Twee zielen in één borst

George Alagiah
A Home from Home: From Immigrant Boy to English Man
Little Brown, 278 blz., € 26,50

Voor zijn boek A Home from Home: From Immigrant Boy to English Man reisde bbc-presentator George Alagiah onder meer naar Bradford. Zijn eerste ervaring aldaar deed hem denken aan zijn eerdere bestaan als buitenlands correspondent voor de Britse staatsomroep: een spraakverwarring met een taxichauffeur over de plaats van bestemming. Alagiah schrok toen de man hem in gebrekkig Engels vertelde al vijftien jaar in de vervallen textielstad woonachtig te zijn. Voor Alagiah was het een teken dat het multiculturele project ergens moet zijn ontspoord.

In zijn boek beschouwt de in Sri Lanka geboren Alagiah de Britse immigratiepolitiek van de laatste decennia, waarbij hij zijn eigen ervaring als leidraad neemt. Nadat hij zijn jeugd had doorgebracht in Sri Lanka en Ghana belandde de twaalfjarige Alagiah (‘knap’ in Tamil) begin jaren zestig op een kostschool in Portsmouth. Als enige gekleurde buitenlander zat er voor hem niets anders op dan te assimileren, een stoomcursus Engels-worden. Sri Lanka werd, zoals de titel verraadt, een huis van huis.

Hoe sterk hij zijn wortels had verdrongen, bleek toen hij na dertig jaar terugkeerde naar zijn land van herkomst. Tijdens het zwemmen werd hij gebeten door een schorpioen. Het leidde tot een paniekerige zoektocht naar eerste hulp. De gastheren opperden een traditionele geneeswijze die wordt gebruikt door vissers, maar Alagiah moest daar niets van weten. Het liefst was hij naar de ambassade gegaan om een goed ziekenhuis te laten regelen. Uiteindelijk belandde hij bij een lokale dokter tegenover wie hij zich, tot zijn gêne, als een arrogante Engelsman gedroeg. Het duurde even tot de Srilankees Alagiah ontwaakte. Bij terugkomst in Londen was hij weer de Alagiah die, samen met Natascha Kaplinsky, met een accentloos Engels het zes-uur-nieuws presenteerde.

Voor Alagiah en duizenden anderen heeft immigratie uiteindelijk gewerkt. In de Londense wijk Stoke Newington, waar hij woont met zijn Engelse vrouw en kinderen, is sprake van een multiculturele idylle, maar iets verderop naar het oosten, in Tower Hamlets, heerst een monocultuur. Waar Bradford een stukje Kasjmir in Engeland is, daar bestaat het overgrote deel van de bewoners van Tower Hamlets uit Bengaalse Sylheten.

Aan de hand van interviews ter plekke komt hij tot de ontdekking dat het multiculturalisme in Engeland uitstekend werkte totdat het werd uitgevonden. Hij sprak met een Engelse die goede herinneringen koesterde aan haar leven in Tower Hamlets, waar ze in de jaren zestig tussen de Jamaicanen, Spanjaarden, Ieren en Chinezen woonde: ‘We noemden het niet multicultureel. Ik denk dat niemand indertijd wist wat dat betekende. Het waren gewoon buren, kennissen en vrienden.’ Hetzelfde nostalgische geluid hoorde hij van een vrouw die er nog steeds woont: ‘De Bengalen gaan hun eigen gang. Ze mixen niet. Ik heb buren die ik niet ken. Vroeger was het multicultureel. Nu niet meer.’

Een mijlpaal in de immigratiepolitiek vormde de toespraak van Roy Jenkins die in 1966 als minister van Binnenlandse Zaken pleitte voor ‘culturele diversiteit, gekoppeld aan gelijke kansen, in een atmosfeer van wederzijdse tolerantie’. Dat klonk prachtig, maar veel politici gingen de nadruk leggen op diversiteit. Multiculturalisme werd een doel op zich.

Miljoenen ponden zouden jarenlang vloeien naar projecten die onbedoeld bijdroegen tot segregatie. In sommige wijken kreeg het Engels zelfs de officiële status van tweede taal. Initiatieven om tot gemengde wijken en scholen te komen, kregen weinig kans. Terwijl in de Verenigde Staten vooral xenofobe rednecks tegen plannen waren om ‘zwarte’ kinderen met bussen naar ‘witte’ scholen te vervoeren, stuitte dit plan in Bradford en andere steden juist op weerstand bij progressieve politici. Kenmerkend is het verhaal van een Brits-Jamaicaanse huismeester in de Londense wijk Brixton die de bouw van een provisorische moskee in een ‘moslimflat’ had tegengehouden: ‘Als zwarte kon ik dat makkelijk doen, maar een blanke zou voor racist zijn uitgemaakt.’

Alagiah pleit zeker niet tegen immigratie, maar voor goede immigratie. In het hoofdstuk Body & Soul beschrijft hij hoe een groot deel van het religieuze leven en de gezondheidszorg drijft op immigranten. Treffend is een citaat van de uit Hongkong afkomstige ziekenhuisbroeder die Alagiah’s vader had behandeld: ‘Een laag salaris en veel verantwoordelijkheid. Twee dingen die de Engelsen haten.’ Alagiah gebruikt dit om aan te tonen dat veel immigranten loyaler zijn aan de samenleving dan nogal wat autochtone Engelsen, die soms te beroerd zijn om vies werk op te knappen.

Volgens Alagiah kunnen twee identiteiten naast elkaar bestaan en is immigratie geen kwestie van loyaliteit. Wanneer Engeland tegen Sri Lanka cricket, kiest Alagiah voor zijn geboorteland. Hij beschouwt het als een kwestie van karakter, het verlangen om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Tijdens een familiefeest in Sri Lanka kwam hij erachter wat immigratie voor hem betekend had: ‘Op die avond begreep ik wat het beste Britse cadeau was: niet onderwijs, gezondheid of vertrouwen, maar ambitie. Tijdens het huisfeest voelde ik me thuis en niet thuis. Ik werd me ervan bewust hoe Brits ik was en hoe Srilankees ik me kon voelen.’