Twijfelhokjes

Volgende week woensdag gaat driekwart van Nederland naar het stemhokje - al is daar achter de ramen, op de balkons of in het voortuintje opvallend weinig van te merken.

Blijkbaar is het altmodisch om publiekelijk te laten weten dat je heel erg v¢¢r de PvdA bent of geweldig tÇgen de VVD. Of is er iets anders aan de hand en stemt, op de paar partijleden na die Nederland nog rijk is, geen mens meer met volle overtuigingen op de ene partij of in dolle heilsverwachting op de andere?
De zesde mei 1998 worden de verkiezingen van de twijfel. Van nou ja, ach, toe maar, wat doet het er eigenlijk toe. En toch: tussen acht uur ’s(morgens en acht uur ’s avonds zullen op die zesde mei 1998 enkele miljoenen Nederlanders ÇÇn vakje rood maken. Heel veel van die kiezers zullen hun keuze pas bepalen als ze in het hokje alleen zijn met het potlood of de drukknop.
Heeft dat te maken met gebrek aan interesse? Of met gebrek aan echte keuze?
Dat laatste lijkt het waarschijnlijkst. Ook een in politiek bovengemiddeld geãnteresseerd gezelschap als dat van de verzamelde Groeneredacteuren en -medewerkers blijkt bij navraag in grote staat van dubio te verkeren. De een stemt niet, de ander blanco, een derde stemt doof en een vierde blind: reden genoeg om het hele Groene-colofon te vragen het aanstaand stemgedrag in maximaal tachtig woorden nader te verklaren.
Natuurlijk is deze Groene-coming out niet representatief. Tenminste niet voor de verkiezingsuitslag. In ons gezelschap bevinden zich nu eenmaal weinig trouwe kerk- of beursbezoekers.
Daar gaat het niet om.
Het gaat er niet om wat we stemmen, het gaat om het waarom. Waarom stemt de een met lood in de schoenen, de ander kokhalzend, een derde met een kruis over het hele stembiljet en een vierde, nou ja, wat doet het er toe, dan toch maar weer Wim Kok? En waarom zegt slechts een enkeling: Ik stem op die en die, dat staat vast. Want die en die st††t ergens voor, precies waar ¡k voor sta.
Voel u dus gesterkt als u het straks in het stemhokje ook niet zeker weet. Misschien heeft u dan iets aan de nu volgende overwegingen van collega-aarzelaars die nu alvast vertellen in welke richting hun vinger zweeft en waar die de volgende week, okee, het moet dan maar, uiteindelijk zal landen.
Opland, politiek tekenaar:
Getwijfeld heb ik vaak. Hoewel het er meestal op uitdraaide dat ik in het stemhokje de PvdA mijn zegen gaf.
Dit keer wordt ’t moeilijker.
De vorige keer beloofde Kok in zijn verkiezingsprogramma een bezuiniging van zes (of acht?) miljard gulden.
In het regeerakkoord met D66 en de VVD werd dit een bezuiniging van achttien miljard. Ik krab daarom op mijn kop als Wim Kok nu belooft socialer te worden.
Het wordt nog zweten in dat stemhokje.
Doeschka Meijsing, columniste van de straat:
Ik ben trouw totdat het tegendeel blijkt: Den Uyl en Kok. EÇn keer ontrouw uit kwaadheid: gemeenteraadsverkiezingen jl. N¡et gestemd. Wilde daarmee iets zeggen. Anderen kennelijk ook. De politici zeiden dat het weer zo slecht was. In de grote steden dan, elders was er geen weer. Dacht aan het gezegde: Het is vergeefs gefloten als het paard niet kakken wil. PvdA dus. Om met Tom Lehrer te spreken: We all go together when we go… Opwaarts of neerwaarts.
