Menno Hurenkamp

Twee honden, een been

De Nederlandse verkiezingen vielen in de buitenlandse media op door twee dingen. Allereerst het voornemen van Rita Verdonk om het dragen van de boerka te verbieden – die wonderlijke mode om in een bungalowtent rond te lopen, waarvoor maar liefst honderd vrouwen in Nederland al gezwicht zijn. Het plan kwam in de Nederlandse kranten en nieuwsuitzendingen nauwelijks aan de orde. Men dacht hier: daar heb je Rita de la Tourette weer, die moet soms opeens migranten plagen, het is zo weer voorbij. Maar het antiliberale idee haalde de voorpagina van de International Herald Tribune. Want voor de buitenwacht is die rare Verdonk minister, en als die religieuze uitingen wil verbieden, vindt men dat over de hele wereld erg interessant. Pas toen het protest van elders kwam, bogen de vaderlandse media zich nog eens over de kwestie.

En dát we die Verdonk negeerden bleef ook niet onopgemerkt. Hebben die rare Hollanders vier jaar moord en brand staan schreeuwen over de Ongelooflijk Moeilijke Problemen Met Alle Moslims, praten ze nu weer over Drees’ erfenis alsof er nooit iets veranderd is. De verkiezingen gaan plotseling weer over de verzorgingsstaat, die Jan Peter Balkenende eindelijk eens succesvol gesnoeid heeft, constateerde The Economist. Die laatste conclusie trok het blad overigens ook al over de vorige twee premiers, Ruud Lubbers en Wim Kok: de Nederlandse overvloedige verzorgingsstaat wordt al zo’n dertig jaar eindelijk eens succesvol teruggesnoeid.

Het is de verdienste van Balkenende en vooral ook van Wouter Bos dat de parlementsverkiezingen van 2006 gingen over sociale kwesties, over rijk en arm en over zorgen voor ouderen en voor jongeren. En niet of veel minder over integratie en asfalt waar Verdonk en Rutte op hoopten, of over islam waar Wilders op hoopte, of over hoger onderwijs of de rest van de wereld. Bos heeft Balkenende uitgedaagd en de premier heeft de handschoen opgepakt. Maar wat heeft het ze opgeleverd? Balkenende heeft bij verkiezingen als minister-president recht op ‘de premierbonus’ – maar die is in zijn geval dat het cda niet het pak slaag kreeg dat in mei van dit jaar nog in het vooruitzicht lag. Bos was vier jaar oppositieleider, ‘deed’ ooit zestig zetels in de peilingen, maar ook zijn verdienste is nu dat hij het verlies heeft weten te beperken. Balkenende en Bos mochten de overheersende onderwerpen aandragen, extra stemmen kregen ze er niet door. Vooral Bos zal daar in de nabije toekomst nog flink last van hebben.

Want Jan Marijnissen en zijn SP wisten wél van die door de pvda en het cda gezette sociale agenda te profiteren. Marijnissen is feitelijk zelfs in het zadel gehesen door de twee andere mannen. Ze zochten elkaars gezelschap bij voorbaat op, waardoor er een zee van politieke ruimte voor de SP-leider ontstond. De pvda kan vast de borst natmaken voor deze nieuwe oppositieleider. Wanneer de sociaal-democraten meeregeren scoort de SP door voortzetting van het tegengeluid. Wanneer de sociaal-democraten niet meeregeren moeten ze opboksen tegen een oppositiepartij met een veel scherper profiel. In beide gevallen is de SP van Marijnissen bij de volgende verkiezingen een groot gevaar voor de pvda. En dat zullen we dan ook terugzien in de buitenlandse media: overleeft de Nederlandse sociaal-democratie de poging om zowel de middengroepen als de linkse burgers te binden?