Economie

Tweedeling

Technologische ontwikkeling en internationale handel zijn de motoren van de voortdurende stijging van de welvaart. Maar de voortschrijdende automatisering, de concurrentie van lagelonenlanden en de komst van buitenlandse werknemers worden ook als een bedreiging ervaren, met name door laaggeschoolde werknemers. Terecht. De vruchten van nieuwe technologie en vrijhandel worden ongelijk verdeeld. In 1975 schreef Jan Tinbergen – de enige Nederlandse Nobelprijswinnaar in de economie – dat hooggeschoolden beter overweg kunnen met nieuwe technologieën dan laaggeschoolden. Technische ontwikkeling vergroot de arbeidsvraag naar hooggeschoolden meer dan die naar laaggeschoolden. De inkomensverschillen tussen lager en hoger opgeleiden nemen daardoor toe. Alleen als het aanbod de vraag naar hoger opgeleiden kan bijbenen, wordt voorkomen dat laaggeschoolde werknemers steeds minder gaan verdienen. Tinbergen sprak daarom over de race tussen scholing en technologie.

Ook de internationalisering van de economie vergroot de tweedeling tussen hoog- en laaggeschoolden. Westerse landen specialiseren zich in hooggeschoolde productie en arbeidsintensieve bedrijven verplaatsen zich naar de lagelonenlanden. Daarnaast neemt het aanbod van lager geschoolden uit met name de Oostbloklanden toe.

In de naoorlogse periode is de toenemende vraag naar geschoolden in vrijwel hetzelfde tempo gestegen als het aanbod. De hooggeschoolden zijn amper minder gaan verdienen terwijl hun aanbod toch met een ijzingwekkend tempo toenam. Hoger opgeleiden gaan sinds 1989 echter weer meer verdienen. De vraag naar geschoolden stijgt op dit moment dus weer sneller dan het aanbod. Het gevolg is een toenemende tweedeling op de arbeidsmarkt tussen hoger en lager opgeleiden. Bij ongewijzigd beleid heeft dit bittere consequenties. Hooggeschoolde lonen zullen de lucht ingaan vanwege hun grotere schaarste, terwijl de inkomenspositie van laaggeschoolden verder zal worden ondermijnd door aanhoudende internationale concurrentie. Werkloosheid onder laaggeschoolden zal bovendien toenemen als hun lonen niet kunnen zakken wegens het minimumloon of de laagste cao-schalen. Als Nederland de inkomensvloer in de arbeidsmarkt wil handhaven moeten er dus twee dingen gebeuren: minder aanbod van laaggeschoolden en voldoende werk voor laaggeschoolden.

Meer opleiding is de gulden middenweg om kwetsbare groepen voldoende productief te maken zodat ze niet tot de bedelstaf worden veroordeeld. Op zeer jonge leeftijd (twee jaar) moet worden begonnen met scholing. Alleen dan kan massale schooluitval van leerlingen in het vmbo worden gestopt. Op hogere leeftijd zijn scholings- en trainingsprogramma’s niet rendabel en vergroten ze nauwelijks de kans op werk. Meer scholing is niet alleen sociaal maar ook economisch efficiënt. Omdat beter geschoolden meer verdienen, neemt het financiële rendement op investeringen in onderwijs toe. De kwaliteit van het hoger onderwijs moet bovendien verbeteren via hogere collegegelden en een sociaal leenstelsel.

Toch is scholing alleen niet voldoende om de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen. De onstuimige naoorlogse groei in het opleidingspeil kan nooit meer worden gerealiseerd. Van ieder geboortecohort stroomt momenteel bijna de helft naar hogeschool of universiteit. Daarvan valt ongeveer een derde uit. Het opleiden van schlemielen tot ingenieurs zou tot enorme efficiëntieverliezen leiden.

Het minimumloon zal dan ook moeten verdwijnen en de laagste cao-schalen moeten zakken terwijl een inkomensafhankelijke belastingkorting het netto inkomen van werknemers toch op peil houdt. Alleen dan kan de werkgelegenheid voor laaggeschoolden op peil blijven terwijl tegelijkertijd de inkomensvloer in de arbeidsmarkt intact blijft. Voor een deel kan de belastingkorting betaald worden uit bespaarde uitkeringsgelden. Maar de belastingdruk zal ook onvermijdelijk verschuiven naar de hogere inkomens. Dit heeft nadelen voor de economie omdat scholings- en carrièreprikkels voor de bovenkant verminderen.

Laat de onderhandelaars bij de regeringsformatie doordrongen zijn van de ernst van deze nieuwe sociaal-economische kwestie. Alle zeilen dienen te worden bijgezet om het lot van de laaggeschoolden te verbeteren zonder de bronnen van onze welvaartsgroei af te knijpen. Stoppen met technologische innovatie, het sluiten van de grenzen of handelsprotectionisme is het kind met het badwater weggooien.

Aanbodvriendelijk sociaal beleid is vereist om de inkomensvloer in de arbeidsmarkt te behouden: meer scholing, afschaffing van het minimumloon en daling van de laagste cao-schalen bij gelijktijdige lastenverlichting voor de onderkant. Tegen beter weten én marktkrachten in proberen het minimum te handhaven zal uitsluitend leiden tot een onderklasse van uitkeringsafhankelijke laaggeschoolden.