LAURENT BINET, HHHH

Überbad guy

Begrijpt Laurent Binet het hoofdpersonage uit zijn romandebuut, Reinhard Heydrich, leider van de Sicherheitsdienst? Nee. En dat is ook zo bedoeld.

Laurent Binet, HhhH, vertaald door Liesbeth van Nes, € 19,95
Laurent Binet, HhhH, vertaald door Liesbeth van Nes, € 15,95 (e-book)
Laurent Binet, HHhH, € 25,50

‘Himmlers hersens heten Heydrich’, zo ging naar het schijnt het woordgrapje onder leden van de Gestapo. Himmler en Heydrich vormden in ieder geval een gek soort tandem in het hart van het nazi-regime, een duo dat elkaar op persoonlijk vlak lang niet altijd kon uitstaan en toch van elkaar afhankelijk was om aan de macht te blijven. Reinhard Heydrich, leider van de Sicherheitsdienst, genoot de bescherming van Reichsführer-SS Heinrich Himmler, die hem op zijn beurt voorzag van roddels, chantagemogelijkheden en andere machtsspelletjes waar de dagelijkse politieke praktijk van nazi-Duitsland op dreef.
Dat Himmler zich inliet met staatszaken terwijl Heydrich vooral lokaal optrad is misschien de reden dat Heydrich in de recente, voor een groter publiek geschreven biografieën van het Derde Rijk amper voorkomt. Richard Overy (The Dictators, 2004) noemt hem slechts vijf keer, Ian Kershaw (Hitler, One Volume, 2008) zes keer, Michael Burleigh (The Third Reich, 2000) noemt hem vaker, maar alleen in het voorbijgaan. In zijn omvangrijke, driedelige geschiedenis van nazi-Duitsland (2003-2008) staat Richard J. Evans wél langer bij Heydrich stil. Hij noemt Heydrich 'unsentimental, cold, efficient, power-hungry and utterly convinced that the end justified the means’ - de man die het justitiële apparaat radicaliseerde en politiseerde. Maar ook Evans geeft toe dat Heydrich uiteindelijk een raadsel is, een bloedfanatieke en toch inconsistente nazi, iemand die als politiechef niets aan het toeval overliet en als Reichsprotektor in Praag in 1942 door het verzet werd gedood, omdat hij zijn eigen beveiliging niet serieus nam.
En wanneer je over raadsels, inconsistenties en ander moeilijk te verklaren gedrag van historische personages begint, dan schuifel je langzaam de schemerzone in die fictie heet. Misschien komt Heydrich nergens zo goed tot zijn recht als in de Berlin Noir-trilogie (1989 -1991) van de Britse thrillerschrijver Philip Kerr, over de apolitieke privé-detective Bernie Gunther in het Berlijn van de jaren dertig. In 2006 herstartte Kerr zijn Bernie Gunther-reeks en sindsdien verschijnt er jaarlijks een nieuwe titel (alles in vertaling bij De Boekerij). Kerrs boeken voldoen aan alle heerlijke clichés waar het hard boiled detectivegenre vol mee zit - veel sterke drank, hakken op natte straatstenen, cynische mannen met gleufhoeden en doorgeladen revolvers en femmes fatales die zich moedwillig in je armen werpen en je belazeren zodra je even niet oplet. 'Except for those high heels, Lotte Hartmann was as naked as an assassin’s blade, and probably just as treacherous.’
Toch geeft Kerr met deze Berlin Noir een verrassend geloofwaardig beeld van Duitsland onder Hitler en diens byzantijnse staatsinrichting waarin allerlei justitiële instellingen tegenstrijdige krachten uitoefenen op de onzekere burger. Spin in het web is Reinhard Heydrich, die als hoofd van de Gestapo Gunther steeds voor zijn karretje weet te spannen. Hij is de gedistingeerde, kalme überbad guy, lang, blond, skeletachtig dun, emotieloos gezicht en een falsetstemmetje. In het tweede deel, The Pale Criminal (1990), geeft Kerr Heydrich een van de grappigste punchlines van het boek, als Heydrich Gunther op zijn kantoor ontvangt en hem even tot stilte maant zodat hij in de kelder het salvo van een executiepeloton kan horen.
