg kwijtraakte.’

De tragedie is dat het lot zich voltrekt, ondanks Cécile’s dubbelzinnige gevoelens. Maar volwassen is ze daarna hoe dan ook, haar vermogen tot zelfreflectie is definitief wakker gekust.


Françoise Sagan, Bonjour tristesse. Vertaald door Marianne Gossije. Meulenhoff, 126 blz.