Non-fictie: Tweede Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Zestig jaar na WO II wordt er meer dan ooit gediscus sieerd over de vraag hoe het mogelijk was dat het hoogontwikkelde Duitsland de wereld in de afgrond van de barbarij kon storten. Voor een antwoord moet men ook naar individuele geschiedenissen kijken.

Richard J. Evans

Het Derde Rijk. Deel 1: Opkomst

Spectrum/Standaard Uitgeverij, 729 blz., € 39,95

«Is het onjuist om met Bismarck te beginnen?» Wie het eerste deel van een trilogie over het Derde Rijk met een dergelijke zin begint, laadt de verdenking op zich een aanhanger van de zogenaamde Sonderweg-these te zijn. Volgens de aanhangers van die visie heeft Duitsland ergens in het verleden – sommigen wijzen daarbij op Bismarck, anderen op de Duitse Romantiek of zelfs op Luther en de Reformatie – een verkeerde afslag genomen, zodat het land zich buiten de «normale» Europese ontwikkeling plaatste en waardoor de mo cratie en mensenrechten als «on-Duitse» verschijnselen werden gezien. Richard Evans beschrijft uiteraard wel de voorgeschiedenis van het Derde Rijk, maar wijst deze simplistische visie af en laat zien dat de Duitsers op veel momenten andere keuzes hadden kunnen maken.

Deze boeken zijn bedoeld voor een breed publiek en zijn dan ook een proeve van verhalende geschiedschrijving. Dit wil echter niet zeggen dat Evans een oppervlakkig historicus is, want zijn beschrijving is wel degelijk gebaseerd op analyses van de economische, maatschappelijke, culturele, politieke en in ternationale ontwikkelingen.

Evans zet zich duidelijk af tegen de sterk moralistische benadering van bijvoorbeeld Michael Burleigh en Daniel Goldhagen, omdat die geen inzicht verschaft in de houding en het optreden van de Duitsers die de komst van het Derde Rijk mogelijk maakten. Door veel nadruk te leggen op het demonische, «abnormale» van het nationaal-socialisme wordt het moeilijk te begrijpen waarom zoveel «normale», be schaafde mensen de heerschappij van Hitler accepteerden en meewerkten aan het moorddadige regime.

Richard Overy

Dictators: Hitlers Duitsland, Stalins Rusland

Bezige Bij, 767 blz., € 39,90

Tot ver in de jaren tachtig was het min of meer taboe om het nazisme en het stalinisme met elkaar te vergelijken. Wie dat wél deed, was kennelijk bevangen door de Koude-Oorlogsideologie en maakte zich schuldig aan demonisering van het communisme, doordat het op één lijn werd gesteld met de ideologie en het regime dat Auschwitz hadden voortgebracht. Aan deze opvatting lag de overtuiging ten grondslag dat het nazisme de belichaming was van het absolute Kwaad, terwijl het stalinisme de pervertering was van een in beginsel nobel ideaal. Hoewel het voor iedereen die zo onbevangen mogelijk naar de geschiedenis van de twintigste eeuw keek al lang duidelijk was dat dit een fatale misvatting was, raakte de publieke opinie hiervan pas doordrongen nadat in 1989 «De Muur» gevallen was.

Het uitstekende boek van Overy laat zien dat er wel degelijk belangrijke overeenkomsten waren tussen het nazisme en het stalinisme, zoals de wijze waarop Hitler en Stalin de absolute macht naar zich toe trokken en massa’s ideologisch werden gemobiliseerd. Overy is echter niet blind voor de verschillen, zoals bijvoorbeeld het feit dat de repressie in de Sovjet-Unie veel onvoorspelbaarder was. Een niet-joodse Duitser, die zich gedeisd hield, had tot het laatste oorlogsjaar betrekkelijk weinig te vrezen.

Hannah Arendt

Totalitarisme

Boom, 440 blz., € 39,90

Wie het nazisme en communisme met elkaar vergeleek – wat uiteraard iets anders is dan zeggen dat ze hetzelfde waren – werd dikwijls uitgemaakt voor een aanhanger van de totalitarisme-theorie, die vooral in de jaren vijftig opgeld had gedaan. Een van de belangrijkste werken uit die traditie was het driedelige The Origins of Totalitarianism van Arendt. Totalitarisme is de vertaling van het derde deel van deze trilogie, die verder bestond uit boeken over het antisemitisme en het imperialisme.

