Toneel

‘U hoeft voor niets meer bang te zijn of op uw hoede’

Toneel Maria Stuart (2)

Friedrich Schillers Maria Stuart mag dan een titanengevecht zijn tussen twee rivalen in het koningin-zijn (niet zozeer ‘wie is de schoonste in het land’, wel: wie is de beste!), het is ook een strijd op leven en dood tussen de mannen om de vorstinnen heen. Ook daarin verschilden Elisabeth I van Engeland en Mary Queen of Scotland diametraal. Maria Stuart gold als de sensuele vrouw die mannen bij bosjes (soms letterlijk) verslond. Elisabeth is de geschiedenis ingegaan als de Virgin Queen, de vrouw die vooral was gehuwd met ‘haar’ Engeland. Ze bleef tot haar dood een gekorsetteerde kinderloze vrouw. Voor eeuwig gehuwd met haar koninkrijk. In haar lange koninklijke leven sprokkelde Elisabeth talloze mannen, die ze steeds aan een korte lijn hield, als honden die ooit een gekoesterde lieveling zouden kunnen worden. Gingen ze bijten, dan werden ze afgeserveerd.

In Schillers Maria Stuart wordt de voornaamste vertrouweling van Elisabeth gespeeld door Robert Dudley, de graaf van Leicester. Een womanizer eerste klas, type Ruud Lubbers, in de regie van Erik Vos prachtig gespeeld door Stefan de Walle. Hij kent de handleiding voor het verleiden van vrouwen van hoge geboorte uit zijn hoofd, tevens heeft hij hard gestudeerd op Machiavelli’s Il Principe, dat boek kon hij achterstevoren uit zijn hoofd opzeggen. Leicester trekt via Schiller een lange neus naar iedereen die iets te melden denkt te hebben over dat het persoonlijke politiek is, en vice versa. Daar zit ook Leicesters probleem. Hij houdt van de macht (Elisabeth) en hij wordt gek van de sensualiteit van vrouwen als Maria Stuart. En dat gaat allemaal niet samen. Leicester trekt tegen het einde van het stuk aan het kortste eind. Laten we het zo formuleren: hij vertrekt op tijd en naar veiliger oorden.

Het vrouwendrama Maria Stuart gaat op in een mannendrama, en het eindigt weer in een vrouwendrama. Ook daarin heeft de maestro Erik Vos voor ons een verrassing in petto. Als de dood van Maria Stuart op het hakblok onafwendbaar lijkt, herontdekt ze haar binding met het katholieke geloof. Ze wil in ieder geval biechten, ze wil haar zonden bekennen en daar vergeving voor vragen. Aangezien haar door Elisabeth een katholieke priester wordt geweigerd, moet ze dit ‘sacrament der stervenden’ uitvoeren tegenover een leek, Melville, chef van haar hofhouding. Dat leidde in Schillers dagen tot heftige rellen rondom het stuk, en zelfs tot censuur in Midden-Europa: Maria Stuart mocht alleen gespeeld worden zonder die biecht tegenover een leek. De majordomus Melville is in de bewerking van Erik Vos als personage geschrapt. Maria Stuart biecht in de voorstelling van Het Nationale Toneel haar talloze zonden op aan haar hofdame, Hanna Kennedy, een mooie, rustige rol van Rick Nicolet. Een vrouw biecht haar zonden aan een vrouw! Mooie ingreep. Levert ook een prachtige scène op.

De afhandeling aan het hof van Elisabeth is daarna aan de mannen. De Elisabeth van Will van Kralingen ondergaat de laatste berichten over Maria Stuarts dood gelaten. Het is 1587. Elisabeth heeft zich van een probleem, wat heet: een horzel, ontdaan. Ze heeft nog zestien jaar regeren, complotten, dreigende internationale conflicten, sluipende staatsgrepen te gaan. En ze is nu al moe. Haar vertrouweling Talbot, de graaf van Shrewsbury, een ingehouden rol van Wim Meuwissen, spreekt over zijn werk (diplomatie, werk achter de schermen) een gruwelijk eindoordeel uit: ‘Wat ik heb gedaan voor U/ is niet zoveel – Ik heb Uw adeldom/ niet kunnen redden. Leef en heers gelukkig!/ Uw tegenstandster is nu dood. U hoeft/ voor niets meer bang te zijn of op uw hoede.’ Elisabeth roept dan om haar vertrouweling Leicester. Maar die is gevlucht. Ze staat er nu echt alleen voor. Huiveringwekkend slot van een enscenering om niet snel te vergeten.

Maria Stuart, Het Nationale Toneel, tot en met 13 januari, www.hnt.nl