Twee boekboeken

Klaas Huizing, De boekdrinker. Uit het Duits vertaald door Ingeborg Lesener. Uitgeverij Prometheus, 180 blz., \f29,90. Pierre Bourgeade, Het boekenparadijs. Uit het Frans vertaald door Ernst van Altena. Uitg. Goossens, 175 blz., \f29,50
‘Als voorbeeld voor zijn verhaal nam hij “Het parfum” van Patrick Suskind’, aldus de achterflap. Zo ongegeneerd (commercieel) heb ik schatplichtigheid niet eerder geetaleerd gezien. Klaas Huizing (1958), theoloog en filosoof te Munchen, heeft aan zijn voorbeeld hooguit geroken. Van de op boeken verzotte hoofdpersoon in De boekdrinker, de Saksische dominee Johann Georg Tinius (1764-1846), wordt weliswaar gezegd dat hij aan de geur van boeken de betreffende drukkerij kon vaststellen, maar dit gegeven speelt nauwelijks een rol, en dat is typerend voor dit boek. De schrijver heeft wat modieuze thema’s en gegevens bijeengesprokkeld en doet daar verrassend weinig mee, zodat een samenvatting van het boek al gauw interressanter klinkt dan het boek zelf.

Een leesgek van nu, Falk Reinold, ontdekt in een antiquariaat de levensbeschrijving van Tinius, die er alles voor over had om aan boeken te komen; hij gebruikte voor dat doel zelfs gif en hamer, wat hem in 1823 op een tuchthuisstraf kwam te staan. Daar schreef hij zijn eigen boeken, vijf in getal. Om die te verwerven pleegt zijn bewonderaar anderhalve eeuw later ook weer een moord.
Ook in andere opzichten lijkt de bewonderaar op Tinius, wiens levensbeschrijving hij leegdrinkt - naar welke lelijke vergelijking de titel van Huizings boek verwijst. Dan ontdekt Reinold het eigenlijke thema van Tinius, de Leer van de Laatste Dingen. In een gecodeerd acrostichon staat de datum van de jongste dag, anno nu: 1991. Wanneer onze wereldvreemde lezer de radio aanzet, lijkt het einde inderdaad nabij, zij het dat alleen hij dat in de gaten heeft. Spoorloos verdwijnt hij. Maar iets laat hij achter: een ‘cultuurgeschiedenis van het lezen’ in de vorm van negen hoofdstukken, 'Tapijten’ geheten, naar een titel van Titus Flavius Klemens von Alexandrien, zoals hij in het Duits heet, waarin citaten van Plato tot Hamann, Nietzsche, Handke, Steiner, Barthes en Derrida verweven zijn. De woorddiarree van deze laatste getuige, in het spoor van Nietzsche’s seculiere filologie, werkt besmettelijk.
De lezer in het boek is van alles op het spoor, zo wordt gesuggereerd; jammer alleen dat de schrijver deze hele tekstmachinerie, in elkaar geflanst uit tweedehandsmateriaal - Twee romans en negen tapijten heet het ook nog eens - niet een moment aan de praat weet te krijgen. Het abstracte taaltje is er dan ook naar, maar erger is de kinderachtige ongein tussen haakjes waar de schrijver rechtstreeks de lezer toespreekt:
’(Aan wie denkt u nu?)’ Net als voor de vergelijking met Suskind geldt dat Huizing net zo veel op de geniale humorist lijkt als gebarentaal voor doven op mime. Arm boek - sinds Borges en Eco moet die gevangene van de bibliotheek het danig ontgelden, en meestal enkel als symbool.
Nee, dan Het boekenparadijs van Pierre Bourgeade. Over schatplicht gesproken, daar komen zelfs de bibliotheken en boekhandels van Borges’ Buenos Aires in voor. Als een dertigjarige dame aan de zestigjarige boekhandelaar in het Baskische Bayonne een boek vraagt, wordt dat het begin van een merkwaardige verhouding. De man leeft veilig in een wereld van woorden en heeft niet in de gaten wat voor schaamteloos leven de vrouw achter de rug heeft; dat doet de schrijver ons tussendoor wel even uit de doeken, graag zelfs. Uit haat jegens de man nam zij de mannen bij bosjes. Een kuis huwelijk met de boekhandelaar lijkt soelaas te bieden, tot de wellust haar weer te veel wordt. Een kaatser laat daarbij het leven en de boekengek volgt hem door eigen hand. Na wat moorden en boekverbrandingen staat de vrouw ten slotte voor de keuze: leven in het paradijs der zinnen of in het boekenparadijs?
Die vraag hebben deze twee boekboeken dan met elkaar gemeen. Het beeld dat beide boeken van het leven in het boek geven kun je alleen maar antireclame noemen, dat kan geen toeval zijn; in de schildering van het leven buiten het boekje is Bourgeade met zijn mix van Angelique en l'Histoire d'O beduidend vaardiger dan de Duitse theoloog.