Twee meisjes en een misantroop

Edvard Munch keerde begin vorige eeuw van het modernisme terug naar het realisme en zette twee meisjes in het Noorse licht.

LANG GELEDEN KEEK ik, een jong kunsthistoricus nog, met een eveneens jonge Engelse collega in het Mauritshuis naar De anatomische les van dr. Tulp, die zij toen voor het eerst zag. Ze zei: ‘How ugly!’ Ik wist niet wat ik hoorde. Dat schilderij van Rembrandt is toch een hoogtepunt in de Hollandse kunst. Maar mijn collega had gestudeerd aan het Courtauld Institute in Londen en daar de colleges gevolgd van Anthony Blunt - behalve de latere spion ook de grote kenner van de classicistische schilderkunst van Poussin. Het kille realisme van dat fletse lijk in De anatomische les, omgeven door die heren in sober zwart, was voor haar werkelijk een horreur. Van Poussin had ze meegekregen dat realisme getemperd moest worden door waardig decorum. Vergeleken met die nobele schoonheid was het schilderij van Rembrandt inderdaad grof en lelijk. Het is bij het waarderen van kunst, zoals bij alles, maar wat je gewend bent.
Zo is wat de ontwikkeling van de moderne kunst betreft de consensus vrij algemeen dat die ongeveer begon met Cézanne. De manier waarop hij visuele waarneming in strakke composities ging dwingen, leidde tot het Kubisme. In vervolg op Van Gogh ontstond het impulsieve Expressionisme. Uit de formele ordening in het Kubisme groeide de Abstractie, zoals die van Mondriaan. Ik weet dat deze beschrijving wel heel summier en schematisch is en onvoldoende recht doet aan allerlei varianten en vertakkingen. Maar de genoemde stromingen (met daarbij nog Dadaïsme en Surrealisme) hebben, naar ik meen, in hoge mate de lijnen van de verder complexe ontwikkeling bepaald, eigenlijk tot bijna nu toe. Maar niet alleen dat: de esthetische consensus heeft er ook voor gezorgd dat bepaalde eigenzinnige kunstenaars outsiders werden. Nu in deze tijd, ten gevolge van nieuwe media en extreme individualisering, het grote gebouw van de klassieke moderne kunst uit elkaar begint te vallen, wordt misschien ook de status van outsiders wel een andere.
Bijvoorbeeld Edvard Munch. In de algemene kunstgeschiedenis wordt plaats voor hem ingeruimd als, naast Van Gogh, een inspirator van het Expressionisme. Als we kijken naar de losse schilderwijze van Twee meisjes in de tuin uit 1905 is dat te begrijpen. Maar eerder zou ik het schilderij (de enige Munch in een Nederlandse collectie) als realistisch bestempelen en vooral als vreemd atmosferisch. Dat lijkt me een gevolg van de kleurstelling in het werk. Bruin en donkergroen in de achtergrond zorgen voor een schemerachtig licht. De meisjes staan er stil en verlegen te poseren eigenlijk, een met lange zwarte rok, de ander met kortere rok in gedempt rood. Hun blouses zijn roze en wit maar die kleuren stralen niet. Het licht is zonder zon. Schuin voor de meisjes zien we, als een raadselachtig ornament, de takken van een jonge appelboom in bloei. Wie de meisjes zijn, is niet bekend. Waarschijnlijk kwamen ze uit het dorp waar Much vaak modellen vandaan haalde. Voor wat? Want wat is dit voor schilderij, anders dan een studie in melancholieke stemmigheid? Maar ook is het een schilderij, denk ik, waarin Munch iets probeerde uit te drukken van wat hij, in licht en stemming, als typisch Noors zag. In de modernistische strengheid van de moderne kunst was er voor zulke ouderwetse sentimenten nauwelijks plaats. Maar in 1904 was Noorwegen onafhankelijk geworden van Zweden en voelde Munch, net als Ibsen en Grieg, zich geroepen de nationale zaak te dienen. Om landschap en licht en mensen te schilderen was de moderne kunst, waarin hij aanvankelijk vooral in Duitsland carrière had gemaakt, echter te kunstig en experimenteel geworden. Een vloeiend realisme is daar veel geschikter voor. Daarvan is het schilderij van 1905 een voorbeeld. In die tijd maakte hij veel van zulke scenische studies op het platteland en later nog veel meer nadat hij in 1910 voorgoed naar Noorwegen terugkeerde, na een maandenlang verblijf in een Kopenhaagse kliniek wegens een ernstige zenuwcrisis. Om het karakteristieke van het nieuwe vaderland te kunnen schilderen moest hij zich dus losmaken van de moderne kunst. Zo werd hij de grootste outsider. Zelfs in het Munch Museum in Oslo, merkte ik eens, had de hoofdconservator het over de echte Munch, de internationale schilder van de beroemde expressieve symbolistische werken uit vooral de Duitse periode, tegenover de late Munch die, solitair en misantropisch, in Noorwegen vereenzaamde. Misschien is dat nu anders. In ieder geval ziet Tracey Emin vanwege zijn nietsontziende eerlijkheid van sentiment de meester als haar grote voorbeeld.


PS Het schilderij hangt in Museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam. Wie alles van de schilder wil weten, verwijs ik naar de geweldige, vierdelige uitgave Gerd Woll, Edvard Munch: Complete Paintings, Londen, Thames & Hudson, 2009 - met daarin alle 1798 werken chronologisch en in kleur afgebeeld. Een onschatbaar compendium waarvoor ik goede vrienden nog eens wil bedanken