Zsuzsa Bánk

Twee seconden

Het is en vogue in de Duitse literatuur om de Europese geschiedenis een grote rol te geven: de oorlog, de ddr, de eenwording en de onmiskenbare invloed van al die veranderingen en trauma’s op families, gezinnen, opvoeding. Eugen Ruge (1954) doet dat bijvoorbeeld in zijn familie-epos In Zeiten des abnemenden Lichts.

Zsuzsa Bank, De lichte dagen. € 24,90

En ook Julia Franck (1970) doet dat in haar nieuwste roman Rug aan rug, een verhaal over een diepe verbondenheid tussen twee kinderen, waarin zij de dictatoriale opvoedingsmethoden van en argwanende sfeer tussen ddr-­kunstenaars beschrijft. Zsuzsa Bánk, geboren in 1965 uit Hongaarse ouders en opgegroeid in Duitsland, koos er in haar succesdebuut De zwemmer ook nadrukkelijk voor om de context van de Hongaarse Opstand in 1956 te beschrijven, waartegen haar dooltocht van een vader en zijn twee kinderen zich afspeelt.

Opmerkelijk genoeg kiest Bánk in haar nieuwe boek De lichte dagen uitsluitend voor het psychologische drama tussen haar personages. Ze verankert haar roman doelbewust niet aan historische gebeurtenissen en ontwikkelingen. Door de ogen van het meisje Seri beschrijft De lichte dagen op nauwgezette wijze de levens van drie kinderen en hun moeders in het Zuid-Duitse stadje Kirchblüt, niet ver van Heidelberg. Het broertje van Karl, een van de kinderen die centraal staan in de roman, is op een dag bij iemand in een auto gestapt en nooit meer teruggevonden. Wat zou er gebeurd zijn als Karls broer níet in die auto was gestapt? Seri stelt zich voortdurend dit soort ‘wat als’-vragen. Zouden de levensgeschiedenissen van de zes met elkaar verbonden hoofdpersonen er dan totaal anders uitgezien hebben? Het is een sterk uitgangspunt van deze roman: in twee seconden kan een leven totaal van richting veranderen.

Bánks hoofdpersonen, de kinderen Seri, Aja en Karl, delen geen gewone vriendschap met elkaar, maar een diepe hartsverbondenheid. Ze delen ook Eví, de excentrieke moeder van Aja, die aan de rand van het stadje in een bouwvallige hut woont, als een halve hippie. Eví was trapezeartiest in het circus, zwierf rond en belandde uiteindelijk in dit slaperige burgerstadje. Net als haar dochter maakt zij voortdurend radslagen in het gras, en bakt taarten alsof haar leven ervan afhangt.

Heel lang lijkt de kinderwereld in Kirchblüt een idylle. En het is niet moeilijk je mee te laten voeren in Seri’s verhaal, geduldig de zomerhitte mee te voelen, de sneeuw te zien vallen en de drie hoofdpersonen ondanks zichzelf volwassen te zien worden.

Seri en Karl hebben het niet getroffen met hun eigen moeders, die beiden met een groot verdriet kampen en daardoor in meer of mindere mate niet functioneren. Ellen, de moeder van Karl, is er het slechtst aan toe. Na een verbeten zoektocht naar het verdwenen broertje van Karl beseft ze dat hij niet meer teruggevonden zal worden. Zij raakt in een uitzichtloze depressie. En Seri’s moeder Maria heeft haar man verloren aan een hartaanval. Twintig jaar lang rijdt ze rond met zijn ongeopende koffer op de bijrijdersplaats in haar auto, als een teken van onverwerkte rouw.

Naarmate Seri, Aja en Karl volwassener worden, wordt ook het verhaal realistischer. In hun studietijd wonen ze een paar zomers en winters in Rome, in hun ogen een magische stad. Een aantal geheimen in hun levens en die van hun ouders komt boven tafel. De kinderen kunnen niet meer wegdromen. Voor Aja blijkt de werkelijkheid zeer ingrijpend: haar moeder Eví draagt een verwoestend geheim over haar afkomst met zich mee, en blijkt aan dementie te lijden.

In deze tweede roman van Bánk schuilt de tragiek achter de idylle, in de persoonlijke psychologie en levensloop van haar personages. Af en toe scheert ze daarmee langs de afgrond van de sentimentaliteit en neigt het persoonlijke naar het pathetische. Maar ze weet aan de goede kant te blijven en de balans te vinden in de fijnzinnige beschrijving van drie driehoeken, die elkaar in evenwicht houden: de kinderen, de moeders en de afwezige vaders.

Ondanks de tragiek is De lichte dagen verre van een somber boek. Het boek barst van de hoop, misschien juist doordat Bánk zo doelbewust de ontwikkeling van haar personages heeft losgekoppeld van de geschiedenis. Er spreekt geloof uit, geloof in sterke sociale betrokkenheid, bij je buren, bij je dorps­genoten, bij de moeders van de vriendinnetjes van je kind. Bánk lijkt voor het kinderperspectief te hebben gekozen, omdat kinderen domweg niet analytisch en ook niet cynisch kúnnen zijn over de toestand van de wereld of over hun toekomst. Zij kennen geen ironie, en houden nu eenmaal geen bespiegelingen in het licht van de geschiedenis. Niet de loop van de Europese geschiedenis, maar twee seconden bepalen de levens van deze kinderen. En daarmee is het succes van De lichte dagen, dat net als acht jaar geleden De zwemmer hoog in de Duitse bestsellerlijsten staat, een uitzondering in het hedendaagse Duitse romanlandschap.

Seri, Aja, Karl en hun moeders laten hun leed achter zich en richten zich op de toekomst, ook al is die anders dan ooit gehoopt. De lichte dagen lijkt een oefening in geduld, zowel voor de personages als voor de lezers, en vergeving.


De lichte dagen
Vertaald door Nelleke van Maaren, De Bezige Bij, 448 blz.,€ 24,90