Commentaar: Wiegel

Twee Wiegels delven Zalms graf

Het is een van de best bewaarde geheimen van Nederland. Maar de minister van Volksgezondheid heet al bijna negen jaar Hans Wiegel. Els Borst en Eduard Bomhoff zijn het afgelopen decennium niet veel méér geweest dan uitsmijters. Zij hebben bij de deur het publiek mogen selecteren. Want het is Wiegel die betaalt en dus de muziek bestelt.

Het departement bevindt zich dan ook niet aan het Parnassusplein in Den Haag maar aan de Sparrenheuvel in Zeist. Daar resideert Zorgverzekeraars Nederland, de overkoepelende belangenorganisatie van ziekenfondsen en particuliere verzekeringen. Daar geeft Wiegel sinds 1 februari 1994 als bestuursvoorzitter leiding aan de gezondheid van alle burgers, althans aan de financiële aspecten van dit grondwettelijke recht.

Zijn erelidmaatschap van de VVD is al die jaren niet veel meer geweest dan een frustrerende nevenfunctie. Wiegel moest zich tevreden stellen met wat interviews, waarin hij zich kon uitleven als de enige liberaal in Nederland die voeling heeft met zijn «mensen in het land».

Begin deze week is schaduwminister Wiegel eindelijk uit zijn hol gekropen. Nu partijleider Gerrit Zalm hem te hulp heeft geroepen voor zijn jacht op de 1,6 miljoen kiezers van Pim Fortuyn ziet Wiegel zijn kans schoon. Hij gaat voortvarend te werk. De eerste mesjes heeft hij al in de rug van Zalm geplant. Gerrit is te lang minister geweest en moet dus uit die «handicap groeien», zei Wiegel vaderlijk maar hard. Wiegel weet wat er leeft op straat. Zalm kent eigenlijk alleen de volkscultuur van de flipperkast.

Maar daarbij is het niet gebleven. Maandag heeft Wiegel vanuit Zeist de vloer aangeveegd met een cruciale passage uit het verkiezingsprogramma van zijn eigen partij. Om de overheidsuitgaven onder controle te houden, wil de VVD de kosten van de zorg aan een maximum binden. Pas als er een nieuw stelsel is, kan er volgens de VVD een einde gemaakt worden aan het «sovjetsysteem» dat de Nederlandse gezondheidszorg is. Dat nu gaat Wiegel niet ver genoeg. Een plafond is in zijn ogen «stalinistisch».

Dat Wiegel hiermee de miljoenen slachtoffers van het stalinisme beledigt, is raar. Als hij wat van Karel van ’t Reve zou hebben gelezen, zou hij zich schamen. Dat Wiegel zijn eigen kameraden stalinistisch noemt, is eveneens curieus. De VVD is kennelijk niet zo gezellig.

Zalm doet niettemin of zijn neus bloedt. In zijn ogen zijn er twee Wiegels: de partijgenoot en de zorgverzekeraar. De eerste helpt, de laatste roept maar wat. Zalm vergist zich. Beide Wiegels zijn bezig het politieke graf van Zalm te delven. Zonder gêne bovendien. Dat de tweede Wiegel nu al negen jaar procuratiehouder in het politburo van deze sovjetzorg is en dus medeverantwoordelijk voor het kennelijke «stalinisme», deert de eerste Wiegel niet.

Hij is bezig met een hogere vorm van dialectiek. Hij is nu al — naar Stalin zelf — «duizelig van zijn successen».