Ui niet vrouwelijk

Op weg naar een zeker einde, zigzaggend door het dichte bos waar dunne takken onder schoenen welluidend worden gebroken, kruist een rode nerveus geribbelde naaktslak mijn pad (kruis ik, naakt en nerveus rood, een geribbeld slakkenpad).

Behendig hef ik de knie. Betoverend laat een boszwaluw zijn lokroep horen: ‘Lulu, lulu!’
De weg terug. Dat betekent dat ik in mijn keuken niet met een oude, vertrouwde en rechtdoorzeese ui te maken krijg, maar eerder een licht achterbakse iu mag verwachten. Met veelsoortige aandacht opeisend en andermans tenen krommend karakter. Het zat eraan te komen en was te verwachten. Dagelijks, althans bijna, had ik er de boeken op ingekeken. Om beslagen ten ijs te komen. En ja hoor, daar was hij. Wie kent hem niet. Duistere, lichtgevende duizendpoot als hij is. Met een omgekeerde ui als kop. De Fransen zeggen er iule tegen, maar ze doen wel meer eigenaardige dingen. Ik zal de laatste zijn om daarover te vallen.
Wat de iulus sabulosus cylindroiulus verder van de ui doet verschillen speelt zich af op het vlak der beharing. Waar de zwarte ongewervelde en langwerpige verschijning een nogal dichte pels bezit, heeft de huis-, tuin- en keukenui juist geheel niets op zijn knikker. De behaarde ui moet nog uitgevonden worden. Al vrees ik dat het niet meer in mijn tijd zal zijn.
Diverse uiomstandigheden en wat verder ter tafel kwam vereisen een time-out. Daarom, tenslotte en alleen en uitsluitend en omdat een ui niet vrouwelijk is, de allerlaatste formule:
Grote ui
In zijn schil in uw oven,
Honderdtachtig graden heet.
Zestig minuten lang,
Tot hij zacht aanvoelt.
Schil en zulks verwijderen;
Doormidden snijden.
Daarop citroensap/olijfolie.
Bestrooien met kappertjes:
Holle kinderhand vol.
Zout en peper?
Zout en peper!