Twee bewegingen

Onlangs was Sywert van Lienden van G500 op bezoek.

Hij vertelde over zijn club en de kritiek die hij had gehad. G500 zou niet democratisch zijn, er werd hem kwalijk genomen dat hij van drie middenpartijen lid was geworden en wat hij zei over ouderen die de laatste vijf jaar van hun leven zelf voor de kosten moesten opdraaien (‘vermogensafhankelijke zorg’) werd hem ook niet in dank afgenomen.

Ik vind G500 leuk.

Medium opheffer 27 2012 sluw

Leuk is een rotwoord, ik weet het. Maar ik meen het.

Wat mij eraan bevalt is niet het program – hoewel ik het daar op een punt of twee na niet heel erg mee oneens kan zijn. Wat mij bevalt is dat het een vernieuwende manier van actievoeren is die past binnen deze tijd: ze maken gebruik van de sociale media, ze zijn daardoor snel en effectief en ze hebben een antwoord op de suffige, vastgeroeste politieke partijen die allemaal naar elkaar toe groeien. Wat mij er vooral aan bevalt, is dat G500, in tegenstelling tot de politieke beweging in de jaren zestig en zeventig, gebruik maakt van de democratie. Want inderdaad: waarom zou je geen lid kunnen worden van drie, of zelfs vier of vijf politieke partijen? Als je maar betaalt. Het probleem dat sommigen daarmee hebben, is een moreel probleem. Hoe kun je nu sociaal-democraat en liberaal zijn? Dan deug je toch niet? Dan probeer je van alle walletjes te eten. Maar dat is natuurlijk onzin. Als je werkelijk bevlogen bent van een ideaal, dan probeer je dat ideaal te verwezenlijken binnen de democratische mogelijkheden. En als partijen al met elkaar rond de tafel gaan zitten om te kijken of ze compromissen kunnen sluiten, waarom zouden kiezers dat niet alvast kunnen doen? Kiezers van verschillende partijen, met een verschillende idealistische structuur. Ook democratie heeft een architectuur en een mechaniek. Waarom zou je aan die architectuur en dat mechaniek niet iets kunnen veranderen?

Toen ik Sywert sprak, vertelde hij dat hij de kieswet aan het bestuderen was om te kijken of er nog meer gaten waren waar hij en G500 doorheen konden glippen. Hij had her en der wat gevonden, hij legde dat aan mij uit, maar omdat er erg veel Twitter, computers en statistiek bij kwam kijken, begreep ik er niets van. Maar het leek me weer logisch in elkaar te steken.

Twee bewegingen: wij moeten democratisch verworven rechten afstaan aan Europa willen wij – althans dat zegt men – onze economische stabiliteit handhaven. Aan de andere kant zie je dat de jeugd druk doende is onze democratie anders in te richten. Zou daar een verband tussen bestaan, en zouden die twee gecombineerd kunnen worden?

Wat mij opvalt aan die nieuwe generatie die ik de laatste tijd vaak heb geïnterviewd, is dat ze grote kennis hebben over Tocqueville, maar nauwelijks over Marx. Maar dat kan ook liggen aan het feit dat ik bepaalde jongeren interview. Ik kan mijn Marx-mondje nog aardig roeren, maar ik hoor uit hun mond steeds: ‘Vrijheid en gelijkheid staan op gespannen voet met elkaar, een grote vrijheid gaat ten koste van de gelijkheid, zoals Tocqueville al beweerde.’

Een volgende generatie zal Marx weer ontdekken, vermoed ik.

Ik kan er wel van genieten. Ik heb het afgelopen weekend de partijcongressen op de televisie gezien (goed dat dat trouwens tegenwoordig voor een deel live kan) en ben geschrokken van de kwaliteit van de betrokkenen. Wat ze zeiden was soms niet eens zo onbenullig, maar het hoe viel me tegen. Ook van Roemer en ook van Samsom, ook van Rutte. Het is niet dat ze een gebrek aan passie hebben, het is meer alsof ze alleen maar passie hebben. Dat is ze waarschijnlijk ingefluisterd door spindoctors.

Geef mij maar Nieuw-Slim, desnoods Nieuw-Sluw.