Pastrami. New York is ondenkbaar zonder dit gesausde rundvlees. Toch wordt er pas laat melding van gemaakt. Maar het doet plezier te weten dat dit gebeurde door Groucho Marx. Off stage overigens. In 1940 schrijft hij, in een brief: ‘The catering was delegated to Levitoff, the demon pastrami king!’ Waar Levitoff vandaan kwam, valt te raden maar het woord pastrami zelf? Als volgt: het Roemeense pastrama werd geannexeerd door het Jiddisch en is een vorm van het werkwoord pastra. Dat betekent conserveren.
Eens bestond er ook pastrami van gans, schaap en geit en (het is bijna een gotspe) ook van varkensvlees. Parmaham was altijd Parmaham. Net zoals Parmezaanse kaas niet precies afkomstig uit Parma zelf maar vervaardigd in het niet ver daarvan verwijderde Longhirano. Van alle hammen in Europa de meest ingewikkelde. Niet alleen dat hij om te beginnen eerst met zout, peper, piment, nootmuskaat, koriander en mosterd moet worden ingewreven. Na de rijping dient hij alsnog geperst en gestoomd en opnieuw met peper te worden ingesmeerd. Ondanks het verkregen adequate aroma qua spiritual flavour niet zo interessant. Een echt interessante regel over Parmaham moet nog geschreven worden. Nee, dan de kleine cornichon. De auteur Bloy, omstreeks 1850, nam zijn publiek te grazen met de verwensing: ‘Espèces de mufles, tas de marsupiaux, graine de cornichons!’ Op zichzelf zelf een verheugend tweede gebruik van de kleine augurk.