Rob Oudkerk, politicus met weinig partijvrienden

Tussen wrok en wroeging

Rob Oudkerk is een politicus met weinig partijvrienden. Mede daarom wist hij nooit de leider van de Partij van de Arbeid in Amsterdam te worden. Omdat «compromitterend materiaal» een onderdeel is geworden van de Nederlandse politieke cultuur en zijn timing faalde, liep hij in de val.

In de bovenzaaltjes van café De Badcuyp in de Amsterdamse Pijp hing zaterdagavond niet de geur van wilde beesten. Het rook er meer naar gelaten ergernis en vooral verwarring. De hoofdstedelijke afdeling van de PvdA vierde in De Badcuyp haar jaarlijkse «kick-off», een soort nieuwjaarsparty met discussie en disco. Wethouder Duco Stadig van Volkshuisvesting was er. Vice-fractievoorzitter Charlotte Riem Vis ook. En raadslid Bouwe Olij was er. Uiteraard. Olij — de voormalige afdelingsvoorzitter die Rob Oudkerk in 2001 formeel zij het schoorvoetend naar Amsterdam wist te halen en vorig week in Trouw als eerste in de openbaarheid stelling nam tegen zijn eigen politieke acquisitie — is altijd overal om de temperatuur te meten en desgewenst wat te sonderen. Hij is een klassieke «partijtijger».

Wethouder Oudkerk zelf was er nadrukkelijk niet. Hij was thuisgebleven, omringd door familievrienden. Omdat het «voor mij, voor mijn vrouw en voor mijn kinderen het beste is om buiten de openbaarheid heel even op adem te komen», had hij de feestgangers schriftelijk laten weten. In deze brief aan zijn partijgenoten verontschuldigde hij zich ook voor zijn naïviteit waarmee hij het «aanzien van het openbaar ambt en het aanzien van uw en mijn partij heeft beschadigd». Daarmee was geen woord gelogen. De tippelzone aan de Theemsweg was niet een eenvoudig bordeel maar een plek van morele én bestuurlijke twijfel.

Het kader wist zich eigenlijk geen raad met de brief, zoals de auteur zich al lang geen raad weet met de partij. Oudkerk is namelijk niet geliefd bij de leden. Weliswaar heeft hij als lijsttrekker bij de raadsverkiezingen in 2002 een opmerkelijke overwinning weten binnen te slepen — ongeveer de enige voor de PvdA in heel Nederland in het jaar van Pim Fortuyn — een partijman is hij nooit geweest noch geworden. Zijn positie bleef hangen in het midden: voortdurende irritatie én hoop op betere tijden. Het nadeel van Oudkerk was de afgelopen jaren dat hij slechts kon bogen op weinig trouwe vrienden in de partij. Zijn voordeel was dat hij evenmin veel gezworen vijanden had. Oudkerk, een mediapoliticus van de 21ste-eeuwse soort, was ongrijpbaar voor zijn partij, die nog geen afscheid kon nemen van de vertrouwde twintigste eeuw, toen de kaders nog alles dachten te bepalen. Wie de timing in de gaten houdt, kan er oud mee worden. Maar het is wel hoog spel.

Voor de column van Heleen van Royen in Het Parool was Oudkerk meer en meer een bête noire van de club geworden. Bij de wekelijkse fractievergaderingen op maandag kwam hij bij voorkeur niet. Die al te dualistische houding vloekte met de monistische cultuur die de PvdA in Amsterdam van oudsher kenmerkt. De absentie begon steeds schrijnender te contrasteren met de bijna permanente aanwezigheid van de loyale Duco Stadig, die nu aan zijn derde termijn als wethouder bezig is in de hoop dat de betonmolen nu eindelijk gaat draaien in Amsterdam. Toen begin dit jaar landelijk leider Wouter Bos om geduldige vernieuwing van de sociaal-democratie vroeg, bepleitte Oudkerk een strategie van «uit elkaar spelen» plus een «generaal pardon» voor ouderwetse PvdA’ers (als Klaas de Vries en Jan Pronk) die niet meer in de moderne partij zouden passen. Die houding zette nog meer kwaad bloed in de PvdA.

De wrevel onder de ambtenaren speelde hem in de zijlijn van de PvdA, in Amsterdam een ambtenarenpartij bij uitstek, eveneens parten. Eén keer een loodgieterstas met stukken voor het vrije weekeinde boven de prullenbak leegkieperen als een eenmalig symbool van onbureaucratisch gedrag wekte nog slechts verwondering. Het afschaffen van de stafvergaderingen stemde de ambtenaren al wat bezorgder. Toen Oudkerk twee top ambtenaren wegbonjourde — eerst crisis manager André Jansen bij de zieltogende sociale dienst, daarna Paul Verheij bij de aanpalende NV Werk — begon het op een patroon te lijken.

