Typisch tros?

Paul de Leeuw naar Ivo Niehe te Canossa is al niet leuk, maar wat deden Remco Campert en Jan Mulder daar? Zei Campert: ‘Prettig aan ouder worden is dat je een steeds rijker verleden krijgt.’ Natuurlijk kwam dat niet organisch voort uit een ‘goed gesprek’, maar was het een gehoorzaam antwoord op nummer vijftien van voorgekookte en het halve antwoord behelzende vragen die Niehe schools afwerkt. Maar omdat ik geen ironie bespeurde, kwam het me voor als een opvallende uitspraak - afwijkend van wat we meestal horen over het verstrijken van de tijd.

En laten horen - want definitieve toetreding tot de ‘Raad der Ouden’ zag ik in het verzoek van Utrechtse studentes om deel te nemen aan een oral-history- project. Over tv-drama in de jaren zeventig. De kunst is niet overlijden en plots ben je historische bron. Maar een die zichzelf wantrouwt.
Mede daarom kreeg ik ter ondersteuning een Waaldrecht- aflevering en een Maupassant- bewerking te zien met de vraag in hoeverre die uitdrukking van de identiteiten van de toenmalige Vara en Tros vormden. Nauwelijks en niet, dacht ik. Vara’s verdiensten waren dat gekozen werd voor origineel drama in plaats van voor de boekbewerkingen die anderen produceerden; dat daarmee veel auteurs mogelijkheden tot schrijven kregen; dat gepoogd werd iets over de 'hedendaagse’ samenleving te zeggen.
Alleen dat laatste heeft met identiteit van doen en het is bewust vaag geformuleerd omdat zelfs geestelijke vader Herman Fortuin vond dat van de oorspronkelijke opzet - Waaldrecht moest gaan over 'beroepen en de waarde van arbeid’ en meer over sociale problematiek dan over individuele zieleroerselen - weinig was terechtgekomen. Toegegeven: in de Waaldrecht-aflevering stond een vrachtwagenchauffeur centraal, maar zelfs dat feit (dat iets over identiteit en niets over kwaliteit zegt) was niet representatief voor een serie waarin auteurs zich het best bleken te verplaatsen in directeuren, artsen en kunstenaars.
Maupassants De vlieg dan? Ach, vijf jongens die op de Seine rond 1870 een jol en een meisje delen waardoor niemand weet wie vader zal zijn van de ongeboren vrucht. Typisch Tros? Wim Bosboom? Piet Bambergen? Ivo Niehe? Bassie en Adriaan? Linda de Mol? Nee. De nieuwbakken Tros zocht prestige in drama en Jan Keja en Anton Quintana leverden dat met Dahl- en Maupassant-bewerkingen die van aardig tot goed waren. Sentimenteel werd ik ervan. Die en die leefden nog. Van die en die nooit meer gehoord. Wat was Derek de Lint toen al mooi en acteren kon-ie ook.
Waar televisie al niet goed voor is: eindelijk begin ik aan een biografie van Maupassant, van wie ik zoveel minder weet dan van collega Tsjechov. En lees dat die Vlieg autobiografisch is. En dat het tv-spel een braaf-burgerlijke afspiegeling van de werkelijkheid vormt: 'De vrolijke kwanten leggen zich toe op drinken, neuken, gymnastiek en literatuur’ (Troyat). Was Maupassants echte leven in een tv-spel beland dan had het, op het 'lezen’ na, bij Veronica gekund. Maar die was toen nog piraat.