Opheffer, columnist:
‘Ik kan natuurlijk niet echt iets voor hem doen’, zei Aad Nuis toen ik hem tijdens een voorgesprek voor een radio-interview vroeg of hij mijn vriendje Jan Kal kon helpen, de armste dichter van Nederland die geen geld kreeg van het Fonds der Letteren. Toch deed Nuis iets. Tijdens het interview (Jan Kal was er ook) las hij een zelfgemaakt sonnet voor waarin hij zijn bewondering voor Jan uitsprak. Jan was diep, diep onder de indruk. Hij zag het als een 'wending in mijn leven’. Een maand later kreeg Jan geld van het Fonds. Ik beloofde op D66 te stemmen.
Max Arian, redacteur:
Twijfelen doe ik bij elke verkiezing. Elke keer tussen andere partijen. Pas in het stemhokje maak ik mijn keuze. Die zal, denk ik, nu er geen verrassende nieuwe partij bij is, gaan tussen een eenzame linkse figuur op de PvdA-lijst (nu Maarten van Traa dood is, kan dat alleen Jan Pronk zijn) of een niet zo erg vage GroenLinkser (maar wie o wie?).
Huib Schreurs, directeur:
Ik twijfel tussen GroenLinks en CDA, VVD en GPV.
Wat ik wel weet is wat ik niet ga stemmen: PvdA. En natuurlijk valt elke partij af die onfatsoenlijk is.
Voorts zal ik - als ik uiteindelijk ga stemmen - gebruik maken van deze ene mogelijkheid om op een roker te stemmen. Wat volgens mij de kans dat het GroenLinks wordt weer behoorlijk verkleint.
Marc Terstroet, illustrator:
Eveline Brandt, redacteur:
Het is ouderwets om niet te willen zeggen wat je stemt. Kleinburgerlijk ook. Zeggen ze. Iedereen maakt tegenwoordig toch alles publiekelijk bekend? Ik ga met mijn tijd mee, dus daar gaat-ie dan: leeftijd: 29, geslacht: v, lengte: 1.76 m, titel: drs. 2x, maten: 90-60-90 ongeveer, seksuele voorkeur: m, streefgewicht: 60, salaris: 2800 netto, politieke voorkeur… Nee. Ze mogen echt †lles van me weten, behalve mijn partij.
Joeri Boom, redacteur:
Bij geen enkele partij voel ik me thuis. Mijn politieke interesse is gebonden aan persoonlijkheden.
Aanvankelijk zweefde ik tussen twee die ik bewonder. Jan Pronk om zijn bevlogenheid en gevoeligheid. En Leoni Sipkes (GroenLinks), die ook gewoon zegt waar het op staat. Maar Sipkes houdt het kamerwerk voor gezien. En Pronk is wel Çrg PvdA. U weet wel, die partij die acht jaar lang een botte cententeller op Onderwijs zette.
Hoe krachtig ook, in ons politieke stelsel maakt partijdiscipline personen vaak tot machteloze pionnen. En Paars vind ik een vreselijke kleur. Doe mij maar wit. Ik zweef naar een blanco stem. V¢¢r de democratie, tegen de onmacht.
Marianne van den Boomen, eindredacteur:
Gewoon even doen, verder geen woorden of illusies aan vuil maken. In het hokje denk ik twee seconden na over GroenLinks of SP.
Xandra Schutte, redactrice:
Toen ik de eerste keer mocht stemmen, wist ik een jaar van tevoren welke partij het zou worden. Ik zorgde voor de omgekeerde wereld: in mijn enthousiasme overreedde ik mijn moeder om niet op het niksige D66 te stemmen maar op Den Uyl. Deze verkiezingstijd voel ik me oud. Alles is voorspelbaar: het plotseling ideologisch 'vÇrplassen’ van de politiek leiders en hun geheven vuisten; de beelden van politici in supermarkten, in provinciale winkelcentra en op de motorkap van hun dienst-BMW. In het stemlokaal zal ik ook voorspelbaar zijn: vermoeid kleur ik een vakje van de PvdA rood. Uit heimwee naar vroeger stem ik op Pronk.