Met dit boek heeft Arendt eraan bijgedragen dat begrippen als «totalitarisme» en «totalitair» gemeengoed zijn geworden, zonder dat veel mensen nu precies weten wat ze daarmee bedoelen. Het belang van Arendts boek schuilt in het feit dat het inzicht biedt in totalitaire denkwijzen. Daarnaast legt Arendt de nadruk op het feit dat in totalitaire regimes het middel tot doel is verheven. Dat doel was de totale be heersing van het sociale leven door de staat en de vernietiging van elke vorm van individualiteit. Wie niet kon worden omgevormd tot de ideale massamens diende uit de ge meenschap te worden verwijderd en verdween in een concentratiekamp.

Een zwak punt in Arendts benadering is dat zij in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Israëlische historicus Jacob Talmon weinig aandacht besteedt aan de historische processen waarbinnen het totalitarisme kon ontstaan. Hierdoor verleidt ze haar vertalers tot de opmerking in de inleiding dat de Franse Revolutie «een lichtbaken is dat de weg wijst naar en de hoop wettigt op een betere toekomst voor de wereld», terwijl de oorsprong van het totalitaire denken juist in die Franse Revolutie moet worden gezocht. Ook richt Arendt zich vrijwel volledig op nazi-Duitsland, waar door onduidelijk wordt in hoeverre er overeenkomsten waren met de Sovjet-Unie en andere communistische regimes.

David Cesarani

Eichmann: De definitieve biografie

Anthos/Manteau, 453 blz., € 24,95

Het bekendst is Hannah Arendt wellicht geworden door haar boek over het proces tegen Adolf Eichmann, waarvan de ondertitel tot een gevleugelde uitdrukking is geworden: «de banaliteit van het kwaad». Volgens haar was Eichmann niet de verpersoonlijking van het Kwaad, maar een fantasieloze bureaucraat, die nooit heeft stilgestaan bij wat hij heeft gedaan. Hij roeide joden uit omdat het hem was opgedragen, niet omdat hij hen haatte.

Op deze visie kwam onmiddellijk veel kritiek, en in Nederland bestreed Abel Herzberg de opvatting van Arendt, die hier ook werd uitgedragen door Harry Mulisch. Volgens Herzberg was Eichmann «vlees van het vlees, en bloed van het bloed van het nationaal-socialisme».

Herzbergs visie wordt volledig be vestigd door Cesarani, die erop wijst dat de ongeïnteresseerde en volmaakt be heerste houding van Eichmann tijdens zijn proces onderdeel uitmaakte van de verdedigingsstrategie. Arendt heeft zich hierdoor laten inpakken en hier vervolgens een hele filosofie op gebouwd.

De persoonlijkheid van Eichmann blijft ook na lezing van deze uitmuntende biografie een raadsel. Volgens Cesarani is dat niet zo vreemd, aangezien zowel psychologen die bij de verklaring van genocide uitgaan van een abnormale, «nazistische» persoonlijkheid, als de Milgram-school, die stelt dat onder bepaalde omstandigheden vrijwel iedereen tot gruwelen in staat is, zich beroepen op het geval-Eichmann.

Nikolaus Wachsmann

Hitlers gevangenissen: De rechtsorde in nazi-Duitsland

Bezige Bij, 492 blz., € 39,90

De carrière van Eichmann liet zien dat mensen die werden ingeschakeld in de machinerie van het Derde Rijk werden meegezogen in de praktijk van vervolging, terreur en genocide. Met zijn keuze voor de SD trad Eichmann vrijwillig toe tot het terreurapparaat, maar toen hij voor het eerst massa-executies en vergassingen bijwoonde was hij bijzonder geschokt. Volgens Bruno Bettelheim was dit Eichmanns «Rubicon». Ondanks zijn weerzin keerde hij zich niet af van het systeem maar gooide zijn menselijkheid overboord en werd een willig instrument van het moorddadige regime.

Wat voor individuele mensen gold, ging ook op voor staatsinstellingen. In zijn bijzonder gedegen studie van het gevangenissysteem in het Derde Rijk schildert Wachsmann de stapsgewijze verharding van de strafrechtpraktijk, die uiteindelijk resulteerde in een uiterst misdadig systeem.

Een deel van de Duitse juristen en gevangenisfunctionarissen verwelkomde het Derde Rijk omdat dit een einde maakte aan het in hun ogen weke, veel te humane strafrechtsysteem van de Weimar-republiek. Voortbordurend op de oude wettelijke kaders ontstond een «rechtsorde» waarin «correctie» en «re habilitatie» plaatsmaakten voor nationaal-socialistische concepten als «vernietiging door arbeid», waarvan niet alleen criminelen maar ook, al dan niet vermeende, tegenstanders van het Derde Rijk het slachtoffer werden.