Gunther: 'Whatever happened to being shot at dawn?’
Heydrich: 'The neighbours complained.’
Een meer serieuze, bijna obsessieve toon slaat de Fransman Laurent Binet (1972) aan in zijn debuutroman HhhH - afkorting van 'Himmlers hersens heten Heydrich’. Al eerder won Binet in Frankrijk met HhhH de Prix Goncourt de Premier Roman en begin deze maand werd bekend dat hij op de longlist staat van de nieuw opgerichte Europese Literatuurprijs (een initiatief van SPUI25, het Nederlands Letterenfonds, Athenaeum Boekhandel, De Groene Amsterdammer en een serie onafhankelijke boekhandels).
Binet vertelt drie verhalen. Allereerst dat van Heydrich. Geboren in Halle an der Saale groeide Heydrich op in een katholieke, nationalistische familie; als jongen zwom en schermde hij op hoog niveau; zijn vader, een door Wagner beïnvloede componist, leerde hem viool spelen. Op school werd hij gepest vanwege zijn hoge stemmetje en de geruchten dat hij ondanks zijn volkomen arische uiterlijk joods zou zijn - pesterijen die hem zouden achtervolgen toen hij in de jaren twintig bij de Duitse marine ging. Voor het eerst toonde de daarvoor luie leerling Heydrich zijn strategisch talent en een glansrijke militaire carrière lag in het verschiet, ware het niet dat hij de ene na de andere affaire had. Toen hij ook nog het hart van de jonge dochter van een admiraal brak werd hij wegens 'officier onwaardig gedrag’ ontslagen.
Het is een exemplarisch beeld: het is 1931, Heydrich is een van de vijf miljoen Duitse werklozen en de enige carrièremogelijkheid die hij kan bedenken ligt bij de nazi-partij, bij een dan nog klein orgaan, de SS.
Vanaf dat moment is Heydrichs verhaal een sneltrein naar de top: hij wordt hoofd van de Sicherheitsdienst, ontwikkelt een glad systeem voor het verzamelen en verwerken van informatie en plant met zijn chef Himmler de Nacht van de Lange Messen, 20 april 1934, waarin de SS definitief de tot dan machtiger SA breekt. Hij ziet er persoonlijk op toe dat SA-leider Ernst Röhm, peetvader van zijn oudste zoon, wordt vermoord. Daarna 'dirigeert’ hij de Kristallnacht, bedenkt de jodenster, zet het grensincident in scène dat Hitler aangrijpt om Polen binnen te vallen, stuurt de Einsatzgruppen aan en zit de Wannsee Conferentie voor waar de uiteindelijke Endlösung wordt opgetekend.
Zijn succes betekent uiteindelijk ook zijn ondergang. Omdat Tsjechoslowakije naar zijn idee te opstandig blijft, stuurt Hitler Heydrich naar Praag, waar hij in korte tijd meedogenloos alle verzet breekt. Niet gespeend van grootheidswaanzin betrekt Heydrich het Praagse kasteel en laat hij zich rondrijden in een open Mercedes, waar op 27 mei 1942 twee parachutisten een bom in gooien. Dat is Binets tweede verhaal; over hoe de Tsjechische Jan Kubi en Jozef Gabcík trainen in Londen, Tsjechoslowakije in springen en zich in het geheim voorbereiden op hun missie, waarvan ze vooraf al weten dat de overlevingskans nihil is. Waar Heydrichs verhaal meer contemplatief is, over de gevolgen van geweld en haat, leest het verhaal van Kubi en Gabcík als een oorlogsthriller.
Het derde verhaal ten slotte betreft Binet zelf. Hij legt uit hoe hij tijdens zijn verblijf als militair in Slowakije gefascineerd raakte van Operatie Anthropoid, zoals de aanslag heette, toont de lezer zijn onderzoek en worstelt met wat hij wel en niet moet vertellen.