Karin Spaink, medewerkster:
Zonder enige vorm van debat heeft de Eerste Kamer vorige week de gulden afgeschaft en besloot ’s lands senaat dat Nederland overstapt op de euro. Een hamerstuk was het. Klopklop klaar, tas pakken, wegwezen, gauw op reces en op verkiezingstournee.
Klopklop klaar. De Nederlandse parlementaire democratie lijkt steeds meer op namaakslagroom. De taart wordt bereid te Brussel, het parlement spuit er voor de show toefjes op en voert een strijd om de Koksmuts.
GroenLinks wordt het. Maar met smaak stemmen? Nah.
Bernadette de Wit, medewerkster:
Bij de deelraadsverkiezingen in Amsterdam-Zuidoost heb ik mijn stembiljet ongeldig gemaakt. De dictatuur van de PvdA, in de Bijlmer ook wel de Rode Sloper genoemd, is op alle gebieden z¢ groot dat stemmen geen zin heeft. Ook bij de gemeenteraadsverkiezingen heb ik mijn beurt voorbij laten gaan. Op 6 mei zou ik een waarderingsstem kunnen uitbrengen op D66, maar je weet in ons stelsel nooit van tevoren wat de politici gaan doen. Die cargo-cultuur van beloften staat mij tegen. Ik doe niet langer mee.
Gerard van Westerloo, hoofdredacteur:
Als de VVD wint, hoef ik niet in ballingschap. Als de PvdA de grootste wordt, krijg ik geen ambassadeurspost. En als de christenen winnen, moet ik niet naar de kerk. Gelukkig het land waarin de verkiezingen om niks gaan. Daar is de politiek teruggebracht tot zijn essentie: de beschaafde, verbale vervanging van geweld. Hoe saaier hoe beter. In het stemhokje zoek ik de naam van de allersaaiste. Dan sluit ik mijn ogen en druk ik de knop in. Ik open mijn ogen: 'U heeft gestemd: Wim Kok.’
Rob van Erkelens, literair medewerker:
Tweede-Kamerverkiezingen, dat is voor mij de Nieuwe Nationale Regeringsshow. Ik doe al jaren mee, maar ik heb nog nooit iets gewonnen.
Martin Simek, columnist:
In 1981 verleende de koningin mij de Nederlandse nationaliteit. Dankzij het bijbehorende paspoort kon ik, na dertien jaar afwezigheid in Tsjechoslowakije, mijn vader op zijn sterfbed bezoeken. Uit dankbaarheid voor mijn ontvangst in Nederland blijf ik me tot de dag van vandaag als gast gedragen en stem ik niet. Wel hoop ik in de toekomst zo'n goede radio- en tv-interviewer te worden dat ik zelfs de politici ertoe kan brengen voor even hun masker af te leggen. Dan weten jullie, mijn lieve landgenoten, eindelijk wie je kiest.
Bob Bronshoff, fotograaf:
Als fotograaf gaat het me niet om de programma’s. Mij gaat het om de koppen! En ik heb er veel voor de camera gehad: Bolkestein, Marijnissen, Van Dijke, Els Borst, Jaap de Hoop Scheffer, Wim Kok.
GroenLinks belde met het eervolle verzoek de fotografie te verzorgen voor het verkiezingsaffiche. Natuurlijk ja gezegd. En Paul staat er prachtig op. Op 6 mei stem ik GroenLinks, en als ze winnen verklaar ik dat dat te danken is aan de fraaie fotografie. Over vier jaar stromen de opdrachten binnen.
Paul Kempers, kunstmedewerker:
Stemmen: paniekerige burgerplicht. Vaag herinner je je iets van kreten als schuivende panelen en de maakbaarheid van de samenleving. Vaag nog zie je de sigare-as op het morsige pak van Joop den Uyl, kampeerder uit overtuiging, socialist op biefstukgrondslag.
