KUNSt

Tussen toeval en ambacht

Making is thinking

In museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam sloten afgelopen maand twee succesvolle tentoonstellingen over Nederlandse designers, Johan Thorn Prikker en Hella Jongerius. De Thorn Prikker-tentoonstelling bracht een enorme hoeveelheid werk bijeen: vroege Millet-achtige tekeningen, het interieur van Villa de Zeemeeuw uit Den Haag, glas-in-lood uit Essen en Düsseldorf; uitzonderlijk goed. Jongerius had maar één zaal, maar daar hing zo ongeveer alles wat zij wrocht door elkaar, waardoor er een leuk gevoel van experiment en onderzoek ontstond. De juxtapositie met Thorn werkte uitstekend. Thorns batikontwerpen voor de Zeemeeuw hadden zo bij Jongerius kunnen liggen.

De bezoekers liepen zich hardop af te vragen of het allemaal wel kunst was, of juist design, wat kennelijk nog altijd iets anders is; de vraag wordt ook gesteld in de nieuwe expositie in Witte de With, ook in Rotterdam. Daar opende een fijnzinnige tentoonstelling, Making is Thinking. De titel is ontleend aan The Craftsman van Richard Sennett (zie De Groene, 15 december 2010), een van die invloedrijke boeken die markeren dat in de huidige samenleving het contact tussen ‘maken’ en 'consumeren’ c.q. 'gebruiken’ bijna volledig verdwenen is. Alle producten zijn anoniem, komen 'ergens’ vandaan, de vakman is onzichtbaar.

Die opvatting heeft sterke invloed op de designpraktijk, en ook op de kunsten, althans, dat veronderstelt de samenstelster, Zoë Gray. Making is Thinking brengt een veertigtal werken bijeen die iets zeggen over ambachtelijkheid. Bijvoorbeeld in de toepassing van tijdrovende herhaling, zoals in Palazzo van Alexandre da Cunha, een enorm scherm van geduldig aan elkaar geknoopte zwabbers, of in het tonen van sporen van het maken, zoals in Wilfrid Almendra’s Handcrafted Pickaxe. Die eigenschap, het niet vermijden maar juist tonen van imperfectie, domineert ook Jongerius’ werk.

Het heeft iets pedants, de voorkeur van de contemporaine kunstenaar om zich te tonen als ambachtsman. Was het nou juist niet het voorrecht van de kunstenaar zich ongebonden te weten? Was het niet juist de bevrijding van de bedilzucht van het praktische en de bemoeizucht van de opdrachtgever, die de kunstenaar in staat stelden een zuiver beeld te produceren? Of is dat idee van die losgezongen activiteit toch achterhaald? Prikker zou zich verbaasd hebben dat wij ons, honderd jaar later, nog altijd die vragen stellen: voor hem was juist de integratie van de kunsten in elke vorm van productie en op alle niveaus van de maatschappij het devies. Zoals Thijs Lijster eerder in dit blad schreef: 'De wens van de historische avant-gardes om de kunst met het leven te verenigen, lijkt ingelost te zijn door het design.’

Waar zit het verschil dan, als er nog verschil is? Making is Thinking geeft er alleraardigste suggesties voor. Eén stuk dat de reis naar Rotterdam al rechtvaardigt is de korte film How To Become a Non-Artist van de Noorse Ane Hjort Guttu. Het is een geestig en slim stukje werk, eigenlijk een lezing met dia’s, maar het is ook een echte analyse van hoe 'het kunstwerk’ ontstaat, ergens tussen toeval, ambacht en artistieke wil. Hjort Guttu doet dat door te laten zien hoe haar vierjarig zoontje Einar in haar appartement allerlei dingen maakt. Hij zet twee eierdoppen op elkaar. Hij plaatst een koekenpan op een braadpan en noemt de ene 'Noorwegen’ en de andere 'Finland’. Hij plakt met wit tape boeken vast op een kist. Het zijn allemaal kunstwerken, als je niet zou weten wie ze gemaakt had, en Hjort neemt de taal van de theoreticus ter hand om ze te plaatsen. De bottom line van kunst maken volgens Einar is dat er domweg geen verschil is tussen de toevallige readymade en het doelbewuste maken van 'een werk’. Twee eierdoppen op elkaar, het urinoir van Duchamp: allebei zijn ze, aldus Hjort, terug te voeren tot een toestand van verhoogd bewustzijn. Er gebeurt iets, je voegt wat dingen samen, je ziet iets, je maakt er een foto van. Dat is het. Mooi. Is dat ook weer opgelost.


Making is Thinking, Witte de With, Center for Contemporary Art, Rotterdam, t/m 1 mei, www.wdw.nl. De tentoonstelling van Thorn Prikker reist naar Kunst Palast Düsseldorf, opent daar op 26 maart. www.museum-kunst-palast.de