SATIRE IN GROOT-BRITTANNIË

Tussen wc- en zonnebril

De Engelsen kunnen bogen op een dozijn satirische tv-programma’s, plus musicals, theaterstukken, films en het magazine Private Eye. Nederland steekt er schril bij af.

LONDEN - Satire is een cruciaal ingrediënt in de Britse samenleving. Waar andere landen revoluties hebben, zo schrijft de cultureel antropologe Kate Fox in Watching the English, daar heeft Engeland satire. Het maken van een grap is voor de Engelsen niet alleen een manier om gevoelens van schaamte te overwinnen, maar ook om hun verontwaardiging te uiten over politiek of maatschappelijk ontij. Een boze Fransman verbóuwt een kiosk om daarmee een straat te blokkeren; een verontwaardigde Engelsman koopt er een krant, verleid door koppen als ‘Scumbag Millionaires’ (over hebberige bankiers) of 'Never Mind the Ballots’ (over de Iraanse verkiezingen) - met de pathologische drang om er dan maar om te lachen. Zo hebben de Duitsers nooit begrepen hoe de Engelsen grappen over de Franse bezetting konden maken, zoals in Allo Allo.
Humor is alom aanwezig op het eiland. In elk gesprek, met bankier of bouwvakker, komt wel een taalgrap, een moment van zelfspot of een ironisch understatement voor, in een tempo dat voor een buitenstaander amper is bij te houden. In de dag- en weekbladen gaat geen pagina voorbij zonder gevatte kop ('Last Mango in Paris’, na de sluiting van Les Halles), ondeugend foto-onderschrift ('Say Greece!’ onder een afbeelding van fotograferende SS'ers bij de Acropolis) of kwinkslag in het stuk zelf. Zelfs woordenboeken kunnen hier geestig zijn. In andere landen is humor meer aan tijd en plaats gebonden. In Nederlandse kranten is er bijvoorbeeld een aparte plek ingeruimd voor humor en het uitgelezen tijdstip voor humor is oudejaarsavond, wanneer cabaretiers als komische dominees het jaar afsluiten. Dat hebben de Engelsen weer niet.

DE BRITSE SATIRE gedijt door de levendige journalistiek. Nederland heeft kranten, Engeland een pers. Waar de meeste Nederlandse journalisten de ambitie lijken te koesteren om er samen met politici voor te zorgen dat het land goed wordt bestuurd, daar doen hun Engelse collega’s eerder hun best om zulks te voorkomen. Jan Peter Balkenende kan zorgeloos een werkbezoek aan een ziekenhuis brengen, zijn ambtgenoot Gordon Brown moet uitkijken niet onder een 'Exit’- of 'Way out’-bordje door te lopen om een ongevraagd fotomoment te voorkomen. Engelse journalisten vragen zich niet af óf een politicus liegt - dat spreekt voor zich - maar wáárom hij liegt. Dit scepticisme leidt tot een eindeloze reeks schandalen, die een voedingsbodem vormen voor satire.
De aanwezigheid van een strijdlustige en partijdige pers heeft tot gevolg dat politici zich wapenen. Armando Iannucci’s serie The Thick of It draait om een genadeloze spindoctor, Malcolm Tucker, die de rijke Engelse taal reduceert tot vierletterwoorden. Kortom, het geheel vormt een waarheidsgetrouw portret van Tony Blairs spindoctor Alastair Campbell en diens obsessie met de headlines. Deze politieke satire is een eigentijdse, ruwere en snellere versie van de sitcom Yes Minister, het 'leerboek’ van de Britse politiek en volgens Iannucci even invloedrijk als Orwells 1984 wat betreft de visie van de burgers op de staat. In het middelpunt staat de elitaire, sluwe en verwaande secretaris-generaal Sir Humphrey Appleby, gespeeld door Sir Nigel Hawthorne, een acteur van wie geen Nederlands equivalent bestaat. Mede door een perfecte taalbeheersing is Sir Humphrey meester in het manipuleren en verhullen van de waarheid. Een typisch sirhumphreyisme luidt: 'The matter is “under consideration” means we have lost the file. The matter is “under active consideration” means we are trying to find the file.’ 'Sir Humphrey’ is sindsdien synoniem voor 'de rijksambtenaar’.
De schrijvers van beide series hebben gretig gebruik gemaakt van politieke dagboeken. Dat is nog zo'n traditie die in Nederland vrijwel afwezig is. Afgezien van het feit dat Engeland sowieso een rijke biografiecultuur heeft, lopen er in Westminster van oudsher persoonlijkheden rond die iets te melden hebben of over wier excentrieke gedrag decennialang wordt nagepraat. De voormalige ministers John Prescott en voor hem Alan Clark schreven, al dan niet zo bedoeld, hilarische memoires. Ook George Brown, de socialistische minister van Buitenlandse Zaken eind jaren zestig, deed dat. Tijdens een staatsbezoek aan Uruguay zag Brown het volkslied aan voor een wals en, verkerend in kennelijke staat, vroeg hij de eerste de beste vrouw ten dans. Dat bleek de aartsbisschop van Montevideo te zijn. Ook Nederland heeft 'larger than life’-karakters gehad - het kabinet-Den Uyl zat er vol mee - maar ze zijn, op een enkele liberaal na, uitgestorven.
Hoe belangrijk zulke kleurrijke politici zijn, bleek bij Spitting Image. Deze poppenserie kende haar hoogtijdagen in de jaren tachtig. Thatchers kabinet was een zegen voor satirici, met Nigel Lawson die voortdurend in paniek raakt over economische crises die hij per ongeluk heeft veroorzaakt, Norman Tebbit die Thatchers tegenstanders in elkaar slaat, en Cecil Parkinson die elke vrouw het bed in krijgt. Het aantreden van de glansloze John Major was het begin van het einde, al lieten de makers, op zoek naar iets absurds, hem vreemdgaan met een vrouwelijke collega, wat achteraf gezien zo vergezocht nog niet bleek te zijn.
In dezelfde tijd als Spitting Image genoot Alan B'stard: The New Statesman populariteit, een satire waarin Rik Mayall een corrupt, sadistisch en vrouwen verslindend Kamerlid speelt. In een van de afleveringen zegt deze nouveau riche-Conservatief: 'Why should we, the country that produced Shakespeare, Christopher Wren, and those are just the people on our banknotes for Christ’s sake, cower down to the countries that produced Hitler, Napoleon, the Mafia, and the the the, the the the, the the the Smurfs!’ Dat was een satirische samenvatting van Thatchers buitenlandbeleid.
Naast politici kent Engeland ook een ambtenarij die zich leent voor satire. Er wordt in de polder veel geklaagd, maar vergeleken bij 'Whitehall’ is de Nederlandse ambtenarij een wonder van efficiëntie. Een paar jaar geleden werd bekend dat Britse ambtenaren achttien jaar lang hebben gedelibereerd, rapporten hebben geschreven en onderzoeken hebben verricht over de vraag of er op departementen hard of zacht toiletpapier moest worden gebruikt, iets waar The Daily Telegraph een hoofdredactioneel commentaar onder de kop 'The Bottom Line’ aan wijdde. In zo'n bureaucratisch klimaat gedijen The Ministry of Silly Walks van Monty Python’s Flying Circus, The Department of Administrative Affairs van Yes Minister en The Department of Social Affairs and Citizenship in The Thick of It.