Stemmen, waarom?
Omdat stemmen een magisch-surrealistische handeling is: je rommelt wat met potlood in een hokje, gooit het biljet in de bus en zie: luttele maanden later pakt Wim 'Werk! Werk! Werk!’ Kok je uitkering af.
Het is een wonder.
Aart Brouwer, redacteur buitenland:
Nu het paarse kabinet het laatste restje dualisme in de landspolitiek heeft opgeheven, is de controlerende functie van het parlement in gevaar. Ik zal daarom in negentiende-eeuwse trant stemmen op een kamerlid dat denkt en handelt in de geest van de grondwet, dus 'zonder last of ruggespraak’. Ik houd de naam geheim.
Mirjam de Rijk, politiek redacteur:
Ik weet precies wat ik ga stemmen. Ik snap ook weinig van mensen die dat niet weten. Ik stem op een partij, niet op een persoon, al moet die partij natuurlijk wel voldoende capabele en aansprekende mensen op verkiesbare plaatsen hebben staan. Ik begrijp weinig van mensen die partij X eigenlijk niks vinden, maar er toch op stemmen omdat er ergens op de kandidatenlijst een persoon staat die ze wel zien zitten. Alsof die persoon, dankzij veel voorkeurstemmen, vervolgens ook het beleid van de partij gaat bepalen.
Stemmen is leuk, al was het maar omdat je dan weer eens in het bejaardentehuis komt waar je zo vaak langs loopt. Maar stemmen is gelukkig al lang niet meer de enige manier van politiek maken.
Joris van Casteren, verslaggever:
Er zijn werklui bezig met de schutting in mijn tuin. Wat stemmen zij?
'Al jaren D66’, zegt de timmerman.
'Die gaat verliezen, hoor Ko’, zegt de man die hem de spijkers aanreikt. 'Voor mij VVD.’ 'Je stemt toch niet om ’t winnen?’ zegt een derde (PvdA) met de zaag in de hand. 'Als je maar stemt.’
'Ik niet’, zegt de man die het hout de tuin in draagt. 'Op 6 mei zit ik in Benidorm.’ En jij, vragen ze opeens. Ik kan niets uitbrengen. Ik laat mijn mond vol tanden staan.
Michel Didier, kunstmedewerker:
Als je vertelt op een partij te willen stemmen met een cultuurbeleid, word je aangekeken alsof je een eeuw ingevroren bent geweest. Je stemt toch voor het milieu? Of voor de arme mensen? Je portemonnee dan? Nou nee. Nederland kent natuur noch arme mensen, en mijn portemonnee mag geen naam hebben. Mijn cultuur wel. Maar dat leeft niet. Kunst is er omdat het moet. Een cultuurminister niet. Daarom stem ik niet idealistisch, hooguit strategisch. Cynisch. Kokhalzend.
Stella Braam, verslaggeefster:
Stemmen, hoezo? Als lid van de grachtengordel-elite zal het mij goed blijven vergaan, welk kabinet er ook komt. Daarom schenk ik mijn stem aan een dolende junk die zijn stemkaart niet eens heeft ontvangen. Hij stemt op de lijstduwer van GroenLinks: Sjef Czyzewski, directeur verslavingszorg Zuid-Holland-Zuid. Met hem waait een betere wind door de instellingen: stop de afkickterreur, geef junkies onderdak en betaalbare dope. In de Kamer wil Czyzewski niet. Maar met voorkeurstemmen zal het wel moeten.
