Menno Hurenkamp

Twijfels in tijden van aanpassing

Onlangs ontmoette ik iemand in een hippe jas die zei dat hij een non-conformist was. Dat is blijkbaar een sticker die je jezelf mag opplakken. Prompt schreef Vrij Nederland dat Aart Jan de Geus, de minister van Sociale Zaken, zichzelf als non-conformist ziet. Omdat hij altijd aan de randvoorwaarden morrelt. Misschien dat iemand die zichzelf non-conformist noemt wel erg aangepast is. Welke politicus laat zich er niet op voorstaan dat hij maling heeft aan de dikke mappen die perfide ambtenaren tussen hem en het volk plaatsen? Maar wie zich écht niet wil conformeren, verhoudt zich gewoonweg niet tot de orde. Als je zegt dat je moedwillig geen deel uitmaakt van het geheel heb je dat geheel juist nodig om jezelf te omschrijven.

We juichen het ondertussen wel toe, het auto-non-conformisme, want anders wordt het hier verrekte saai. Nederlanders lijken nogal op elkaar. We doen massaal dezelfde dingen, hebben over alle belangrijke onderwerpen zo’n beetje identieke meningen en verdienen allemaal ongeveer evenveel geld. Nederlanders passen zich van links tot rechts keurig aan elkaar aan. Een non-conformist herkennen we dus op een kilometer afstand. Benetton-reclames en TMF-clips leren ons wel wat ánders is. Als de non-conformist voorbijkomt klappen we bewonderend in onze handen. «Hij heeft wel wat van Jan Cremer.»

Dat niet-aanpassen bij wijze van aanpassing vergt natuurlijk wel aanpassen. Turken en Marokkanen die zich op een vermeende emancipatie beroepen wacht straf en zeker geen postmoderne flirt met hun omgeving over een in reclamejargon gedefinieerde identiteit. Onaangepast gedrag dat we niet herkennen maakt bang. Het heet geen non-conformisme maar terrorisme. «Je hebt hier geen vrijheid», riep mijn Iraanse vriend woedend na een paar glazen wijn en raasde en tierde over Stalin en andere dictators. Het bleek hem te gaan om dakkapellen die je niet zomaar op je huis mag zetten. In de rest van de wereld mag je raak bouwen, mopperde hij — überproleet Harry Mens had het hem niet nagedaan.

Minister Verdonk van Integratie wil mijn vriend toch liever laten inburgeren. En hoe. «Gedragen immigranten zich als burgers van Nederland, of leven ze met hun portemonnee elders?» Het is het geestigste zinnetje in de recente integratienota van de VVD. Een euro aan elke VVD-stemmer die met zijn portemonnee elders leeft voert u naar het failliet. Het idee dat burgerschap en portemonnee synoniemen zijn zal wel weer rechtstreeks terug te voeren zijn op De Verlichting, De Filosoof Zus of De Filosoof Zo. Het ontzag voor de Nederlandse conservatieven («rechts heeft het initiatief») getuigt van de springlevende Nederlandse aanpassingsbereidheid in de pers. De «liberalen» denken heel lang na over allerlei principes en schrijven dan op dat moslims smeerlappen zijn.

Non-conformisten passen zich aan aan ons romantische verlangen. Liberalen conformeren zich aan onze angsten. Migranten gaan nu braaf Nederlands leren. Non-conformist — als je zegt dat je het bent, ben je het zeker niet. Ongeïntegreerd — als je denkt dat je het bent, ben je het vermoedelijk niet. Niets burgerlijker dan de angst voor burgerlijkheid, mompel ik achter de kinderwagen.