Tuut tuut tuut

Dit gesprek had plaats kunnen vinden maar heeft nooit zo plaatsgevonden.

– Hallo met Eddy.

– Hallo. U spreekt met Wobke van Alkemade van de NPO, ik heb een vraag aan u. Mag ik u zeggen?

– Dat mag je zeker. Ga je gang.

– We gaan van de NPO een programma maken over vluchtelingen. En wij wilden vragen of u daar uw medewerking aan wilde verlenen.

– Als wat?

– Nou gewoon… Als BN’er.

– Nou. Ik ben buiten de Jordaan niet echt een BN’er. Maar los van dat, wat moet ik dan doen?

– Nou. We gaan met een groep BN’ers naar, waarschijnlijk, Lesbos, kan ook nog Macedonië worden, en daar gaan we een programma draaien over het lot van vluchtelingen… Om te laten zien hoe erg het is. En hoe…

– Voordat je verder gaat… Wobje. Wat is de insteek? Welk verhaal vertel je doordat je er met een stel BN’ers…

– Nou… Wat wij belangrijk vinden is dat we laten zien hoe erg het is zodat er… ja… meer draagvlak komt bij de bevolking… zodat eh…

– Meer draagvlak… Dat is toch helemaal jullie taak niet… Jullie zijn journalisten. Jullie moeten registreren en duiden wat er gebeurt. Meer draagvlak creëren lijkt me meer iets voor vluchtelingenorganisaties… Die kunnen dat prima zelf, lijkt me…

– Nee… Maar in Nederland vinden nog steeds heel veel mensen dat die mensen helemaal geen recht hebben om naar Europa te komen…

– Nou… Heel veel mensen? Ik denk dat de meeste mensen wel vinden dat oorlogsvluchtelingen wel degelijk recht op asiel hebben. Politiek asiel is een diep verankerd instituut. Anders is dat sommige mensen het misschien een minder goed idee vinden dat anderen dan oorlogsslachtoffers zich onder de vluchtelingen scharen zodat de aantallen dermate groot worden dat het draagvlak voor vluchtelingen verdwijnt…

– U bedoelt terroristen?

– Nou… Daar dacht ik nog niet eens direct aan… Ik bedoel meer dat er ook veel mensen uit landen waar het geen oorlog is naar de rijkere landen van Europa willen komen om een beter bestaan op te bouwen…

– Maar het programma gaat eigenlijk meer over de vrouwen en kinderen die… eh…

– Ah… Jullie gaan focussen op de oorlogsvluchtelingen en vertellen over hoe ze het vege lijf konden redden, huis en haard verloren en nu op weg zijn naar het eerste de beste veilige land dat hen wil hebben…

– Ja… Daar willen we nou graag een reportage over maken… Dat de BN’ers met die mensen praten om zo ervoor te zorgen dat de mensen thuis begrip krijgen voor het feit dat we de grenzen moeten openstellen voor die mensen…

– Nee, daar ga je weer. Je gaat nu op de stoel van een vluchtelingenorganisatie zitten. Jullie moeten een afgewogen beeld geven van wat er aan de hand is, waar jullie gaan filmen… Op Lesbos of Macedonië of where ever… Met alles erop en eraan. Welke nationaliteiten? Wie zijn die mensen? Waarvandaan gevlucht? Voor welk gevaar? En hoe? Via welke routes? Waarom die routes? Hoeveel kost dat? Hoe is dat betaald en aan wie? Wat is hun eindbestemming? Waarom precies daarheen? En waarom niet ergens anders? Hoe oud zijn die mensen? Hoe vaak zijn ze vrouw? Hoe vaak kind… Al die dingen. En dan bepalen de mensen zelf wel op basis van al die informatie wat ze daarvan vinden en wat hun mening dan is inzake beleid ten opzichte van de crisis die we hebben zien ontstaan. En dat met dat draagvlak voor vluchtelingen zou best wel eens mee kunnen vallen want verreweg de meeste mensen willen iemand die met zijn kinderen de oorlog ontvlucht wel een veilige plek in ons land bieden. Op een paar duizend zwakbegaafde racisten op internet na natuurlijk.

– Maar u wilt dus meewerken?

– Ligt er een beetje aan wanneer jullie dat willen doen, want ik moet ook nog werken, maar in principe… Uiteraard… Ten minste… Als het een afgewogen verhaal wordt en dat niet het doel is ‘draagvlak creëren’ want dan is het dus propaganda en geen journalistiek.

– Hoe bedoelt u? Het is toch goed dat er meer draagvlak komt voor vluchtelingen… Ik begrijp u niet…

– Het is zeker goed als er meer draagvlak komt voor het opnemen van vluchtelingen. Dat draagvlak is zeker nodig omdat het, mits het om wat grotere aantallen gaat, en ik vind persoonlijk ook dát je substantiële aantallen zal moeten opnemen, dat dat voor sommige buurten of gemeenschappen best ingrijpend kan zijn.

– … eh… Mijn hoofdredactrice wil u graag verdere toelichting geven op… eh…

– Ja… Dat is goed… Geef haar maar… Dag…

– Dag… Hier is ze…

– Hoi… Met Flapke van Coevorden… Hoofdredactrice NPO Aktueel…

– Hoi… Met Eddy.

– Hoor ik nu dat u niets wil doen voor de vluchtelingen…

– Eh nee… Dat heeft u verkeerd begrepen… Ik wil graag iets doen voor de vluchtelingen… Maar het is wel zo dat…

– U bent bekend met de beelden?

– Eh… Ja… Allerlei beelden… Elke dag… Bij jullie… En op internet… Echt een drama van bijbelse proporties… Volksverhuizingen…

– Vluchtelingen, mijnheer Terstall… Weet u wel wat dat zijn, vluchtelingen?

– Ja… Natuurlijk weet ik wat dat zijn. Mensen die op de vlucht zijn…

– Nou dan!

– Nou dan?

– En toch wilt u er niets voor doen. Nou dat staat genoteerd dan…

– Huh? Ik zeg toch steeds dat er juist wel…

– Dag mijnheer Terstall… Tuut tuut tuut