Jelle van der Meer, medewerker binnenland:
Macht vraagt om tegenmacht, dus gaat mijn stem altijd naar de oppositie. Deze keer meer dan ooit noodzakelijk, want let op, na de komende nederlaag van D66 gaat Nederland een nieuwe doorbraak beleven: een monstercoalitie van PvdA, VVD en CDA. Zie ze straks trots lachen! Kok, Bolkestein en De Hoop Scheffer: natuurlijk zijn we het eens, iedereen een poets gebakken, het wordt een gewoon kabinet hoor. Aarrgghh! Red het land, geef Nederland een oppositie! Maar niet allemaal GroenLinks stemmen, anders wil ook die partij nog meeregeren.
Joost Niem”ller, medewerker cultuur:
Te kiezen valt tussen de grote grijze leider die iedere discussie wegorganiseert, een contactgestoorde zakenman die ballonnetjes oplaat die hij zelf weer doorprikt, een katholieke gluiperd, een keurige dame die te goed is voor deze politieke wereld, een al te ambitieus rijkeluiszoontje dat de vleesgeworden politieke correctheid uithangt, een maoãstische populist die misschien wel het slachtoffer is geworden van overexposure. En dan heb je nog klein rechts. En niemand heeft iets samenhangends te vertellen over het feit dat Nederland verwordt tot het verkeersplein van Europa. Ik zal dat verkiezingshokje binnenzweven, mijn ogen sluiten en het rode potlood ergens op laten vallen. Want stemmen moet, geloof ik.
Tom Niemantsverdriet, opmaakredacteur:
Het wordt een proteststem. Dus niet op GroenLinks of de PvdA of op Paars in het algemeen. Paars is goed in cijfers. Maar gaat politiek niet ook en meer nog over normen en waarden? Ik wil op normen en waarden stemmen. Ik vrees. Ik vrees met groten vreze. Ik vrees dat ik in de buurt van het CDA uitkom. Nee, niet uit overtuiging. Bij wijze van protest.
Sander Pleij, redacteur:
Mijn meningen over de winkelsluitingstijden, werk- of gevangenisstraffen, het met twee of vier achterlichten uitrusten van de auto, kennisoverdracht, wel of geen drugs, het reiskostenforfait, de vriendin van de kroonprins, een stad als Srebrenica, de familie GÅmÅs en de zorg voor mijn oma kunnen op geen enkele wijze logisch met elkaar in verband worden gebracht.
Ik pas niet in dit democratisch bestel. Ik stem blanco.
Barber van de Pol, medewerkster literatuur:
Grow up, zeg ik tegen mezelf, maar het gaat niet. Ik loop aan de hand van een vader die trots PvdA stemde. Radicaler wilde hij niet zijn en Telegraaflezende mede-arbeiders kapittelde hij. Ik treed mokkend in zijn sporen. Confessioneel: nooit. D66 of VVD: nee. Kok bloeit, of is dat geliktheid? Liefst zou ik Netelenbos afstemmen. Mijn dochter stemt trouwens voor me, want ik ben weg. Maakt ze me stiekem uitgesprokener dan ik ben, dan heeft ze vast een goede reden.
RenÇ Zwaap, redacteur:
Ik ben nog immer zwevende. Marijnissen zou kunnen. Hij is tenminste een echte republikein en heeft in de Rode Hoed pas ook nog met de hand op het hart verklaard dat hij de buitenlanders met geen haar zal krenken. Maar ja, aan de andere kant, de SP heeft nog steeds nare trekjes en voor je het weet word je als blowende brildrager op last van volkscommissaris Poppe naar een grote collectieve heropvoedingsboerderij op het Drentse platteland gedeporteerd. GroenLinks is me veel te parmantig, en D66 geen optie sinds ze daar Guikje Roethof op onverkiesbaar hebben gezet. Misschien een strategische stem op Kok, omdat je als kiezer toch niet meer bent dan een stukje plankton dat pas zichtbaar wordt als je met honderdduizend lotgenoten aan elkaar zit vastgekoekt. Maar alleen al de gedachte aan een glunderende Wallage doet me huiveren. Leefde Den Uyl nog maar.