Binnen partij en fractie begon de oppositie tegen dit buitenlid van de PvdA naar enige bundeling te streven. Spil in dit web: Bouwe Olij. Zijn publieke interventie in Trouw had de opmaat tot een interne stormaanval moeten worden. «Wat mij betreft is de maat vol», aldus Olij tegenover het dagblad. «Ik heb zelf een puberdochter. Hoe moet ik haar over de omgang met vrouwen en prostitutie vertellen als een boegbeeld van mijn partij dit soort dingen roept? Hou de eer aan jezelf en stap op.»

Meer dan een opmaat was het niet. In de vijftienkoppige fractie kan Olij rekenen op bijna een derde. De raadsleden Peter Klerks, Herman Marres en Thijs Reuten zitten min of meer op zijn lijn. Althans, als het gaat om zijn streven de coalitie met de VVD op te blazen ten gunste van een akkoord met GroenLinks, dat in 2001 uit het toenmalige «regenboogcollege» stapte.

Maar dit bondgenootschap was broos in de interne discussie rond de wethouder. Vrijdagavond sprak fractievoorzitter Tjalling Halbertsma het kader in de afdeling Zeeburg zo toe: «Veel zorgelijker schat ik de situatie van de PvdA in Amsterdam momenteel in. Na een moeizame start leek de vaart er in te komen, maar de afgelopen periode lijkt het zicht op waar het om gaat wel verdwenen. Richtingenstrijd in de gemeente raadsfractie en incidentenleed in het college. Gezag hebbend politiek leiderschap lijkt snel af te brokkelen. Laten we de komende periode gebruiken om de PvdA-inzet stedelijk weer scherp te krijgen en de politieke successen van de PvdA in stads delen en gemeente ook te delen. En misschien wat meer dienend leiderschap in Amsterdam.»

Halbertsma meende het. Maar hij had ook een ander motief: de landelijke PvdA, met name partijvoorzitter Ruud Koole, zo lang mogelijk buiten de deur houden door de kwestie lokaal te houden. Diezelfde avond volgde Oudkerk, na bijna twee weken verschansing, die lijn en daalde hij uiteindelijk ook af. ’s Avonds liet hij zich interviewen door hoofdredacteur Erik van Gruijthuijsen van Het Parool voor een welhaast emotioneel «mea culpa» in de editie van zaterdag.

Een lonende strategie? Buiten de partij bleken de chaotische taferelen met en rond Oudkerk in ieder geval niet eenduidig te worden geïnterpreteerd. Afgelopen zaterdag waren partijgenoten, zoals gebruikelijk, in Amsterdam weer op pad in het kader van de wekelijkse campagnedag Rood op straat. De kwestie-Oudkerk was — tussen het folderen, luisteren en praten door — hét gespreksthema. Maar de verontwaardiging onder de burgers bleek niet unisono. Jong of oud, de meningen waren verdeeld tussen afkeuring wegens Oudkerks nu aan gruzelementen liggende voorbeeldfunctie en sceptisch louw loene jegens de eerste wethouder van de stad.

De verdedigingslinie van burgemeester Job Cohen — het «is schadelijk» maar op de vraag in welke mate «aarzel ik tussen kwets baar en chantabel», hij moet nu «kijken of hij over deze handicap kan heenkomen» — vertolkte deze ambivalentie zondag in Buitenhof. Olij en andere partij genoten, die er genoeg van hadden, moesten nog even stilzitten, in afwachting van nieuwe feiten en interpretaties in de media.

Die kwamen. De Volkskrant beschuldigde Oudkerk er maandag van een «vaste klant» te zijn geweest aan de Theemsweg. De bronnen bleven vaag. Maar dat deed er niet meer toe. Cohen en Halbertsma konden hun lijn van het weekeinde niet meer vasthouden.

