Tweedracht

Door ‘Parijs’ wordt op scherp gezet dat het Westen niet kan laten gebeuren dat vrijheden als die van meningsuiting en van godsdienst overboord worden gezet. Dat vergt van Nederlandse politici een duidelijk, eensgezind, antwoord op Wilders.

De eendracht in Frankrijk na de aanslagen in Parijs op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo, op de agente die het verkeer aan het regelen was en op de joodse supermarkt was eigenlijk van korte duur. Het zag er zondag weliswaar anders uit, met die dikke drie miljoen mensen die aan het demonstreren waren voor de vrijheid en tegen terreur – niet alleen in Parijs, maar ook in andere Franse steden –, maar de voorvrouw van het Front National, Marine Le Pen, was voor de tocht in Parijs niet uitgenodigd. Zij demonstreerde demonstratief apart.

De overgrote meerderheid in Nederland mag dan de afschuw delen over wat er in Parijs is gebeurd, achter die eensgezindheid gaan ook hier vele verschillen van mening schuil. Ook hier doken die onmiddellijk op, alle roep om eendracht ten spijt.

Betuig je steun als je een bordje omhoog houdt met de tekst Je suis Charlie of ben je dan hovaardig bezig? Zijn we, het Westen, nu wel of niet in oorlog? Is de terreur in de islam ingebakken of wordt de godsdienst daarvoor misbruikt? Is de Rotterdamse burgemeester een held omdat hij tegen moslims die IS aanhangen zegt: rot toch op, of maakt hij daarmee alle moslims mede schuldig? Voelen jongeren met een islamitische achtergrond die opgegroeid zijn in het Westen zich aangetrokken tot de jihad als gevolg van achterstelling op scholen en op de arbeidsmarkt, zijn het ‘gewoon’ criminelen of lokt het Westen de terreur uit vanwege onze strijd tegen onder meer al-Qaeda en IS?

Even terug naar Marine Le Pen van het extreem-rechtse Front National. Zij had direct na de aanslag op Charlie Hebdo op waardige wijze gereageerd. Daar was iedereen het over eens. Ze had er geen politieke munt uit geslagen door alle moslims over één kam te scheren. Maar toch kreeg ze van de organiserende Parti Socialiste van president François Hollande geen uitnodiging voor de demonstratieve tocht van zondag. Wordt Le Pen te populair in Frankrijk en daarmee een bedreiging voor de PS? Of mocht ze om principiële redenen niet meelopen, om haar politieke ideeën, zoals onder meer de invoering van de doodstraf?

Stel dat de slachtpartij van vorige week in Nederland had plaatsgevonden, dan zou het mij benieuwen of Geert Wilders zou zijn uitgenodigd door de vvd van minister-president Mark Rutte voor een demonstratieve tocht door Amsterdam. Politici houden niet van dit soort hypothetische situaties. As is verbrande turf, zeggen ze dan graag. Ze willen niet worden vastgepind op hun antwoorden. Maar als gedachte-oefening dwingt de vraag tot nadenken.

Dat geldt overigens niet alleen voor politici. Bedenk zelf eens of je na een dergelijke terreurdaad wilt demonstreren naast iemand die een bord omhoog houdt met de woorden ‘Minder, minder’, daarmee overduidelijk refererend aan het spreekkoor dat Wilders afgelopen jaar uitlokte met de vraag aan zijn aanhangers of ze meer of minder Marokkanen wilden. Ik zou me daar doodongelukkig bij voelen.

Op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo was de Tweede Kamer nog op reces. Toch proefde je bij hen die wel aanwezig waren al direct een gemeenschappelijke vrees: dat de aanslag koren op de molen zal zijn van Geert Wilders en zijn pvv. Zijn aanhang zal door ‘Parijs’ mogelijk nog groter worden, zijn roep om Nederland van de islam te ontdoen nog luider en feller.

Het is meteen het grootste en ingrijpendste politieke verschil van mening achter de eensgezinde afschuw over de terreurdaden. Wilders wil de islam weg uit Nederland, ook al druist dat in tegen juist die vrijheden waar het Westen voor staat: de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst. Eigenlijk zegt Wilders dat je die vrijheid moet opheffen om haar te kunnen behouden. Je zou om die tegenstrijdigheid willen lachen, maar het is Wilders diepe ernst.

De komende tijd zal er op het Binnenhof volop gediscussieerd worden over hoe dit soort aanslagen als in Parijs te voorkomen. Politieke partijen zullen van mening verschillen over de vraag of er meer geld naar de veiligheidsdiensten zoals de aivd moet of niet, of de aivd teruggekeerde jihadstrijders wel goed op het netvlies houdt, of de grenscontroles aan de buiten- of zelfs binnengrenzen van de Europese Unie strenger moeten, of er meer aandacht en geld voor scholing en werk moet komen voor jongeren met een allochtone achtergrond, of buitenlandse geldstromen voor moskeeën moeten stoppen of niet. Dat is het gewone politieke handwerk, hoe vreselijk de aanleiding ook, vergeleken bij het politiek aanvechten van wat Wilders voorstaat, de de-islamisering van Nederland.

Het is ruim tien jaar na de brute moord op Theo van Gogh door Mohammed B. In die tien jaar is zowel Wilders als een groep moslimjongeren geradicaliseerd. Een afdoende antwoord hebben politiek en samenleving daarop tot nu toe niet, misschien begint het er al mee dat we onvoldoende overeenstemming hebben over wat de vraag is.

Door ‘Parijs’ wordt echter wel scherper wat het Westen niet kan laten gebeuren: dat vrijheden zoals die van meningsuiting en van godsdienst overboord worden gezet. Dat is de enige eensgezindheid die overeind moet blijven. Dat vergt van de overige Nederlandse politici een duidelijk antwoord op Wilders. Voor de rest mogen ze van mening verschillen. Daar gaat het nou juist om.

Onmiddellijk doken verschillen van mening op, alle roep om eendracht ten spijt