Marja Pruis, medewerkster literatuur:
Gelaten sta ik straks weer in het stemhokje. Niet stemmen was ooit vanzelfsprekend. Niet stemmen, niet stempelen in de tram, niet werken voor geld, niet opstaan liefst. De burgerzin is gekomen, maar het stemmen bleef beladen. 'Wat ga je stemmen’, vraagt mijn moeder. We zitten bij haar in de tuin, voor het laatst. Morgen verhuist ze naar een derde verdieping. Zij stemt Bolkestein, zoals ze jaren Wiegel stemde. Sommige dingen veranderen nu eenmaal nooit. Zoals ook mijn mompelende antwoord.
Louis Velleman, medewerker:
Het wordt tactisch stemmen. Kijk, mentaal ben ik natuurlijk liberaal. Gladstone. Thorbecke. Vrijheid! Professioneel rood. Het Volk. Vrije Volk. Vara. Dus VVD? Maar die Bolkestein irriteert me. PvdA? Geen twijfel toen Joop er nog was. En Wim is ook wel okee. Maar Wallage? Streber! Adelmund? Nee! Dus toch D66. Wat doet Els haar best! En ze kan het niet. Maar D66 moet blijven. Ter voorkoming van dat verschrikkelijke onheil: een PvdA weer met het CDA. De gedachte alleen al!
Antoine Verbij, adjunct-hoofdredacteur:
Omdat mijn moeder al Ria Beckers stemde, en om nog een heleboel andere redenen waar ik het liefst niet al te diep over nadenk, kleur ik op 6 mei het vakje van Paul Rosenm”ller rood.
Peter Vermaas, medewerker:
EÇn campagne sprong er de afgelopen maanden uit: duidelijke advertenties, flitsende lijsttrekker, ruim voldoende televisiespotjes, en achtergrondverhalen in nagenoeg ieder Nederlands periodiek. En het werkte: liefst vier weken hielden de lijsttrekker en zijn partij mijn aandacht vast. Als een campagne dat teweeg kan brengen, verdient de partij mijn stem. Ik kies Gijs van Dorp, Partij van de Vrijheid.
Robert Went, medewerker economie:
Hoewel de partij waar ik lid van ben (SAP) deze keer zelf niet aan de verkiezingen meedoet, ga ik zeker stemmen. Dat wordt een linkse stem tegen neo-liberalisme, verarming en verrijking, de euro en - dus - Paars. Tot de verkiezingsdag aarzel ik tussen GroenLinks en SP, omdat ik met geen van twee‰n Çcht tevreden ben. Belangrijker dan zetels vind ik overigens dat beide partijen hun toegenomen kracht buiten het parlement gaan inzetten voor acties en bewegingen, samen en met anderen.
Walter van der Kooi, medewerker tv:
Ze is jonger dan veel mannelijke collegae maar krijgt het grootmoederschap ingepeperd. Mode lijkt haar weinig te interesseren - ook niet die van het eigentijds campagne voeren met bijbehorende schaamteloze zelfvernedering. Er was een periode in haar leven (met de kinderen thuis) waarin ze er uit wilde stappen. Zoiets zegt een politicus niet. Ze lijkt integer. Ik gun haar 24 zetels om die seksistische blaaskaken af te straffen. Maar het gaat niet om personen. Dus wordt het de eerste vrouw na gladjanus Rosenm”ller. Politiek erg correct, wat u zegt.
Mark van Dongen, documentalist:
Waarom stemmen mensen? Vroeger was dat makkelijk, maar sinds er een postmodern virus rondwaait zijn alle ideologie‰n dood. Het maakt niets meer uit of je door Kok, Bolk of Borst gebeten wordt, roept De Hond. Ik stem maar iets links van die sociaal-democratische GroenLinksers.
