Tussentijdse recensie van de Olympische Spelen

Een van de fijnste mededelingen tijdens de Olympische Spelen kwam van Hans van Zetten. Hij vertrouwde ons toe dat hij op stijldansen was gegaan in zijn woonplaats Ermelo. Hij noemde zelfs de naam van zijn danslerares, die naam is me ontschoten, maar ik hoop dat het Nancy was. Hij heeft dat voor ons gedaan. Zodat hij nóg beter het kunstrijden kon verslaan, zich nóg beter in zou kunnen leven in de schaatsers. Als dat geen opofferingsgezindheid is. Ik zou willen dat Hans van Zetten alle sporten verslaat. Het schaatsen, de biatlon, het schansspringen. Niet het ijshockey. Dat zou niemand moeten (willen) verslaan, dat zou wat mij betreft niet eens uitgezonden hoeven worden. Stel je voor dat Hans van Zetten de 10.000 meter van Sven Kramer had verslagen. Ik zou er de hele Olympische Spelen voor opgegeven hebben. Die naam in de voorlaatste zin is voor de eerste en de laatste keer genoemd. Akelig was het, vier dagen alleen maar blaten over iets wat die schaatser niet gedaan heeft, terwijl de zilveren medaillewinnaar Bergsma - een zachtmoedige jongen die graag in een oude auto rijdt met zijn Hollandse keeshond Yuki - net als vier jaar geleden, toen hij zelfs goud won, volledig genegeerd werd. Een ongehoorde schande. En al die commentatoren en presentatoren maar achter die ene schaatser aan hijgen in een poging een verhaal te maken.

Ik zag ook weer eens in wat een uitputtingsslag die Spelen zijn. Voor de sporters, voor de mensen die de boel daar moeten verslaan en voor ons kijkers. Na drie dagen schaatsen waren alle clichés al ontelbare keren voorbij gekomen, en dan moet je nog elf dagen. Ja, ik weet dat Danny Morrison een hersenbloeding heeft gehad, dankjewel Erik van Dijk, en ja, ik weet dat Patrick Roest zijn pols gebroken heeft toen hij tegen een tractor aangereden is, dankjewel Herbert Dijkstra en ja, ik weet inmiddels bijna de naam van de brandweerman die Brianne Tutt na een ernstig ongeval het leven redde, dankjewel, Erik van Dijk én Herbert Dijkstra. Ik hoef dat allemaal niet honderd keer te horen. Ze lieten bijna een foto zien van die vre-se-lij-ke wond die Havard Lorenzen twee jaar geleden opliep aan zijn been. Maar ik móést het honderd keer horen (en bijna zien) omdat er verder natuurlijk weinig te vertellen is en al die schaatsers zag je steeds weer terug op allerlei afstanden. Henry Schut die als een groot kind alle medaillewinnaars wel tien keer toeriep: ‘Besef je het al?! Je hebt goud gewonnen! Je hebt goud gewonnen!’ Ja, dat wist Esmee Visser zelf ook wel, Henry, ze had er zelfs nog een beetje zere benen van. En Kjeld Nuis is ook niet van gisteren. Dat onbeschaamde bewierrookprogramma zonder enige verdieping, voornamelijk omdat Henry Schut niet kan luisteren, had gelukkig Erben Wennemars aan boord, die wil nog weleens iets leuks of geks of verfrissends zeggen. Tijdens het interview met Jorien ter Mors was hij in fabelhafte vorm door van zijn bank naar haar bank te snellen om haar lichamelijk te troosten. Dat interview, trouwens, was het enige dat enige ontroering bij mij losmaakte. En dan elke dag afsluiten met een weken van te voren opgenomen, tenenkrommende karaokesessie. Het bracht het slechtste van de Nederlandse tv naar boven. Ik schaamde me tijdens het kijken. Dat lijkt me niet de bedoeling.

En o, o, o, wat zijn we toch een klein landje. De Japanse Nao Kodaira wint goud op de 500 meter en wat staat er in de krant? Goud met een Fries randje. De Oostenrijker Marcel Hirscher wint twee keer goud en tot twee keer toe ‘is het goud ook een beetje van ons’, want ja: hij heeft een Nederlandse moeder. De Tsjechische Karolina Erbanova haalt een bronzen medaille op de 500 meter en ja hoor: ‘de schaatsster die zo goed is gaan rijden toen ze in Heerenveen onder Marianne Timmer ging trainen’. Een tweet van NOS Schaatsen: ‘Niemand is sneller dan Sjinkie op de 500 meter.’ Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik antwoordde: ‘Ja, und?’ Want dan ben ik ineens een Duitser. Geen antwoord gekregen, vreemd genoeg. Het doet er helemaal niet toe of je de snelste bent op de 500 meter bij het shorttrack! Dat is een sport waarin de uitslag afhangt van geluk, valpartijen en diskwalificaties! Wat dan ook bleek, want Sjinkie kwam niet eens door de voorrondes heen. En toch sprak iedereen dagenlang over die deceptie. Waarom?! Focus op de mensen die wél door zijn. Versla verhalen, maak ze niet.
Er was een lichtpunt. Elke dag om zes uur. Het duurde een paar dagen, maar toen waren Herman van der Zandt en Bart Veldkamp helemaal op elkaar ingespeeld. Wat een fijn programma hadden zij tussen zes en zeven. Ze dolden, maakten grapjes, lieten vlogs zien van Noorse langlaufers in sumo-pakken (Bart is tegenwoordig een halve Noor), juichten Cheryl Maas toe toen zij haar snowboard in woede van zich afwierp. Ze hadden aandacht voor andere sporten, ontbeerden regelmatig respect voor bepaalde sporten (gemengd curling), en tussendoor kwam een frisse nieuwslezer(es) het nieuws ook nog even voorlezen. Relativering. De juiste toon. En die onbetaalbare blik in de ogen van Bart Veldkamp tijdens de uitzending over de opnieuw niet bij naam te noemen schaatser na het mislukken van zijn missie. Een missie die Veldkamp 26 jaar geleden al volbracht. En hij was de enige. Zijn goud verbleekte bij geen enkel ander goud.

Herman en Bart deden geen enkele poging een verhaal te maken. Ze versloegen, ze toonden, ze deden af, ze trokken in twijfel. Heerlijk. Al het andere, zeker Studio Sportwinter en de mensen die de filmpjes rondom het schaatsen maakten, probeerde verhalen te creëren. En dat kan nu eenmaal niet. Een verhaal ontstaat, of niet. Dat kun je niet dwingen, je kunt ons, kijkers, niet dwingen een bepaalde kant op te kijken. Wij zijn niet gek. Zeker niet als we naar de Olympische Spelen kijken. En we laten ons niet intimideren - ik in elk geval niet - als Sven Kramer (hé, die naam zou ik toch…) Bert Maalderink in elke zin die hij uitspreekt met ‘Bert’ aanspreekt, om hém te intimideren. Wat overigens niet lukte, Bert heeft wel voor hetere vuren gestaan. Je kunt Sven Kramer niet de grootste Olympiër maken als Kjeld Nuis dat gewenste verhaal op een 1000 en een 1500 meter aan flarden schaatst. En als hij - Kramer - dan met zijn ploegenachtervolgingsmaten uit ogenschijnlijke frustratie een zware tegel het publiek inkeilt waardoor twee bezoeksters aan het Holland House gewond raakten, blijkt dat ineens één van de verhalen van deze Spelen te worden. Een verhaal waar niemand van de NOS ook maar het minste aandeel in had.