Paul Metz

Mussertman aan het oostfront: Oorlogsdagboek 1941-1942 (bezorgd door Ge rard Groeveld)

Vantilt, 128 blz., € 19,90

In hoeverre zijn mensen die in de oorlog de verkeerde keuze maakten te beschouwen als «slachtoffer»? De au teur van dit oorlogsdagboek, een overtuigde NSB’er die in de zomer van 1941 tekende voor het Vrijwilligerslegioen Nederland en een jaar later sneuvelde bij Leningrad, heeft heel bewust een keuze gemaakt en was daarmee dus verantwoordelijk voor zijn eigen lot. Toch rijst uit dit boekje het beeld op van een man die misschien niet echt een slachtoffer, maar op z’n minst de dupe was van een tijd die als een stoomwals over iedereen heen denderde.

Eigenlijk was Metz een typische loser. Hij was niet onintelligent maar had weinig opleiding genoten, mislukte in de crisisjaren als zakenman en werd door zijn vrouw verlaten. Teleurgesteld in het persoonlijke leven én in de samenleving koos Metz voor het ogenschijnlijk zo idealistische nationaal-socialisme, dat een burgerlijke levenshouding combineerde met utopische droombeelden van een nieuwe, solidaire gemeenschap.

Te midden van tierende sergeants, modder, luizen, sneeuw en kermende gewonden vervaagde Metz’ droombeeld al snel, terwijl ook de belofte dat men deel zou uitmaken van een zuiver Nederlandse eenheid volkomen vals bleek. Een jaar nadat hij soldaat was geworden, werd hij door een Russische sluipschutter met een enkel schot omgebracht.

John Lukacs

Vijf dagen in Londen: Mei 1940

Mets & Schilt, 271 blz., € 25,-

Er zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verschillende beslissende momenten geweest, momenten waarop een andere uitkomst van de gevechtshandelingen verstrekkende gevolgen zou hebben gehad. Men denke aan D-Day, Sta lingrad, El Alamein en de luchtslag om Engeland. Wanneer de Duitsers die krachtmetingen zouden hebben ge wonnen, zou de geallieerde overwinning vermoedelijk langer op zich hebben laten wachten. Maar vanaf welk moment was het eigenlijk onvermijdelijk dat Hitler de oorlog zou verliezen?

Vaak wordt zijn besluit om in juni 1941 de Sovjet-Unie binnen te vallen gezien als Hitlers fatale vergissing. Volgens de Amerikaanse historicus John Lukacs was er echter al ruim een jaar daarvoor iets gebeurd waardoor Hitler de oorlog in ieder geval niet meer kon winnen. In die desastreuze meimaand van 1940 besloot Groot-Brittannië, onder leiding van Churchill, immers door te vechten. Dit besluit werd echter pas genomen nadat het Britse oorlogskabinet vijf dagen vrijwel onafgebroken had vergaderd en Churchill moest opboksen tegen een aanvankelijke meerderheid, onder leiding van Lord Halifax, die koste wat het kost het Empire wilde behouden en daarvoor bereid was het op een akkoordje met Hitler te gooien.

Lukacs geeft een boeiende reconstructie van die vijf bloedspannende dagen, toen het visionaire en ogenschijnlijk onverantwoordelijke leiderschap van Churchill het won van nuchtere calculatie en opportunisme.

Max Hastings

De slag om Duitsland, 1944-1945

Balans, 759 blz., € 34,50

Dit is Hastings’ vijfde studie over de Tweede Wereldoorlog en begint met de Slag om Arnhem. Hierna zou de strijd in het westen zich op Duits grondgebied afspelen. De grondoorlog plus de intensieve bombardementen veranderden het land grotendeels in een woestenij.

Naast archieven en literatuur heeft Hastings ook vele betrokkenen geraadpleegd, waaronder Henry Kissinger, die stafsergeant in de 84ste Amerikaanse divisie was, en de in de Wehrmacht dienende Helmuth Schmidt. Uiteraard bekeken zij de oorlog toen uit tegengesteld perspectief, wat ook nu nog doorwerkt, onder meer in hun oordeel over de omstreden geallieerde bombardementen. Schmidt, die zich vooral de stank herinnert («alsof je in de keuken van McDonald’s zat (…) de geur van rundvlees (…) maar dat rundvlees wa ren mensen») noemt de bombardementen «geheel onterecht, onvergeeflijk zelfs». Ook Kissinger, die als jood Duitsland was ontvlucht, vindt tegenwoordig dat de grootscheepse bombardementen verkeerd waren, maar voegt daaraan toe: «Een land dat toeliet dat zoveel mensen werden vermoord, lijkt echter niet veel sympathie te verdienen.»