Bregje Boonstra, medewerkster kinderboeken:
Ik had twee vaders, beiden overtuigd liberaal, ÇÇn actief in de Brabantse gemeentepolitiek. Mijn eerste stembiljet dateert uit 1966: Van Mierlo was jong, de keuze eenvoudig. Later werd het zwieren en zwenken: PvdA zolang Den Uyl leefde, daarna alles wat klein en dwars was: PSP, PPR, Kabouters. En nu: een vrouw van GroenLinks. Vanwege die vaders.
Henk Jongebloed, cryptogrammeur:
In het cryptisch taalgebruik ontgaat mij dikwijls de zin van de woorden die elkaar kruisen als de lijsttrekkers debatteren. Het enige dat duidelijk is, is dat het van links naar rechts gaat in Nederland, en niet van boven naar beneden. De oplossing: links van de PvdA, maar ik weet nog niet waar.
Tinke Davids, vertaalster:
Natuurlijk ga ik stemmen, alleen de verkiezingen voor de Provinciale Staten sla ik over, die zijn me te onbenullig. En op welke partij ik stem? Er is een rode traditie in mijn familie: mijn grootmoeder (meer dan honderdtwintig jaar geleden geboren) liep al met een rode tulp mee in de 1 mei-optochten. Ik heb jarenlang PSP gestemd, maar die partij is me nu te groen. Het wordt dus Kok, een man in wie ik groot vertrouwen heb.
DorothÇe van der Dennen, administratie:
Mocht ik gaan stemmen dan zal dat zijn op een van de linkse partijen, dat wil zeggen GroenLinks of de SP.
Ik heb geen voorkeur voor man of vrouw, homo of hetero.
Mijn voorkeurstem zal gaan naar iemand die rookt: sigaretten en/of sigaren. Ik word namelijk compleet gestoord van dat intolerante antirookbeleid. Als ik met de trein reis, zoek ik me suf naar een rookcoupÇ, die vervolgens stampvol zit, terwijl in het niet-rokersgedeelte ruimte te over is.
Zeg mij wie rookt en hij/zij krijgt mijn voorkeurstem.
Karel Meijer, opmaker:
Als nuchtere Hollander met een liberaal hart stem ik al sinds de jaren tachtig op de PvdA. Het valt daarom te begrijpen dat Paars mij wel bevalt. De persoon die mijn stem krijgt vind ik niet zo belangrijk. Eenmaal vond ik dat wel; dat was in 1986, toen kreeg Hein Roethof mijn stem.
Annemieke Hendriks, filmmedewerkster:
Het aardige van de gemeenteraadsverkiezingen was dat ik twee stemmen uit mocht brengen: een voor de stadsdeelraad en een voor de gemeente. Het eeuwige probleem was uitgesteld via een stem op GroenLinks en een op de PvdA.
Maar nu? Een stem op Rosenm”ller is er ook een op zijn meer fundamentalistisch geori‰nteerde collega’s. Ik mis mijn tweede stem op een lekker cynische sociaal-democraat, die ongenuanceerd gestook weet te keren met liberale kwinkslagen.
Het zal dus wel weer Jan Pronk worden, mijn excuus-Guus. Die heeft inmiddels iets aangenaam partijloos. Ook iets humorloos. Jammer dat hij niet meer drinkt.
Joke van Kampen, medewerkster buitenland:
Aan niets in dit leven heb ik zo'n hekel als aan zweven. In een vliegtuig of op de trap, zweven doe ik niet uit vrije wil. Als kiezer ook niet.
Of ik ga stemmen? Welzeker.
Waarop?
Twee zaken storen mij buitengemeen. Dat nog voor het vliegtuig vol Nederlandse ambtenaren weer uit Mogadishu is vertrokken, de uitgezette asielzoekers worden doodgeschoten. En dat Schiphol het symbool is van economie versus ecologie.
Dus wat doe je dan?
Jan Marijnissen? Ach kom, een waardige opvolger van Marcus Bakker, mij te populistisch. Paul Rosenm”ller? God, wat een gladjakker. Jan Pronk? Ja, ik laat me een beetje gebruiken voor het schaamlapje van de PvdA.