De optelsom van die drie verhalen maakt van HhhH een adembenemend boek. 'Adembenemend’ is een wezenloos adjectief, te vaak onheus door recensenten gebruikt, maar in dit geval bedoel ik twee dingen. Eén: het is krankzinnig spannend opgebouwd. Binet versnelt, neemt gas terug, stelt ontknopingen uit en houdt de lezer als in een thriller aan het lijntje. Twee: HhhH is opgebouwd uit 257 korte hoofdstukjes, sommige maar enkele alinea’s, waardoor je het boek leest in onophoudelijke korte sprintjes. Binet dwingt je het in één ruk uit te lezen.
Begrijpt Binet Heydrich wel, waar zoveel andere historici dat niet lukt? Nee, en dat is ook precies het doel van HhhH. Zijn werkwijze met korte hoofdstukjes klinkt wellicht speels (en soms is het dat ook), maar stelt Binet tegelijk in staat kanttekeningen te plaatsen bij zijn eigen methode. Binet maakt de lezer deelgenoot van zijn twijfel over wat hij wel en niet aan de lezer moet vertellen en hij becommentarieert de films die hij ziet, Conspiracy, The Great Dictator, Fatherland en de literatuur die hij leest, Vollmans Europe Central en Schmitts Adolf H., twee levens. Langzaam, heel impliciet, sluipt er zo een betoog in Binets schrijven: een romancier corrumpeert de feiten onherroepelijk door ze voor zijn eigen narratieve doeleinden te gebruiken. Hij overtuigt de lezer van een schijnwerkelijkheid, een vervalsing die vervolgens ten koste gaat van de historische werkelijkheid, de echte werkelijkheid, bijvoorbeeld die waarin alle inwoners van het dorpje Lidice als wraak voor Heydrich werden afgeslacht.
Dat is een moeilijk, moralistisch standpunt. Je kunt het verleden niet afkaderen voor schrijvers, als no-go area. In de beste gevallen kunnen zij het verleden aanvoelbaar maken, het universele, menselijke aspect dat het toen met het nu verbindt doen oplichten. Maar het gevaar dat Binet ziet krijgt een overtuigende gestalte als hij zich op zijn voornaamste antagonist richt, de Franse Amerikaan Jonathan Littell, wiens SS-epos De welwillenden (2006) zoveel lof ontving vanwege zijn enorme historische documentatie, die een onthutsend realistisch inkijkje in de holocaust zou geven. Maar wat is die documentatie waard op het moment dat de schrijver al gekozen heeft voor fictie? Bepaalde gebeurtenissen en personages kunnen honderd procent kloppen, dan nog verzint de schrijver de dingen die niet zijn vastgelegd, en dat zijn vaak de belangrijkste dingen: hun gesprekken, hun gedachten, hun beweegredenen.
In een eerdere versie schijnt HhhH een essay van twintig pagina’s te hebben bevat tegen De welwillenden. Helaas is dat eruit gehaald, maar nog steeds is zijn aanklacht her en der te lezen: 'Max Aue (Littells hoofdpersoon - jdv) klinkt waarachtig omdat hij de spiegel is voor zijn tijd! Helemaal niet! Hij klinkt waarachtig (voor bepaalde gemakkelijk te belazeren lezers) omdat hij een spiegel is voor ónze tijd: een postmoderne nihilist, kort gezegd. Op geen enkel moment wekt hij ook maar de suggestie een aanhanger van het nazisme te zijn. (…) Ik zie het opeens heel duidelijk: De welwillenden, dat is gewoon Houellebecq bij de nazi’s.’
Daar heeft Binet een punt, dat hij zelf aan den lijve ondervindt. Zijn hele boek door wijst hij de lezer erop hoeveel makkelijker, hoeveel gestroomlijnder hij het verhaal van Operatie Anthropoid zou kunnen vertellen als hij zich op fictie zou beroepen. Maar het gemak van fictie mag het niet altijd winnen van de moeilijke feiten, zeker als ze nog maar zo kort achter ons liggen - het belang van moeilijke feiten, daarvoor houdt Binet een essentieel pleidooi.

Kerrs Berlin Noir-trilogie verscheen onlangs: Berlijnse trilogie, De Boekerij, 688 blz., € 19,90

LAURENT BINET
HHHH
Vertaald door Liesbeth van Nes, Meulenhoff,
347 blz., € 19,90