Het is overigens te simpel om de affaire-Oudkerk louter in deze termen te begrijpen. De crisis in de hoofdstedelijke PvdA — dat er sprake is van crisis valt niet meer te ontkennen — komt niet uit de lucht vallen. In Amsterdam hebben de sociaal-democraten al decennia met de regelmaat van de klok een leiderschapsprobleem. Sinds het begin van de ontzuiling medio jaren zestig heeft de Amsterdamse PvdA eigenlijk maar één politieke bestuurder gehad die ook partijchef was: Jan Schaefer. Lijstaanvoerder Ed. van Thijn was in 1966 en 1970 de politieke chef vanuit de fractie, net als Eberhard van der Laan tussen 1994 en 1998. De eerste ging in 1972 naar de Tweede Kamer. Van der Laan was in 1998 murw gebeukt, gemangeld als hij werd tussen de sociaal-democratische wethouders in het college en de partijgangers die Paars nog niet op hun waarde wilde schatten. Zijn opvolger Jaap van der Aa wist nooit zelfs een schim van een leider te worden. Han Lammers leek in 1974 tijdens de metrokwestie weliswaar een krachtig leider, maar louter van zijn eigen factie binnen de in drieën uiteengevallen gemeenteraadsfractie. En toen Jan Schaefer in 1986 uit Amsterdam vertrok — voor een ongelukkig lidmaatschap van de Tweede Kamer — liet hij zijn opvolger Walter Etty een glorieuze erfenis na die in 1990 al verdampte in de grootste verkiezingsnederlaag ooit. Voor de goede orde: allen opereerden in een politiek klimaat waarin privé en publieke sfeer nog gescheiden waren.

De zes burgemeester sinds 1966 hebben deze lacunes zelden kunnen opvullen. Van Thijn kwam dichtbij, maar bleef een benoemde bestuurder. Cohen had nu last van dat euvel. Zijn verbazing over het feit dat een of ander politiekorps heeft gelekt uit een dossier van de inlichtingendienst kwam hem te staan op de toorn van de Amsterdamse politiechef Joop van Riessen. De betekenis daarvan moet niet worden gebagatelliseerd. Wie de bron ook is voor de onthullingen die de column van Heleen van Royen hebben geflankeerd — de landelijke AIVD of een politiefiliaal dat aan de AIVD rapporteert — feit is dat het begrip «compromat» zijn intrede heeft gedaan — compromitterend materiaal. Wat in de Verenigde Staten en Rusland een integraal onderdeel is van de bestuurlijke cultuur — compromat gebruiken in de politieke strijd — is nu in Nederland een effectief wapen geworden. Hoewel? In Rusland worden politici wel gechanteerd met dossiers uit de archieven van justitie, geheime dienst of belastinginspectie maar zelden met hoeren en snoeren.

Het is geen toeval dat deze gevechts methode zich rond Rob Oudkerk uitkristalliseerde. Oudkerk was namelijk een passant, een voorbijganger die buiten op straat weliswaar brutaal en extravert «communiceerde», maar daarmee binnen in de wandelgangen juist geen binding wist op te bouwen.

De bestuurlijke toekomst van Oudkerk hing daarom grotendeels van hemzelf af, zei bijna iedereen die hem niet tot aftreden had opgeroepen. «Hij moet pas weer in het nieuws komen als hij presteert als wet houder. Over andere zaken kan hij beter even zijn mond houden», aldus PvdA- voorzitter Koole, die zich er ook in mengde.

Het leek een simpele vraag: ging Oudkerk zich wentelen in wrok of was hij in staat tot wroeging? Maar Oudkerk besloot anders. Agressiviteit had immers altijd geloond. Hij ging dus in de aanval. Hij weigerde de «eer aan zichzelf te houden», zoals de fractie hem maandagavond smeekte. Hij dwong zijn partijgenoten, die geen vrienden waren, expliciet hun vertrouwen op te zeggen. Pas na drie sessies durfden ze dat.

De rehabilitatie, waarop Cohen en PvdA een dag eerden nog zeiden te gokken, was op de keper beschouwd ondenkbaar. Niet alleen in Nederland, ook in de Amsterdamse PvdA. Anders dan in Frankrijk zit je hier in de politiek of sta je buiten. Het aantal politici dat, vanaf de achterbank, opkrabbelt, is moeiteloos op de vingers van één hand te tellen. Wie alle rommel opruimt en alle vunzige schillen afpelt, wordt genoopt een drastische conclusie te trekken. Het openbare leven is verbonden geraakt met geheime archieven. Je zou het een vorm van «normalisering» kunnen noemen, een stap op weg naar accommodatie richting de politieke cultuur van echte staten waar macht nog macht heet. Eén illusie kan hoe dan ook bij het grofvuil. De revitalisering van een fatsoenlijke politiek zit er de komende jaren niet in.