Tussenpaus brinkman

Misschien is het slechts een tijdelijke illusie, een fata morgana die past in het zwaar koortsige verkiezingsklimaat van 1994, maar o, wat is het dezer dagen genieten voor iedere oprechte confessionelenvreter in dit land! Er lijkt geen einde te komen aan de vrije val van Elco Brinkmans CDA, en de afgelopen maandag gepleegde rituele moord op CDA-voorzitter Wim van Velzen geeft aan dat het besef van een naderende electorale apocalyps bij de kamerverkiezingen nu ook stevig heeft postgevat in het hoofdkwartier van de christen-democraten zelf.

De natste politieke dromen van Hans van Mierlo over een gedeconfessionaliseerd Nederlands bestuur maken nu voor het eerst in de geschiedenis een reele kans, en het feit dat nu juist de D66-voorman het heeft opgenomen voor Elco Brinkman (‘Het is niet de schuld van Brinkman; Nederland is aan het veranderen’) spreekt boekdelen over de hoeveelheid onheil die de opvolger van Lubbers nog over zijn partij geacht wordt af te roepen.
Als een adelaar op zoek naar een prooi hing het vraagstuk van de AOW - het heiligste aller huisjes, op het behoud van de monarchie na - al tijden boven het politieke landschap. De vraag was vooral: wie van de coalitiepartners - de twee traditionele ouderenpartijen van het land -zou er het langst in slagen om deze evidente crisis in wording niet aan te stippen?
Aanvankelijk zag het er naar uit dat de PvdA de zenuwen het slechtst in bedwang had: al direct na zijn aantreden als partijvoorzitter, nadat Marjanne Sint het veld had moeten ruimen in het kader van het WAO-drama, kwam Felix Rottenberg - toen nog met ongedresseerde tong - met de uitspraak dat een forse ingreep in de oudedagsvoorziening op korte termijn zijns insziens onvermijdelijk was. Vervolgens werd het peentjes zweten voor de sociaal-democraten - nog een onverhoedse uitspraak van Rottenberg of een andere partijcoryfee en de tijd was rijp om de PvdA-tent te sluiten.
Het was dan ook een geschenk uit de hemel toen Wim van Velzen tijdens die persconferentie op 27 januari op het Binnenhof in de roes van een nieuwe bezuinigingskoorts kenbaar maakte dat de AOW-uitkeringen moesten worden 'bevroren’.
Radeloos zag Elco Brinkman de lawine van verwijten op zich nederdalen. Van Velzen, CDA'er-moderne stijl, gezegend met een reputatie van hier tot Koerdistan als 'kille technocraat’, had hem meegetrokken in een draaikolk van verwensingen uit de eigen gelederen. Er bleef maar een uitweg over: de voorzitter diende ritueel te worden geofferd, naar het beproefde recept van de PvdA in de bijna analoge WAO-crisis.
Wat Brinkman nu probeert, is het maken van een politieke reuzeslalom inzake de AOW-crisis. Maar terecht constateerde hij zelf al verbouwereerd dat het rijkelijk laat is om het partijprogramma nog even snel aan te passen teneinde electoraal herstel te forceren. Zo'n noodsprong versterkt immers alleen maar het verwijt dat Brinkman sinds zijn uitverkiezing tot partijleider naar het hoofd geslingerd krijgt: dat van absolute politieke leeghoofdigheid en een overkill aan wil tot macht. Recente pogingen van Brinkman om een eigen politiek gezicht te krijgen, gesymboliseerd in zijn zogenaamde 'Tien Punten-plan’, genereerde oprechte hoon bij vriend en vijand. De fatale combinatie van nostalgische polderpolitiek en een aanzet tot een nieuw-conservatief reveil maakte dat het rook naar noch vlees noch vis en was vooral een verdere indicatie voor het al vaker geuite vermoeden dat het politieke temparament van de gewezen WVC-ambtenaar in feite even waterig is als de aquarellen van zijn dierbare Janneke. Brinkman slaagde er maar niet in duidelijk te maken waarom hij de nieuwe premier moest worden. Alleen maar dat hij het graag wilde.
De eerste autonome beslissing die hij als CDA-leider in het post-Lubbers-tijdperk nam - eerst meezeilen met Van Velzen, hem dan laten vallen - dreigt hem nu onmiddellijk fataal te worden. Al draaiend en kronkelend kan Brinkman zich nu alleen maar verder in de nesten werken, terwijl het aura van tussenpaus steeds nadrukkelijker boven zijn hoofd begint te stralen.
Voor de andere partijen (potientiele partners van een blauwe coalitie, of zelfs een groen-rode) is het parool nu dat Brinkman zo lang mogelijk op de been moet worden gehouden, zodat het christen-democratische bolwerk van binnenuit verder kan worden uitgehold. Vandaar dat Felix Rottenberg nu niets anders meer wenst te doen dan praten over de dreiging van de CD - een punt waarop niet te verliezen valt.
Vandaar ook Van Mierlo’s onverwachte steun aan Brinkman. Als volbloed machiavellist weet Van Mierlo natuurlijk dat het nooit raadzaam is korte metten te maken met een zwakke tegenstander: op momenten dat de laatste begint te wankelen is het beter hem nog even op de been te houden. Dat voorkomt in ieder geval het aantreden van een fitte en daardoor gevaarlijkere vervanger, zoals in Brinkmans geval Ernst Hirsch Ballin, die zich in het vuur van de campagneslag steeds meer begint te ontpoppen als een politieke pitbull.
Onlangs was de minister van Justitie in Nova in debat van Van Mierlo’s tweede man Gerrit-Jan Wolffensperger. Het ging over drugsbeleid. Toen Hirsch Ballin met hem klaar was, hing Wolffensperger zeeziek in zijn stoel, zijn haar helemaal in de war, in het verschrikkelijke besef dat hij net zijn hele partijprogramma op het gebied van liberalisering had ingeslikt.
Hirsch Ballin, die zich omringd had met een enthousiaste claque, stond van louter opwinding op zijn tenen te veren, als een bokser die wacht op toestemming van de scheidsrechter om zijn opponent de genadeklap te geven. Daar stond zonder meer de toekomst van het nieuwe CDA, conservatief tot in het bot en maar al te graag bereid om dat uit te venten. Het aftellen is begonnen.