Treurig maar waar, ik zweef.
Rob Hartmans, medewerker geschiedenis:
Ik begin altijd te zweven na de verkiezingen. Steevast ben ik ervan overtuigd dat het de laatste keer is geweest dat ik op de PvdA heb gestemd. In de jaren daarna zweef ik steeds hoger, tot de verkiezingen weer in zicht komen. Want waar moet ik landen? Toch niet tussen de corpsballen, of bij de oud-jezuãeten en erfgenamen van Colijn. En zeker niet bij D… je weet wel, of de neo-stalinisten en vermoeide hemelfietsers.
Dus wordt het weer de partij waarvan Martin van Amerongen altijd verzucht: 'Ach, het is de NSB niet.’
Piet Gerbrandy, medewerker klassieken:
Wie niet stemt, verspeelt het recht om op politici te schelden: vuile handen maken we allemaal. Wie profiteert van het feit dat hij in dit rijke, betrekkelijk beschaafde land mag wonen, heeft de morele plicht een bijdrage te leveren aan het in stand houden van onze overvloedige voorzieningen en wijst lastenverlichting af. Oorlog moet afgeschaft worden, maar pacifisme schijnt hier niet meer te bestaan. Gezocht: zo vreedzaam mogelijke, fatsoenlijke linkse partij, liefst met enige invloed. Het zal wel weer GroenLinks worden.
Dirk Groenendijk, administratie:
Stemmen doe ik al jaren. Heb er ervaring in gekregen: gewoon ÇÇn hokje rood maken en klaar is kees. Niks aan!
Alleen ’s avonds bij het bekend maken van de uitslag weet je wat je verkeerd gedaan hebt.
Deze keer kan het echter niet verkeerd gaan. Ik stem nu niet op een partij, maar op een kandidaat, en dat is: 1. een man (zeer belangrijk); 2. komt zeker in de Kamer; 3. 'onafhankelijk’ partijlid; 4. een voormalig redacteur van De Groene.
De komende vier jaar kunnen niet meer stuk, ook niet voor onze huidige politieke redactie. Die weten waar ze hun informatie vandaan moeten halen: Wouter Gortzak.
Piet Leenders, medewerker sociale zaken:
Kiezen (keuze). Milieu moet z'n prijs hebben. (Schutte?) Maar ik wil ook zelf de inrichting van m'n leven kunnen bepalen, tot de dood erop volgt. (Borst?) Iemand die haar eigen kinderen op wil voeden, moet niet gedwongen worden betaald op die van anderen te passen. (Maar bij het CDA zit echt niemand die ik vertrouw.) Weg met die eeuwige grote A voor arbeid en die kleine a voor armoede. (Ondanks Pronk.) Rosenm”ller. (Halsema?)
Michiel Louter, medewerker cultzaken:
Ik zweef. Uit principe. Kiezen voor een gevestigde partij, die sowieso een paar zetels zal veroveren, heeft mij nooit bekoord. Dan kun je net zo goed niet gaan stemmen. Dus stem ik op een partij waarvan ik zeker weet dat ze de kiesgrens nimmer zal halen. De Daklozenpartij bijvoorbeeld, of het Verenigd Migranten Platform. De underdogs, die al blij zijn met ÇÇn stem. Mijn stem.
Gertjan Zuilhof, medewerker film:
Door berekenende fusies en agressieve overnames ben ik, lang na mijn dienstweigering, belegering van Dodewaard en overnachting in een boom in Amelisweerd vanzelf lid geworden van de hybride vereniging GroenLinks.
Meng je groen met rood dan krijg je weliswaar geen paars, maar een onbestemd en onaantrekkelijk soort bruin. Het is niet anders. De mannen die het nu zeker weten, gooien met modder of tomaten. Daar wil ik al helemaal niet bij horen.