AL HET VOORGAANDE - terloopse humor, schandaalgevoeligheid, politieke karakters, goed acteren, taalgrappen tot en met bureaucratische absurditeiten - komt samen in Have I Got News For You, dat in haar negentiende jaar nog altijd zes à zeven miljoen kijkers trekt. Er wordt niet alleen gelachen over politici, maar ook dóór politici, om anderen en niet in de laatste plaats zichzelf. Tot de gasten behoorden Boris Johnson, William Hague, Charles Kennedy en de Zevende Graaf van Onslow, die stuk voor stuk een subliem gevoel voor humor bleken te bezitten, of in ieder geval een stuk beter in staat waren dit publiekelijk te uiten dan Dit was het nieuws-panelleden als Thom de Graaf, Geert Wilders of Jan Marijnissen.
In Engeland hoeven de deelnemers niet eens zo hard na te denken over grappen, want de pers doet het voorbereidende werk. Het is geen toeval dat Ian Hislop - een van de twee vaste panelleden - tevens hoofdredacteur is van het satirische magazine Private Eye, dat zijn lezers elke twee weken trakteert op leesplezier, waaronder in elk nummer een hilarisch decreet 'From the Desk of the Supreme Leader’, oftewel van kameraad Gordon Brown. Er is daarentegen veel talent voor nodig om de Nederlandse kranten als basismateriaal voor humor te gebruiken, al slaagt de onovertroffen Dominee (sic) Gremdaat daar voortreffelijk in. In mei merkte Hislop op dat Kerstmis dit jaar vroeg valt, doelend op de bonnetjesaffaire. En niet alleen voor de zichzelf verrijkende politici, maar ook voor de komieken. Want waar te beginnen met het maken van grappen? Bij de gedeclareerde pornovideo’s van de echtgenoot van de minister van Binnenlandse Zaken? De glitterende wc-bril van ex-minister John Reid? Of het eendeneiland, een pak luiers of het schoonmaken van de slotgracht? Aangestoken door de onthullingen van The Daily Telegraph deed de Nederlandse naamgenoot onderzoek naar het declaratiegedrag van Nederlandse Kamerleden. Waar Harm Edens en zijn collega’s bij Dit was het nieuws het uiteindelijk mee moesten doen?
Die zonnebril van Wouter Bos.