U-nie(t)

De roep om een referendum over de Europese Unie en de positie van Nederland klinkt steeds luider. In die kwestie komen enkele fundamentele discussies samen.

De Europa-toespraak van de Britse Conservatieve premier David Cameron leidt in Nederland vooral tot discussie over de vraag of er ook hier al dan niet een referendum moet worden gehouden over de Europese Unie. Er is sinds het weekeinde ook al een initiatief van een burgerforum dat met het ophalen van handtekeningen van burgers wil proberen een referendum in Nederland af te dwingen. Want in de Tweede Kamer is daar geen politieke meerderheid voor.

Cameron kondigde in zijn Europa-toespraak aan een volksraadpleging in eigen land te willen houden, al zou dat pas zijn in 2017 na de parlementsverkiezingen in Groot-Brittannië en pas nadat in Europa is onderhandeld over een nieuw verdrag. Zijn argument om de eigen burgers dan rechtstreeks om hun mening te vragen over dat nieuwe EU-verdrag verwoordde Cameron zo: ‘Wie het Britse volk niet wil raadplegen, maakt ons uiteindelijke vertrek waarschijnlijker.’

De Britse premier maakte daarmee van het referendum zowel een middel om de wantrouwende Britten voor Europa te winnen als een stok achter de deur bij onderhandelingen met de andere Europese lidstaten over een nieuw verdrag. Het kwam hem op het verwijt te staan van chantage. Voorstanders van referenda moet dat vreemd in de oren hebben geklonken: hoe kan rekening proberen te houden met de mening van de meerderheid van het volk een chantagemiddel zijn?

In de roep om een referendum over de Europese Unie komen twee principiële discussies samen. Dat zag je afgelopen week ook in de Tweede Kamer en daarbuiten. De eerste discussie gaat over het referendum als zodanig. Regeringspartij vvd, die hecht aan de representatieve democratie, is principieel tegen referenda, dus ook als het over een referendum over de EU gaat. Coalitiepartner pvda is niet principieel tegen, zelfs voorstander en zei aanvankelijk dan ook: kom maar op met een referendum. Maar daar kwamen de sociaal-democraten snel van terug toen bleek dat ze terecht waren gekomen in het kamp van een Kamerminderheid waartoe ook oppositiepartijen pvv en sp behoren.

Daarmee kwam de tweede principiële discussie om de hoek kijken. Die gaat over de vraag hoe ver we als Nederland willen gaan met de Europese integratie. Het was het onderwerp voor de volksraadpleging dat het voor de pvda zo ongemakkelijk maakte in dat pro-referendumkamp van vorige week. De pvv wil uit de euro en uit de Unie, en de sp is zeer kritisch als het gaat om verdere politieke integratie in Europa. De pvda werkt juist mee aan allerlei maatregelen om de euro te redden, maatregelen die Europa verder richting een politieke unie duwen.

De voorstanders in Nederland van een referendum over Europa, ook die van het burger­forum, zijn door het veranderde standpunt van de pvda nu allemaal tegenstander van een politieke unie. Dat versterkt de indruk dat zij die geen referendum willen bang zijn en niet gehinderd door die wantrouwende burgers verder willen werken aan het Europese project. De initiatiefnemers van het burgerforum benadrukten dat zaterdag in NRC Handelsblad impliciet toen ze zich de vraag stelden: ‘Hoe kunnen de burgers ooit de politiek vertrouwen wanneer de politiek de burgers zelf niet vertrouwt?’

Toen partijleider Diederik Samsom vorige week het referendum-pad verliet, deed hij dat met de constatering dat er volgend jaar Europese verkiezingen zijn en dat die verkiezingen al een volksraadpleging over Europa zijn. Maar verkiezingen, of ze nou voor de Tweede Kamer, de gemeente of het Europees Parlement zijn, gaan niet over één expliciete vraag zoals die in een echt referendum zou voorliggen. Volgens het burgerforum zou die vraag in dit geval moeten luiden: wilt u onderdeel worden van een Europese politieke unie?

Volgens Samsoms interpretatie van de Europese verkiezingen zouden Nederlanders die niet verder willen op de weg richting een politieke unie in 2014 dan allemaal op de pvv of de sp moeten stemmen. Maar stel dat die twee partijen meer dan vijftig procent van de stemmen halen, zouden regeringspartijen vvd en pvda dan besluiten dat Nederland uit de unie moet treden of een ander soort Europese samenwerking moet willen? Dat moeten de regeringspartijen dan wel garanderen vóór de Europese verkiezingen van volgend jaar, dan kan iedereen dat meewegen in het stemhokje.

Maar dan kun je beter een echt referendum houden. Dat belast kiezers tenminste niet met het dilemma vanwege Europa op een partij te moeten stemmen waar ze verder mogelijk liever niet hun stem op uitbrengen.

Aan het expliciet een vraag stellen in een volksraadpleging kleven wel een aantal haken en ogen. Is de vraag eenduidig genoeg? Welk opkomstpercentage maakt de uitslag bindend? Wat te doen als 51 procent kiest voor Nederland als lid van een politieke unie? Hoe wordt dan rekening gehouden met de wensen van de grote minderheid? Wie vindt dat critici dan voortaan hun mond moeten houden, vergeet dat de kans klein is dat de discussie over het project Europa dan voor altijd gevoerd zou zijn.

Omgekeerd, als de meerderheid van de bevolking juist tegen is, is evenmin te verwachten dat ineens alle voorstanders van verdere integratie de mond is gesnoerd. Maar is in dat geval dan toch het gevolg dat Nederland niet toetreedt tot een politieke unie? Want ook dan doemt de vraag op of de zittende regeringspartijen die wél verdere politieke integratie wilden daar de verantwoordelijkheid voor willen nemen. Of treden ze in dat geval af, omdat de uitslag ook gezien kan worden als een motie van wantrouwen tegen een substantieel onderdeel van hun beleid?

Mocht het via een burgerforum tot een referendum komen, dat moeten op die vragen eerst antwoorden komen. Om het tanende vertrouwen van de burger in de politiek niet nog verder te schaden.