Twee werelden gespiegeld

In het jaar van presidentiële verkiezingen in zowel Rusland als de Verenigde Staten is het voor Westeuropeanen eens te meer duidelijk hoe de verschillen liggen. Hoe veraf en mal de Amerikanen ook zijn, ze zijn ons nog altijd liever dan de Russen. Daar heeft de Koude Oorlog geen verandering in gebracht, integendeel: vrije nieuwsgaring en vrije verkiezingen maken een vergelijking tussen de twee veel gemakkelijker.

Voor de Europeaan zijn Rusland en Amerika twee sprekende spiegels, die respectievelijk het oude en het nieuwe Europa weergeven, ofwel hoe we niet meer en hoe we al wel zouden willen zijn. En wie de schoonste is? Het tsaristische, bolsjevistische en corrupte Rusland, met zijn feodale verhoudingen, collectieve prestaties, meedogenloze overheid en provinciale achterlijkheid, of het land der duizend dromen, door Europeanen geschapen in een paradijselijke woestenij, waar individuele vrijheid en technologische vooruitgang hoger worden aangeslagen dan sociale conventies en centrale overheid?
Behalve vergelijkbare electorale systemen bracht 1989 Europa ook de opening van talloze archieven en andere schatkamers der geschiedenis. Het nieuwe licht dat de opgedoken informatie werpt kan zowel ter bevestiging als ter omverkegeling van bestaande geschiedschrijving sinds de scheiding der geesten in Europa worden aangewend. Neem bijvoorbeeld het fotoboek Peaceful Action/Mirnoje djejstvije. Door het selecteren en interpreteren van foto’s uit het begin van de Koude Oorlog wordt de tweedeling in oude en nieuwe wereld flink aangescherpt. Het gaat om integraal afgedrukte negatieven, gemaakt door Amerikaanse en Russische soldaten in Centraal-Europa rond 1946, onlangs gevonden in respectievelijk Salzburg en Boedapest.
Door zelfs de zwaarst aangetaste foto’s af te drukken, geven de uitgevers de indruk volstrekt objectief te zijn geweest en krijgen de twee na elkaar afgedrukte reeksen het aura van een onopgesmukt document in de zin van Foucault, een nederige bron van indirect wereldnieuws die meer informatie geeft over de onderliggende structuren van de beschaving dan alle jaargangen Polygoon te zamen. Omdat voor alle bijeengebrachte foto’s is geposeerd, geven ze ten eerste informatie over het doel van de foto’s (souvenirs, voor thuis of voor later) en ten tweede over het beeld dat Amerikanen en Russen van zichzelf hebben en willen uitdragen. In dat opzicht bevestigen de foto’s, of de context waarin ze worden gepresenteerd, het beeld dat we al een eeuw kennen: de Amerikaan losjes, ongedisciplineerd en populair, de Rus stijfjes, gedisciplineerd en afstandelijk. De vrouwen op de Amerikaanse kiekjes zijn zonder uitzondering Oostenrijkse burgers, voor de lens gesleept en zichtbaar onder de indruk van de stoere nonchalance. De vrouwen op de Russische kiekjes zijn, op een enkele uitzondering na, soldaten die er even zelfbewust bijstaan als hun mannelijke ranggenoten. Die poseren groepsgewijs in bijna geometrische formaties of individueel met een wapen ter vervanging van een wapenbroeder. Amerikaanse soldaten onder elkaar vertonen de even symbolische, maar informeel ogende homo-erotische mannenvriendschap die we uit westerns kennen: beetpakken, omarmen, dollen. Individueel gekiekt rest hen slechts een hond, een fles of een teddybeer.
De Amerikanen poseren zo informeel als we zelf zouden willen, met de ontwapenende grijns die tot hun poseercode behoort. Ze willen graag de aardige jongens van om de hoek zijn waar desnoods de hele wereld op kan bouwen. De Russen poseren rigide als Masaikrijgers, maar de hier en daar losbrekende lach lijkt dan ook oprecht. Ze laten vooral hun menselijke waardigheid vastleggen, een overblijfsel van de negentiende-eeuwse blik op fotografie als middel tot transsubstantiatie: de belangrijke momenten in het leven worden in een andere materie bewaard. Een uit het feodale Europa stammende blik waar wij ons al lang van verlost wisten. Of hoopten?