Tweede Kamer discussieert weer over Siriz

Kun je objectieve hulp aan onbedoeld zwangeren geven als je abortus moord vindt? De vraag stond centraal in het debat dat de Tweede Kamer na onderzoek van De Groene voert over de christelijke hulpverleningsinstantie Siriz.

Maandag 25 november 2018 begon de derde Week van het Leven, een initiatief van de anti-abortuslobby Platform Zorg voor Leven. De strekking van de campagne: nieuw leven begint bij de bevruchting, en ‘de intentie tot beëindiging van het leven wordt als onaanvaardbaar afgewezen’. Stichting Siriz is een van de initiatiefnemers en onderschrijft daarmee de uitingen van het Platform, waaronder een tamelijk gruwelijke beschrijving van een abortus. Siriz is óók een van de weinige organisaties die keuzehulp bieden aan ongewenst zwangere vrouwen.

Op 12 september publiceerde De Groene Amsterdammer een artikel waaruit bleek dat de keuzehulp door Siriz niet objectief is. Medewerkers van Siriz verstrekken sturende en medisch onjuiste informatie aan vrouwen met een hulpvraag. Daarnaast is Siriz bestuurlijk en financieel verweven met de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK), een christelijke anti-abortusorganisatie. Toch ontvangt Siriz sinds 2013 overheidssubsidie voor de geboden keuzehulp.

Sinds de publicatie van het artikel is de keuzehulpverlening bij ongewenste zwangerschap meermaals besproken in de Tweede Kamer. De subsidieregeling van de overheid wordt vervangen door een open house-constructie, waarbij organisaties zich kunnen aanmelden op basis van een set kwaliteitscriteria. Tijdens het debat dat op 29 november over deze criteria werd gevoerd, bleek dat de discussie hierover nog niet kan worden afgesloten.

De uitingen op de website van de Week van het Leven zijn voor veel partijen nogmaals reden om te twijfelen aan de objectiviteit van de keuzehulpverlening van Siriz. GroenLinks, D66 en de VVD legden daarom het vuur aan de schenen van staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, die de kwaliteitscriteria heeft opgesteld. In de criteria is weliswaar opgenomen dat organisaties die keuzehulp bieden transparant moeten zijn over hun visie, maar de (bestuurlijke) verweving met anti-abortusorganisaties wordt niet aangekaart. Corinne Ellemeet (GroenLinks) vindt dit nog niet ver genoeg gaan: ‘De staatssecretaris kan wel met Siriz in gesprek gaan en zeggen: “Dat mag je niet meer doen”, maar met alleen een scherpe controle op woorden op een website ben je er niet’, zegt ze. ‘Dit raakt aan de identiteit van een organisatie. Keuzehulp moet alleen geboden worden door een organisatie die daarnaast niet nog lobbydoeleinden heeft, zoals rondom de Week van het Leven. Het is naïef om te denken dat dit niet doorwerkt in de keuzehulp.’

Vera Bergkamp (D66) sluit zich hierbij aan: ‘Het gaat om de context en om de geloofwaardigheid van een organisatie. Stel, je hebt een goed, niet-sturend keuzehulpgesprek gehad met Siriz. Daarna ga je googelen en dan vind je: “Abortus is een onaanvaardbare oplossing.” Dat kan niet.’

Ook Ockje Tellegen (VVD) is kritisch: ‘De staatssecretaris zegt: “Ik vertrouw erop dat de verweving van Siriz en de VBOK de onafhankelijke keuzehulp niet in de weg staat.” Mijn fractie heeft daar twijfels bij. Ik vind het jammer dat dit door de staatssecretaris als “toppunt van wantrouwen” wordt weggezet.’

Blokhuis is met Siriz in gesprek over de uitingen op de website van de Week van het Leven, maar hij ziet geen reden om de kwaliteitscriteria verder aan te vullen. Volgens hem is het voldoende om de komende jaren ‘alert’ te zijn op de keuzehulpverlening. ‘Er was nauwelijks wetgeving op dit gebied. Met deze set criteria wordt de lat hoger gelegd dan ooit. Hierin is opgenomen dat er niet sturend mag worden opgetreden in gesprekken in het kader van keuzehulp. Om nu nog te zeggen dat organisaties zich daarbuiten niet op een bepaalde manier mogen uiten gaat mij te ver.’

Het debat eindigde voor veel partijen onbevredigend. D66 dient daarom een motie in waarmee een extra eis aan de criteria zal worden toegevoegd. Deze moet voorkomen dat de anti-abortuslobby invloed kan uitoefenen op de keuzehulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen. Blokhuis: ‘Jammer, het lijkt alsof we heel dicht bij elkaar zitten, maar toch raken we elkaar net niet aan.’