Media

Twitter of tanks?

‘Morsi had Twitter maar de generaals hadden tanks.’ Aldus een zin die vorige week op de Amerikaanse site CNet (CBS) stond en de wereld over ging. Hij drukt uit wat langzamerhand iedereen weet: dat de rol van de sociale media in de Arabische landen anders was en is dan in 2011 werd gedacht.

Toen immers zou er niets minder dan een Twitter- of Facebook-revolutie plaatsgevonden hebben. Sindsdien zijn er vele duizenden artikelen en boeken verschenen waarin dit op de een of andere manier wordt betoogd – of ontkend. In een groot deel daarvan wordt een cyber-optimistische visie verkondigd: moderne media hebben de Arabische wereld op de kop gezet, de revolutie die in Tunesië met Facebook begon, bleek niet te stoppen. Mede en misschien wel vooral dankzij de technologie gaat de wereld onvermijdelijk richting democratie.

Maar in een eveneens enorm aantal artikelen wordt een tegenovergesteld standpunt ingenomen: de technologie die gebruikt leek te worden door het volk blijkt vooral in handen van machthebbers een krachtig wapen. Moderne technologie maakt democratie niet sterker maar zwakker.

Twee jaar later moeten we constateren, denk ik, dat geen van beide veronderstellingen juist is. Facebook, Twitter, YouTube en andere media zijn anno nu bijna net zo gewoon als elektriciteit. Iedereen strijdt met een mobieltje in de hand en zendt bericht na bericht, foto op foto, filmpje op filmpje de wereld in. Maar velen houden ondertussen in de andere hand (weer) het oudste wapen uit de geschiedenis: een steen. In vergelijking met de uitrusting van de overheid stellen beide wapens echter niet veel voor. Kortom, het politiek panorama is weinig veranderd: stenen (+ mobieltjes) tegen tanks, tanks tegen stenen. Geen partij.

Vandaar ook de ironie van de verwoede pogingen van Morsi om via Twitter zijn macht te behouden. Want in de dagen voorafgaand aan zijn val twitterde de Egyptische president er fanatiek op los. Zijn laatste tweet, 2 juli, was een zoveelste beroep op de constitutionaliteit. Ik zit legaal op mijn plek, luidde de boodschap, de ingreep van het leger is illegaal, laten we de gebeurtenissen bij hun naam noemen, dit is een militaire coup. Voor een groot deel van de buitenwacht was de boodschap in zoverre lastig dat zij de Arabische tekens niet kon lezen. Het bedrijf Twitter, nog altijd trots op zijn vermeende sleutelrol in de moderne wereldpolitiek, vond er wat op en verbond per omgaande een vertaal_-tooltje_ aan zijn site. En ziedaar, vreemde tekens veranderden als bij toverslag in plain English.

Ondertussen hadden de kritische buitenstaanders al lang begrepen dat het allemaal geen fluit uitmaakte. De berichten hadden weinig invloed op de gebeurtenissen. Er was in Egypte veel minder veranderd dan gedacht. Het leger had het nog altijd voor het zeggen. Punt uit.

Teleurstellend? In zekere zin wel. Zelfs als je weinig gelukkig bent met de (fundamentalistische) uitkomst zou je willen dat moderne democratie in een land als Egypte mogelijk is. Tegelijkertijd is het nogal naïef om teleurgesteld te zijn over iets wat een kind kan begrijpen: dat één vogel geen zomer maakt. Het is namelijk simpelweg onjuist dat moderne communicatiemiddelen een politiek systeem vormen. De verhoudingen liggen andersom. Een democratie kan dergelijke instrumenten inzetten om zichzelf te versterken, het eigen functioneren te verbeteren en moeizame procedures te vereenvoudigen. De basis ligt bij de maatschappelijke structuur plus bijbehorende mentaliteit en die komt alleen in een lang en moeizaam proces tot stand. Maar bestaat zo’n basis, dan kan ­technologische vernieuwing daadwerkelijk een stap vooruit zijn. Zonder de basis is zo’n stap een sprong in het luchtledige.

Betekenen die media dan helemaal niks? Zo is het evenmin. Zij brengen structuur in de publieke opinie. Die publieke opinie, zo weten we in West-Europa en de Verenigde Staten sinds een jaar of tweehonderd, is een ­buitengewoon grillig maar ook krachtig instrument dat op welhaast onbegrijpelijke wijze de loop der gebeurtenissen stuurt. Voorwaarde is echter wel dat die gebeurtenissen stuurbaar zijn ofwel dat er een zekere balans is én ruimte voor variatie. Dat is in de meeste landen niet het geval.

Alle ophef over moderne en sociale media in de afgelopen jaren gaat uiteindelijk dan ook niet over de invloed van media op politieke verandering maar om de rol van media bij de vorming van een klimaat dat voorwaarde is voor een dergelijke verandering. Een voorafgaande stap dus. In zoverre zou je de rol van Facebook en Twitter in een land als Egypte moeten vergelijken met het ontstaan van de moderne pers in Europa en de Verenigde Staten aan het eind van de negentiende, begin twintigste eeuw, niet met de rol van Facebook of Twitter in onze samenleving. Instrument en context zijn onlosmakelijk verbonden. Dat wordt steeds weer vergeten.